The Shining




Na de commerciële flop die ‘Barry Lyndon’ was, ging Kubrick op zoek naar literaire bronnen die gegarandeerd een groot publiek zouden aanspreken. Het idee van het metafysische, een werkelijkheid die de onze overstijgt, had Kubrick altijd al geboeid, en valt ook terug te vinden in ‘2001’. De stap naar moderne horrorverhalen is niet zo erg groot. ‘2001’ handelde in grote mate over een zoektocht naar een grotere intelligentie, en of dat nu aliens zijn of God, maakt uiteindelijk weinig verschil. Griezelverhalen leken Kubrick een uitbreiding daarvan – het geloof in geesten, zo beweerde hij, was in wezen een optimistische gedachte, aangezien het presupposeerde dat de dood niet het einde was. Vanuit die mentaliteit leek het hem boeiend te zien hoe de mens, in essentie een moordenaar en een negatieve kracht op aarde, daarmee zou omgaan.

Dat zijn natuurlijk theoretische gedachten, die wel zullen hebben meegespeeld. Maar een doorslaggevende factor in Kubricks keuze voor een horrorfilm, was de populariteit van het genre. Enkele jaren eerder was ‘The Exorcist’ een enorm succes geweest voor Warner Brothers, en langzaam maar zeker kwamen er rip-offs en opvolgers op de markt die, hoewel niet zo kwalitatief als ‘The Exorcist’, toch een groot publiek bereikten. Horror was een hot thing, en Kubrick wilde er zijn deel van. Stephen King was rond die tijd, na het succes van Brian De Palma’s verfilming van ‘Carrie’ en de resulterende verhoogde interesse in zijn boeken, de meest gelezen en besproken auteur in het genre. King had met ‘The Shining’ een moderne draai gegeven aan een zeer klassiek uitgangspunt – het haunted house, en dat leek Kubrick in theorie mogelijkheden te bieden om zijn eigen ideeën aan het verhaal op te hangen. Een bespookt huis is immers een prachtige metafoor om de slechte kant van de mensheid naar buiten te brengen. Kubrick vond Kings schrijfstijl ‘zwak’, maar hij had eerder in interviews al gezegd dat het wellicht makkelijker is om een goeie film te maken van een slecht boek dan omgekeerd, omdat je dan niet steeds tegen het kwaliteitsniveau van het bronmateriaal aan het opboksen bent.

De plot draait rond Jack Torrance (Jack Nicholson), een alcoholische schrijver die net een baan aan een universiteit verloren heeft vanwege zijn drinkgedrag. Om weg te geraken van de drankduivel, aanvaardt hij een baan als winterconciërge van een zomerhotel in Colorado. Samen met zijn vrouw, Wendy, en zesjarig zoontje Danny, neemt hij zijn intrek in het Overlook Hotel, dat tijdens de winter volledig ingesneeuwd zal zijn. Het hotel blijkt spoken te huisvesten en Jack wordt langzaam maar zeker waanzinnig, tot hij aan het einde zijn gezin achterna zit met een bijl.

Wat Kubrick vanaf het begin duidelijk wilde stellen, was dat dit geen conventionele horrorfilm ging worden, die zich afspeelde in duistere hoeken en gaten. In plaats van een bovennatuurlijke thriller over een bespookt hotel, noemde hij het verhaal: the story of one man’s family quietly going insane together. Wat hem interesseerde, was de waanzin van een man die wordt afgesloten van de rest van de wereld, mentale isolatie die tot gekte leidt. Overeenkomstig die wens iets te doen dat nog nooit eerder was gedaan, besloot hij ook visueel diametraal tegenover eerdere, conventionele horrorfilms te gaan staan: zijn film zou baden in een ongenadig wit licht, elk hoekje van elke set zou volkomen zichtbaar zijn.

Na de bewust statische beeldvoering van ‘Barry Lyndon’, profiteerde Kubrick hier ten volle van de bewegingsvrijheid die de relatief nieuwe techniek van de steadicam hem toeliet. In de tweede helft van de jaren zeventig waren er een paar films geweest, waaronder ‘Rocky’ en ‘Marathon Man’ die de steadicam gebruikten voor sommige scènes – het systeem liet regisseurs toe om lange shots in te voegen waarin de camera de personages kan volgen door verschillende ruimtes, ongehinderd door fysieke obstakels en met steeds een perfect gestabiliseerd beeld. ‘The Shining’ werd de eerste film die specifiek ontworpen werd om voor het leeuwendeel met een steadicam opgenomen te worden. Kubrick wilde niet zomaar een paar scènes als pronkstuk met een steadicam opnemen – net zoals hij dat deed met de zoomlens in ‘Barry Lyndon’, maakte hij er een stilistische keuze op zichzelf van. Shots zoals dat van Danny die eindeloze rondjes rijdt op z’n driewieler door de gangen van het Overlook, zijn klassiek geworden.

Wat de acteurs betreft, is er veel te doen geweest rond Jack Nicholsons buitenzinnige vertolking als Jack Torrance – zijn personage heeft duidelijk vanaf het begin een steekje loszitten, terwijl het drama in Kings boek juist voortkwam uit de degeneratie van het personage. Hoe hij langzaam maar zeker in waanzin wegzakt. Maar dat was niet wat Kubrick wilde vertellen – het grote, boze hotel dat een goeie man slecht maakt was een gegeven dat hij infantiel vond. Jack is geen goeie man die slecht wordt in het Overlook. Hij is een slechte man die in het Overlook de vrijheid krijgt om slecht te zijn. Dat is weer iets dat vasthangt aan Kubricks negatieve mensbeeld – de isolatie van het ingesneeuwde hotel zorgt ervoor dat Jack mentaal helemaal op zichzelf terugvalt, als het ware terugkeert tot zijn natuurlijke staat: die van een moordenaar, van een monster voor wie elke vorm van beschaving slechts een illusie is. Aan het begin van de film zien we Jack grijnzend een conversatie ophouden met de manager van het hotel – hij speelt de rol van bekwame, betrouwbare man. Daarna zien we hem met zijn gezin en hij is al heel wat minder aangenaam; hij hoeft die rol niet meer te spelen. Naarmate het isolement in het hotel toeneemt, vallen ook zijn andere sociale rollen van hem af – die van echtgenoot en vader – en wordt hij wie hij in essentie is. Dat is één van de vele elementen die ‘The Shining’ rijk is, en vanuit dat standpunt bekeken is Jack Nicholson perfect in zijn rol: hij speelt geen realistisch personage, maar eerder een metaforische figuur.

Shelley Duvall, een actrice met een gezicht dat door Modigliani geschilderd lijkt en destijds bekend uit verschillende films van Robert Altman, werd door Kubrick vernederd en afgeblaft, enkel omdat hij een gepaste uitdrukking van uitputting en frustratie van haar wilde hebben. Het arme mens ging er bijna aan onderdoor, maar ze is wél volkomen geloofwaardig als opgejaagde moeder die haar jong beschermt – ook weer zoiets fundamenteel menselijks.

‘The Shining’ gaat over veel zaken – writer’s block, alcoholisme, de mens als moordenaar door de eeuwen heen, het wegvallen van sociale functies door isolement… Sommige mensen zijn er zelfs van overtuigd dat het allemaal over de uitroeiing van indiaanse stammen door de blanken gaat. Nu lijkt dat me wel wat vergezocht, maar het blijft sowieso een veelgelaagde film die zich nauwelijks bezighoudt met wat Kubrick beschouwde als triviale dingen, zoals traditionele plot en logica. Wie de film de eerste keer ziet, blijft achter met behoorlijk wat vragen over de plot – maar dat was dan ook niet waar de regisseur in geïnteresseerd was. Die onduidelijkheid op het meest fundamentele niveau – waar gaat het over, wat is het verhaal en hoe zit dat in elkaar? – blijft een tekortkoming van de film waar niemand naast kan kijken. Maar hoewel ‘The Shining’ aanvankelijk zeer negatieve kritieken kreeg, is er over de loop der jaren toch een herwaardering gekomen (zoals voor wel meer Kubrickfilms), en is men gaan inzien dat dit een visueel vernieuwend en inhoudelijk bijzonder complex en uitdagend werkstuk is. Waarvan akte.

NB: De Amerikaanse versie van de film is 142 minuten lang, de gangbare Europese die we hier altijd te zien krijgen, slechts 114. De langere versie is in dit geval gevoelig beter: de film wordt samenhangender en niet te vergeten ook griezeliger. De Amerikaanse versie is via het internet verkrijgbaar op dvd en video. Ik kan ‘m u aanraden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + veertien =