Cheaper By The Dozen




Het was wellicht voorbestemd dat ik finaal zou afknappen op
‘Cheaper By the Dozen’. Ik ben namelijk één van die zonnige,
fenomenaal prettige mensen die zich geen andere reden kan inbeelden
om kinderen te krijgen, dan om iemand in huis te hebben die je kunt
slaan zonder dat ze iets kunnen terugdoen (nog drie maanden
geweldvrij, en ik mag van de zwarte lijst van Child Focus af). En
dat terwijl ‘Cheaper By The Dozen’ zo’n typisch kindvriendelijk
Disneykomedietje is, waarin jengelende koters van begin tot eind
het scherm teisteren en zo ongelooflijk nadrukkelijk moeite doen om
toch maar sympathiek over te komen, dat ze met gemak de M-kids
vervangen bovenaan mijn lijstje van minderjarigen die ik ervan
verdenk banden te onderhouden met de Duistere Heer Mefistofeles
zelf. Kijk, ik ga van pure ergernis op slag spectaculair lange
zinnen schrijven. Dat is geen goed teken.

Steve Martin speelt Tom Baker, een footballcoach die samen met
z’n echtgenote Kate (Bonnie Hunt), een hallucinant gezin van twaalf
kinderen in toom probeert te houden. We ontmoeten de Bakers als het
typische familiegezin: eigenlijk houden ze ontzettend veel van
elkaar, maar ondertussen houdt hen dat niet tegen om elkaar op
dagelijkse basis in de haren te vliegen. We krijgen de
getroubleerde oudste broer, het tienermeisje dat elke dag uren voor
de spiegel zit, de ruziemakers bij zowel de jongens als de meisjes,
de intelligente seut die door de anderen wordt geplaagd enzovoort.
Vader en moeder Baker ondernemen ondertussen pogingen om de orde te
bewaren via een gesmeerd lopend tijdschema dat bepaalt hoe lang
iedereen in de badkamer mag zitten of de telefoon mag gebruiken, en
door als het nodig is, simpelweg een megafoon te gebruiken om
zichzelf verstaanbaar te maken.

Wanneer Tom een aantrekkelijke nieuwe job krijgt aangeboden,
dient het hele circus echter te verkassen naar Chicago, zeer tegen
de zin van de kinderen, die behoorlijke aanpassingsproblemen te
verwerken krijgen. Niet lang na hun verhuis krijgt Kate bovendien
de gelegenheid om een twee weken durende tournee te maken met het
boek dat ze net geschreven heeft – ‘Cheaper By The Dozen’, een
autobiografisch verhaal over haar ervaringen als moeder van een
dozijn kinderen. Tom staat er veertien dagen alleen voor en de te
verwachten chaos blijft dan ook niet uit – grapjes over loslopende
reptielen, vechtpartijen op school, gemene trucs die de koters met
elkaar uithalen en overtollige lichaamsvloeistoffen, vliegen ons
rond de oren. Olé.

‘Cheaper By The Dozen’ werd gebaseerd op een gelijknamige film
uit de jaren vijftig, ook al uit de Disneystal, en één van de
grootste problemen met deze vernieuwde versie, is dat je dat er ook
aan ziét. Het uiteindelijke boodschapje dat we hier dienen mee te
nemen, is immers dat een keuze tussen een succesvolle carrière of
een gelukkig gezin, nooit een serieuze keuze zou mogen zijn. Dat
loyaliteit aan de familie boven alles moet gaan. Nu klinkt dat nog
vrij aanvaardbaar, maar waar die gedachte in de praktijk op
uitdraait (althans in het geval van deze film), is dat moeder
gewoon dient thuis te blijven om voor haar kroost te zorgen, in
plaats van op tournee te gaan en haar eigen ambities na te streven.
Het zal allemaal niet kwaad of seksistisch bedoeld zijn, maar dat
soort van gedachtengoed komt anno 2004 behoorlijk achterhaald
over.

