Les Rivières Pourpres


De film opent weinig subtiel, met een lange reeks close-ups van
een dood lichaam waar de maden in rondzwermen en de kakkerlakken
overheen lopen. En het wordt nooit beter dan dat.

Op de een of andere manier moet er toch een uitdaging te vinden
zijn in de opdracht een steeds betere seriemoordenaarthriller te
maken – waarom zouden zoveel mensen het anders blijven proberen?
Eerst was er ‘The Silence Of The Lambs’, dan het toepasselijk
genaamde ‘Copycat’ en hoogvlieger ‘Seven’. ‘Kiss the Girls’ was een voorlopig
dieptepunt (het nóg slechtere ‘Along Came A Spider’ niet te na
gesproken, maar die ging dan ook over een ontvoering… denk
ik).

Nu proberen de Fransen het, in ‘Les Rivières Pourpres’, een
duidelijk op Amerikaanse leest geschoeide thriller met Jean Reno
als Niemans, een zwijgzame bulldog van een politie-rechercheur die
vanuit Parijs naar een klein bergdorpje werd geroepen om te helpen
met een moordzaak. Een man werd eerst enkele uren gemarteld (handen
afgehakt, ogen uitgestoken, u kent dat), vooraleer hij gedood werd
en op een heuvel van 50 meter werd gelegd.

Terwijl Reno stap na stap dieper in het leven van het
slachtoffer gaat graven (de man werkte in een gesloten
universiteit, waar docenten van vader op zoon gaan en er sprake is
van incest), begint een collega van de plaatselijke politie
(Vincent Cassel) een onafhankelijk onderzoek omtrent een
grafschending. Uiteindelijk leiden de twee sporen natuurlijk naar
dezelfde zaak, maar als u precies wilt weten hoe het allemaal in
elkaar zit, moet u zelf maar gaan kijken. De uitleg zou wel eens
enkele pagina’s in beslag kunnen nemen.

Laat het volstaan te zeggen dat ik doorgaans de laatste ben om
te weten wie het heeft gedaan. Meer dan eens heeft mijn gezelschap
me in het donker aangestoot en gezegd: “dié was het,” waarna ik me
afvroeg hoe hij dat in godsnaam kon weten. Misschien is dat een
soort van mentale kortsluiting, dezelfde die me ervan weerhoudt
cryptische omschrijvingen snel te doorzien. Maar bij deze film zat
ik na 45 minuten al naar het scherm te schreeuwen wie het gedaan
had, en ik stelde luidkeels de vraag hoe het mogelijk was dat Reno
dat niet door had. Ik schreeuwde hard, gelooft u me maar, maar hij
wilde niet luisteren, waarmee hij mij en u veroordeelt tot nog eens
een uur totaal ongeloofwaardige, overgecompliceerde onzin.

De ingrediënten: incest, kinderwisseling, demonen,
grafschending, bergexpedities, auto-achtervolgingen, kung-fu en
zelfs een “evil twin”! Het lijkt wel alsof regisseur Kassovitz een
lijstje had opgesteld met fotogenieke locaties en “coole”
actiescènes en vervolgens een soortement plot in elkaar heeft
gesjeesd om dat allemaal een plaatsje te kunnen geven. Probleem is
dat je van het ene cliché in het andere valt, en dat die plot kant
noch wal raakt.

Aan Reno zal het alvast niet gelegen hebben. De occasionele
onaangestoken sigaret tussen de lippen, stoppelbaard van drie dagen
keurig bijgetrimd om net slordig genoeg te lijken, doet hij z’n
uiterste best om toch maar zoveel mogelijk op Morgan Freeman te
lijken: mistroostige blik, diepe baritonstem waarmee hij
pseudo-diepzinnige opmerkingen bromt. Alleen is hij Freeman
niet.

Reno beweegt zich voor deze film doorheen een wereld waarin
flikken in hun wagen aan jointjes lurken, waarin een dokter met een
Lada rijdt (dat zal wel!) en waarin een heel demonenverhaal er
wordt bijgesleurd, enkel voor de sfeer. Hij is de flik zoals we die
in Hollywoodfilms niet meer zouden pikken: hij werkt alleen, hij
probeert te stoppen met roken en hij is in staat om een revolver op
z’n collega’s te richten en hen vervolgens toe te brommen:
“vertrouw me maar.”

En waarom? Voor de sfeer. Alles is sfeer in deze film, en al wat
géén sfeer is, is een bijdrage aan een plot die zo van de pot
gerukt is dat mijn neef, die onder toezicht staat omdat hij beweert
Napoleon te zijn, er nog niet in zou trappen.

En sfeer heeft de film, dat moet gezegd. Sfeer en mooie beelden
van besneeuwde bergtoppen, mistroostige bossen en regenachtige
kerkhoven om middernacht. Sfeer die schijnbaar met veel plezier
wordt opgegeven om, als de gelegenheid zich voordoet, een bij de
haren gesleurde kung-fu vechtscène ertussen te proppen.

‘Les Rivières…’ doet zijn best om z’n publiek ter wille te
zijn, en biedt dan ook zeer bewust de ene crowd pleaser na de
andere – al de elementen die op dat lijstje stonden. Maar je kijkt
ernaar en je kunt enig gegiechel toch niet onderdrukken, zo oliedom
is het hele scenario.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =