Pirates of the Caribbean :: The Curse of the Black Pearl



143 min. / USA

Als er ooit een project gedoemd was om te mislukken, dan
was het dit wel: een avonturenfilm, geproduceerd door een man die
zijn carrière heeft gebouwd op zo slecht mogelijke actiefilms
(Jerry Bruckheimer), geregisseerd door de persoon die het
vervelende ‘The Mexican’ en het
ontzettend middelmatige ‘The Ring’
maakte (Gore Verbinski). Dat alles is dan nog eens gebaseerd op een
ritje uit Disneyland ook, terwijl het zelden of nooit mogelijk
blijkt om zelfs een videogame in een degelijke film te
veranderen.

Maar goed, soms zit het mee: ‘Pirates Of The Caribbean’ is één van
de betere actiefilms die we van de zomer al hebben gezien (waarmee
niet veel gezegd is), en naar de maatstaven van de gemiddelde
Bruckheimer-productie is het zelfs een zeldzame uitstekende prent
te noemen (waarmee nog veel minder gezegd is). Alle clichés van de
ouderwetse piratenfilms, met mogelijke uitzondering van ooglapjes
en haken, worden met veel plezier geplunderd en opnieuw in elkaar
gepuzzeld om een pretentieloos avontuur te vormen, dat ongetwijfeld
elke twaalfjarige op het puntje van z’n stoel zal doen
zitten.

Johnny Depp speelt Jack Sparrow, kapitein van een piratenschip die
door zijn muitende tweede officier Barbossa (Geoffrey Rush) van z’n
boot wordt gezet en achtergelaten op een verlaten eiland. Waarom
vermoordt Barbossa hem niet meteen, vraagt u zich af? Omdat de film
anders geen plot zou hebben, domoor. Barbossa en zijn mannen vinden
vervolgens een vervloekte schat die hen verandert in een soort
zombies, gedoemd om eeuwig rond te zwalpen op de oceaan. De enige
manier waarop ze de vloek kunnen verbreken, is door de schat terug
te brengen naar waar die vandaan komt, samen met een
bloedoffer.

Voor dat offer kiezen ze – hoe zou u zelf zijn? – de mooie
gouverneursdochter Elizabeth uit (Keira Knightley, uit ‘Bend It Like Beckham’). Elke overige man in
de film springt vervolgens op de bres om haar te redden: haar
aanbidder Will (Orlando Bloom), haar saaie verloofde Norrington
(Jack Davenport), en zelfs Jack Sparrow, die in de eerste plaats
een eitje te pellen heeft met Barbossa.

Ben ik de enige die in dit soort films altijd de indruk heeft gehad
dat duels veel spannender en opwindender zijn dan massale
scheepsgevechten? In een duel ken je tenminste de mensen die
tegenover elkaar staan, je weet wat er voor beiden op het spel
staat, en het wordt mogelijk om vindingrijke gevechtstechnieken uit
te werken. Tijdens een massaal gevecht zie je enkel twee groepen
mannen schreeuwend op elkaar aflopen, terwijl kannonen afgaan en
buskruit ontploft. ‘Pirates Of The Carribean’, rijkelijk voorzien
van beide, versterkte voor mij die indruk nog eens: één van de
beste actiescènes vindt vroeg in de film plaats, wanneer Depp en
Bloom tegenover elkaar staan in een smidse en een behoorlijk
elegant georchestreerd sabelgevecht hebben. Wanneer we later in de
film de voltallige bemanning van het vervloekte schip The Black
Pearl in actie zien, is dat dan wel grootschaliger en
spectaculairder, maar het is niet half zo opwindend. De reden is
dat we tijdens het duel Depp en Bloom in de ogen konden kijken en
perfect konden volgen wat ze deden. Tijdens het massagevecht
krijgen we enkel een algemene chaos, waarmee we nauwelijks enige
connectie voelen, behalve een vaag gevoel van: “nou, knappe
speciale effecten”.

En die effecten zijn knap, dat moet gezegd worden. CGI begint
stilaan volwassen te worden, lijkt het, en wordt hier niet alleen
aangewend om duellerende skeletten in beeld te brengen, maar ook
voor subtielere momenten. Neem bijvoorbeeld het allereerste shot,
waarbij de camera inzwenkt op het voorsteven van een schip, waarop
een meisje staat. Dat is één en al computergegenereerd, en wie goed
kijkt, kan nog net een verschil zien. Maar het blijft een enorme
vooruitgang op slechts een paar jaar tijd, toen ‘The Phantom Menace’ en zelfs de eerste
‘Harry Potter’ nog een onvoldoende
scoorden op dat gebied.

Wat de film echter in de eerste plaats de moeite waard maakt, zijn
Johnny Depp en Geoffrey Rush, die maar al te goed weten in wat voor
prent ze zitten en zich uitstekend lijken te amuseren door er een
flinke schep op te doen. Depp speelt Jack Sparrow als een drag
queen die zit te wachten op een gelegenheid om ervoor uit te komen,
met zijn oogschaduw en bizarre kapsel. Hij spreekt en beweegt alsof
hij continu één beker rum teveel opheeft, en geeft naar het einde
toe de indruk de Raoul Duke van de piratenwereld te zijn.
(Binnenpretje: een beeld van Jack Sparrow die een Britse officier
toespreekt: “is this not a perfectly reasonable place to park a
pirate ship?”) Rush weet hem behoorlijk bij te houden, en gromt
zijn teksten van tussen zijn rotte, gele tanden alsof hij op elk
moment in een rondborstig “aaargh” kan uitbarsten. De beide mannen
lijken wel uit een tekenfilm ontsnapt te zijn, maar tenmidde van de
vrolijke onzin die de plot biedt, is hun manier van acteren de
enige gepaste. Dit materiaal serieus nemen, zou een doodvonnis voor
de film hebben betekend.

Liever dat dan Orlando Bloom, die er nogal kleurloos bijstaat in de
– toegegeven – ondankbare rol van ernstige, romantische held. Het
is het soort rol waarmee je zelden of nooit scènes gaat stelen, en
Bloom is geen acteur om er meer uit te halen dan erin zit. Keira
Knightley doet hoofdzakelijk mee om er mooi uit te zien, en slaagt
daar bewonderenswaardig in, maar blijft voor het overige een
doorsnee excuustruus, die snel vergeten is. Opvallend detail: alle
goeie mannen in de film hebben een oogje op haar, de slechte mannen
in de film zijn piraten die al tien jaar geen vrouw meer hebben
gezien. Enkel het Disney-label op ‘Pirates’ verhindert blijkbaar
dat er vreselijke dingen met juffrouw Knightley gebeuren.

‘Pirates Of The Caribbean’ is een geestige avonturenfilm die
perfect had gespeeld op negentig minuten, maar om geen enkele
aanwijsbare reden 143 minuten lang aansleept. Jerry Bruckheimer
gaat er wellicht vanuit dat meer ook beter betekent (zie ook de
dubbele titel), maar voor mij had er gerust een half uurtje vanaf
gemogen.

Hoe dan ook, dit is en blijft een film die volmaakt zal inspelen op
het doelpubliek: twaalfjarigen. Hun ouders zullen waarschijnlijk
het grootste deel van de tijd met een glimlach zitten meegenieten,
en wanneer ze zijn thuisgekomen, alles snel weer vergeten. Meer dan
dat heeft ‘Pirates’ ook nooit beloofd.

http://disney.go.com/disneypictures/pirates/index.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − twaalf =