Timeline




Ik hou niet van de boeken van Michael Chrichton – ik heb er ooit
drie gelezen, en bij alledrie kreeg ik het gevoel dat de man
continu excuses zocht voor het feit dat hij een ordinair science
fiction- of actieverhaaltje aan het vertellen was. Hij stouwt de
eerste aktes van z’n verhalen steevast vol met wiskundige formules,
spitstechnologische uitvindingen en verklaringen, chemische
mumbo-jumbo, computertovenarij en weet ik veel wat allemaal,
enkel om een verantwoording te vinden voor het uitgangspunt van z’n
plot: dat de dinosaurussen terug tot leven kunnen komen, dat er een
hyperintelligente aap gekweekt kan worden, of, zoals hier, dat
tijdreizen mogelijk zijn. Terwijl een goed verhalenverteller geen
excuses nodig heeft en al zeker geen lang uitgerokken
rationaliserigen waarmee hij z’n publiek toch alleen maar
verveelt.

Regisseur Richard Donner (eerder verantwoordelijk voor onder
andere de ‘Lethal Weapon’-reeks) maakte van Chrichtons boek
‘Timeline’ een nogal suffe mélange van science fiction, actie en
thriller. Een typische Hollywoodproductie, in de zin dat het
allemaal bijzonder professioneel in elkaar gestoken is, maar dat
het je uiteindelijk ook Siberisch koud laat.

Paul Walker, ster van ‘The Fast and
the Furious’
, speelt Chris Johnston, de zoon van een
gereputeerd archeoloog (Billy Connely). Chris is op bezoek bij de
opgravingen van een Middeleeuws Frans kasteel waar ooit een
belangrijke slag in de Honderdjarige Oorlog werd uitgevochten,
wanneer zijn vader wordt weggeroepen om te helpen in een geheim
project van de Amerikaanse overheid. Niet zoveel later vinden twee
assistenten van Connely in een ondergrondse ruimte van het oude
kasteel een authentiek 14de eeuws stuk papier. Daarop staat, in
Middeleeuwse inkt maar in het handschrift van de professor, een
kreet om hulp geschreven. Vlakbij het papier vinden ze bovendien
een lens uit de bril van de professor.

Chris en de assistenten van zijn vader trekken terug naar de VS
om een uitleg te eisen over de verdwijning van Connely, en krijgen
te horen dat hij als expert terug naar de 14de eeuw werd geflitst
met de tijdmachine die wetenschappers in dienst van de regering
louter toevallig hebben uitgevonden. Connely kon niet op tijd
worden teruggehaald uit het verleden en nu – hoe raadt u het? –
moeten Chris en zijn vrienden zelf teruggaan naar het Frankrijk van
1357 om de klus te klaren.

De verklaring van het tijdreizen wordt in de film snel
afgeraffeld, als een verplicht nummertje waar we nu eenmaal
doorheen moeten. Er worden wormgaten, moleculaire afbraak en opbouw
en vreemdsoortige transmittors bijgesleurd om aan de in essentie
onzinnige premisse toch een air van wetenschappelijkheid te geven –
het blijft natuurlijk even grote nonsens, maar dan wel nonsens met
een universitaire graad. Die krampachtige poging om ons ervan te
overtuigen dat dit allemaal misschien best wel eens mogelijk zou
kunnen zijn, kan echter niet verhinderen dat het eigenlijke
tijdreizen er behoorlijk lullig uitziet. De hoofdpersonages worden
opgedirkt in gepaste kledij, om vervolgens plaats te nemen in een
door spiegels omzoomde kamer. Een fel licht begint te schijnen,
rook vult de kamer en weg zijn ze – krék Suske en Wiske. Ik zat
letterlijk te wachten op een shot van onze helden die de grenzen
van tijd ruimte overschrijden tegen de achtergrond van een duistere
sterrenhemel. Leuk detail: voor ze vertrekken, waarschuwt de
leidinggevende fysicus hen dat het tijdreizen een korte, maar
hevige pijn kan veroorzaken. Wat voor de acteurs schijnbaar een
aanleiding is om op het gepaste moment krampachtige smoelen te
trekken alsof ze William Shatner willen imiteren die aan warp-speed
door de ruimte sjeest. Als dat pijn moet voorstellen, dan kan ik
enkel tot de conclusie komen dat de acteurs in kwestie nog nooit
pijn gevoeld hebben. Knap van hen.

Dat alles neemt niet weg dat ‘Timeline’, zoals gezegd, wel
vakkundig in elkaar geknutseld is – de middeleeuwse settings zien
er behoorlijk overtuigend uit, Richard Donner is geen geweldig
regisseur maar hij kàn een actiescène in beeld zetten, en
eenvoudigweg de vrolijke stompzinnigheid van het hele gegeven kan
al voldoende zijn om een glimlach op de lippen te brengen. Dit is
Hollywoodcrap par excellence, die overal de door de tijd geteste
conventies volgt. Zo spreekt in Frankrijk anno 1357 uiteraard
iedereen Engels, krijgt de vrouw in het gezelschap de eerste kans
om een heldendaad te verrichten en is er ééntje van de
tijdreizigers die een lief opscharrelt en begint te twijfelen of
hij nog wel terug naar huis wil keren. Zo gaat dat nu eenmaal. Je
kunt al die elementen als negatieve punten gaan aanvoeren, maar ja,
dat zijn nu eenmaal de regels van het genre. Wat had u dan anders
verwacht?

Dat is goed voor ongeveer een uur. Daarna, echter, beginnen de
problemen die er vanaf het begin al inzaten, er steeds duidelijker
doorheen te schijnen. Zo kan Paul Walker nog steeds niet acteren
(zou hij aan ‘The Fast and the
Furious’
niet genoeg hebben overgehouden om eindelijk eens naar
een toneelschool te gaan?), en gedragen de personages zich soms op
hemeltergend onlogische manieren, enkel om de plot aan de gang te
houden. Eén van de tijdreizigers smokkelt een granaat mee naar het
verleden. Wanneer hij gewond raakt en zichzelf terug naar huis laat
flitsen, laat hij in de spiegelkamer die granaat uit z’n handen
vallen. De resulterende schade aan de tijdmachine zorgt ervoor dat
het opeens niet meer zeker is dat de anderen nog wel naar huis
zullen raken. Waarom had die kerel die granaat bij? Geen enkele
reden, behalve dan het toevoegen van een extra element aan het
verhaal.

‘Timeline’ is leuk voor een uur, zolang het nog nieuw is. Daarna
heb je het wel zo’n beetje gezien. De climactische strijd tussen de
Fransen en de Britten wordt nodeloos uitgerokken tot dertig
minuten, en bevat met al dat geen spatje suspense. Het einde zag u
al van bij de beginaftiteling aankomen (d’uh) en de geforceerde
links tussen heden en verleden die er worden gelegd, zijn zo voor
de hand liggend dat je de acteurs af en toe een ferme mep wilt
verkopen. Zo beklaagt archeologe Frances O’Connor zich er aan het
begin van de film over dat een muurschildering werd beschadigd –
“Wie zou ooit zoiets durven doen? In ieder geval geen archeoloog,”
horen we haar zeggen. Wat denkt u? Zou zij het zelf misschien zijn
die de schade toebrengt in het verleden? Nou? Kijk, en dàt is dus
het punt waarop je een film ronduit suf mag noemen. Ik prefereer
m’n tijdmachines nog altijd ingebouwd in een DeLorean,
dankuwel.

http://www.timelinemovie.com/home.html?c=&pg=0

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twintig − vijf =