Sun Kil Moon :: Ghosts Of The Great Highway

Met What’s Next To The Moon vergastte mumblin’ Mark Kozelek ons op een rondleiding door het gin-soaked barwereldje van Bon Scott-era AC/DC. Met zijn nieuwe Sun Kil Moon-project — zijn eerste nieuwe werk sinds twee jaar — leert hij ons de poëtische boksring van zijn native Ohio kennen.

Melancholie leidt niet noodzakelijk tot waanzin, misantropie of een overdosis, maar het zijn wel allemaal hoofdstukken uit hetzelfde autobiografische werk : dat grote boek dat Kozelek nu al een aantal jaren aan het schrijven is. Hetzij met zijn Red House Painters, zijn AC/DC-covers of zijn John Denver-tribute; het is telkens een klassevoorbeeld van de Amerikaanse roman die Europeanen van zijn (en mijn) generatie graag lezen: je kan niet anders dan denken aan weidse landschappen, een eenzame highway en dat "Mexico is nooit ver weg"-gevoel.

Maar Kozelek is wel uit Ohio afkomstig, dat enkel door het Erie-meer van Canada wordt gescheiden. Op een flinke steenworp van de noordelijke oevers van dat meer ligt Toronto, de geboorteplaats van Neil Young. The Ghost of the Great Neil is op deze plaat nooit ver weg : invloeden van zijn solowerk, zijn CSN&Y escapades of het ruige gitaarwerk dat zo typisch is voor Crazy Horse: de Canadese reus is alomtegenwoordig in de innerlijke jukebox van Sun Kil Moon. Kozelek bezingt zijn geboortestaat op magistrale wijze in "Carry Me Ohio": een reeks zuurzoete herinneringen met de vaststelling dat je eigenlijk toch maar best kan berusten in de beslissingen die je neemt. Weemoed, maar geen spijt.

Een andere constante op dit album is de ode aan mindere goden van de edele bokskunst. De openingszin van de CD mag dan wel over Cassius Clay en Sonny Liston gaan, je moet al verdomd goed geïnformeerd zijn wil je weten wie Salvador Sanchez, Pancho Villa, Benny "The Kid" Peret of Duk Koo Kim zijn.

Aha! Welke andere nobele Amerikaanse bard verblijdde ons ooit met zijn story of the "Hurricane"? Een link? Hmm. Kozelek is een anti-Dylan wat het ritme van zijn songs betreft, maar beiden zijn ze diep verankerd in de complexe geschiedenis van hun land. Songwriters als Vic Chesnutt, Will Oldham, Bill Calahan (Smog) en Brett Sparks (Handsome Family) vertolken vandaag perfect wat schrijvers als Steinbeck, Whitman of Kerouac vroeger deden. Deze dudes beschrijven een Amerika dat niet enkel bij Amerikanen geloofwaardig overkomt: een Amerika dat zichzelf in vraag durft stellen.

Door in de openingssong de twee gitaristen van een Britse hardrockgroep (Judas Priest) ten tonele te voeren aan de zijde van Amerikaanse iconen als Cassius Clay of Clark Gable en dit met een countrysausje te overgieten, illustreert Kozelek duidelijk dat eigenlijk niets rechtlijnig is in het leven. Net zoals hij met tederheid zingt "I buried my first victim when I was nineteen/Went through her bedroom and the pockets of her jeans". Een metaforische moord, maar met zo’n kille precisie gebracht dat het lijkt alsof dit uit de mond van een koelbloedige serial killer komt.

In "Last Tide", een met herfsttinten geschilderde smeekbede, worden we voor het eerst geconfronteerd met een zekere vorm van spijt. Hij situeert deze gevoelens echter zodanig in de tijd, dat we de indruk krijgen dat hij anticipeert op een eventuele toekomstige teleurstelling, zich baserend op voorbije ervaringen. "Gentle Room" weerspiegelt dan weer hoop. Het is een ode aan de transcendente mogelijkheden van het bestaan. De prachtige arrangementen en de originele keuze van instrumenten onderlijnen deze sfeer perfect.

Het veertien minuten durende epos "Duk Koo Kim" is mijns inziens geen seconde te lang. Echo’s van Fleetwood Mac ten tijde van Rumours ("show me love I’ve never known"), een semi-akoestische passage waarin een jazz-drum met een prog-rock gitaar paart — Jimi Hendrix komt een paar seconden lang om de hoek kijken. En nonkel Neil is natuurlijk ook nooit ver uit de buurt.

Ghosts Of The Great Highway is een plaat die je om de oren blijft zweven, alsof het omringende universum luchtledig geworden is. Een plaat die bij elke beluistering groeit, samen met het respect voor de talenten van deze singuliere muzikant. Naar mijn bescheiden mening vormen Mark Kozelek, Rufus Wainwright en Will Oldham het grote hedendaagse triumviraat van singer-songwriters.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + elf =