Mochten de grappen nog gewerkt hebben, dan had ik me daar ook
niet al te druk in kunnen maken, maar helaas – ‘Cheaper By the
Dozen’ is zo voorspelbaar in al z’n situaties dat het vrijwel
onmogelijk wordt om echt hard te lachen. Neem bijvoorbeeld een
scène waarin oudste dochter Nora (Piper Perabo) haar vriendje mee
naar huis neemt, een behoorlijk pretentieuze would-be acteur
(Ashton Kutcher, die hier bijgevolg zichzelf speelt). De andere
kinderen haten hem, maken hem nat zodat hij z’n kleren moet
uittrekken, en terwijl Kutcher in een badjas zit na te rillen,
weken ze zijn ondergoed in gemalen vlees. Gevolg: de hond van gezin
pleegt een frontale aanval op de plaats van Kutchers anatomie waar
zich al z’n verstand bevindt. Maar écht hardop lachen doe je niet,
omdat men je de laatste drie, vier minuten al heeft zitten
aankondigen dàt die grap er ging komen. Het is perfect mogelijk om
een gag de nek om te wringen door teveel set-up te geven. En dat is
wat hier gebeurt, keer op keer.

In dit soort film zou ik waarschijnlijk niet mogen hopen op een
goed uitgekiende verhaalstructuur, maar goed, ik ben nu toch aan
het kankeren: zo wordt aan een bepaalde plotlijn, over de oudste
zoon van het gezin, nooit een resolutie gegeven. Wat er met hem
gebeurt, moeten we dan maar raden. Ook een buurjongetje dat te
lijden heeft onder een tirannieke moeder, wordt er even
bijgesleurd, maar er wordt absoluut niets met zijn personage
aangevangen.

Steve Martin voert z’n bekende nummertje op als gestresseerde
vader, in grotendeels dezelfde lijn van wat we hem al zagen doen in
het oneindig betere ‘Parenthood’ – die film bevatte tenminste nog
een respectabel aantal geslaagde grappen en een paar observaties
over het ouderschap die raak getroffen waren. Martin schijnt hier
grotendeels op automatische piloot te functioneren, zonder
notenswaardige hoogte- of laagtepunten. Bonnie Hunt als Kate
probeert een beetje warmte in haar rol te injecteren, voornamelijk
aangezien warmte het enige is dat het anemische scenario haar
toelaat.

In de bijrollen valt het voornamelijk op hoe bekende gezichten
als Piper Perabo (‘Lost and
Delirious’
), Hillary Duff (‘Agent
Cody Banks’
) en Alan Ruck (tv-reeks ‘Spin City’ en destijds
onvergetelijk in ‘Ferris Bueller’s Day Off’) worden afgedankt met
relatief onbetekenende bijrolletjes. Maar goed, Duff kan zich op
z’n minst nog troosten met een plaatsje als zangeres op de
eindgeneriek, waar ze het één of ander melig nummertje mag kwelen
over kerstmis. Kenmerkend voor de hele film, trouwens, dat
nummer.

Dat regisseur Shawn Levy, ook al verantwoordelijk voor het
lamentabele ‘Just Married’, er hier niet in slaagt om een
samenhangend geheel uit het zielige excuus voor een scenario te
puren of om geslaagde grappen op te bouwen, is erg. Maar nog niet
zo erg als de microfoon die we tijdens de eerste helft van de film
om de haverklap door het beeld zien zeilen. Normaal gezien geven
dat soort van fouten enkel aan dat de film op een verkeerd formaat
geprojecteerd wordt, maar wat gezoek op imdb geeft aan dat ik niet
de enige ben die dat is opgevallen. Schijnbaar zijn zelfs de
geluidmensen en monteurs in slaap gevallen bij de lamlendige
situaties die ze moesten vastleggen.

De poster van ‘Cheaper By The Dozen’ toont Martin en Hunt die
wanhopig proberen een uit haar voegen barstende deur dicht te
houden waar hun kinderen doorheen proberen te breken. Ik stel voor
dat al wie nog gezegend is met goeie smaak, in diezelfde pose voor
de deur van de bioscoopzaal gaat staan waar dit onding speelt. Met
ons gevijven moet het wel lukken.

http://www.cheaperbythedozenmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vier + 7 =