Bad Boys 2




Het is een teken van de tanende sterren van regisseur Michael
Bay (na de monumentale stinker ‘Pearl
Harbor’
) en Will Smith (na zijn ontslag bij de muziekafdeling
van Sony), dat beide heren wilden terugkeren naar een franchise die
iedereen nochtans al lang als verleden tijd had afgeschreven. De
eerste ‘Bad Boys’, uit 1995, is voor het doelpubliek van deze
sequel immers een oude film, die ze zelf nooit in de bioscoop zijn
kunnen gaan zien omdat ze daar te jong voor waren.

Niet dat ‘Bad Boys 2’ daar veel last van heeft – dit is het
soort film dat niet alleen perfect te begrijpen is voor wie het
origineel (what’s in a name?) nog niet gezien heeft, maar zelfs
voor wie ongeveer halverwege komt binnengelopen. Will Smith en
Martin Lawrence spelen een duo flikken die hun dag spenderen met
elkaar en iedereen die ze ontmoeten uit te schelden, zinloos te
kwetteren en op tijd en stond alles in hun omgeving aan flarden te
schieten. De twee komen op het spoor van een grootschalige
drughandel, waarbij enorme hoeveelheden XTC van Amsterdam naar
Miami gesmokkeld worden, maar waarvan de hoofdbasis zich schijnbaar
in Cuba bevindt.

‘Bad Boys 2’ is een productie van Jerry Bruckheimer, en u weet
onderhand zelf al wel wat dat wil zeggen. Ergens tegen het einde
aan, schreeuwt Smith naar de andere personages: “Alright, everybody
start shooting at something!”, en dat vat eigenlijk de hele film
wel samen. Een plot is er in feite niet, op z’n best kun je het
beschrijven als een nauwelijks samenhangende serie gebeurtenissen
die als excuus moeten dienen om toch maar zoveel mogelijk
voertuigen naar de vernieling te helpen. De stoute jongens
verplaatsen zich ter land, ter zee en in de lucht, en doen dat op
een onvoorstelbaar luidruchtige, hyperkinetische wijze, in de hoop
dat dat uw aandacht zal afleiden van het totale gebrek aan logica
of ook maar de minste menselijke factor.

Op zichzelf stoort me dat niet eens zo erg – wie hiernaar gaat
kijken, weet in essentie waar hij aan begint en krijgt
ontegensprekelijk wat hij kan verwachten. Een bomvol (als u me de
flauwe woordspeling wilt vergeven) pakket van gillende personages,
brommende motoren en dingen die boem doen. Michael Bay probeert het
zelfs visueel interessant te maken door bij elke gelegenheid David
Fincher te imiteren met z’n camerabewegingen: het ene shot na het
andere leidt ons door ramen, ventilatieschachten en wie weet wat
nog allemaal heen, vooraleer we bij de personages belanden. Zijn
die technieken, die we ons herinneren uit ‘Panic Room’, ergens voor nodig? Welnee,
maar Bay moet toch kunnen bewijzen dat hij evenveel kan met een
camera dan Fincher. Hij weet op z’n minst z’n voorbeelden goed te
kiezen.

Wat me echt tegen de borst stuitte, was de onaangename, ranzige
sfeer van de film, de manier waarop men zich hier voluit wentelt in
slechte smaak. Geen grap hier of ze gaat wel ten koste van een
bepaalde bevolkingsgroep: vrouwen, homo’s, buitenlanders, noem maar
op. Het is verbazingwekkend hoe een film met twee zwarte helden
zich zo te buiten kan gaan aan mysogenie en racisme. Je wéét gewoon
dat je in moeilijkheden zit wanneer de beste grap in een film, een
shot is van twee ratten die elkaar in missionarishouding aan het
neuken zijn.

Het toppunt van slechte smaak komt er echter, wanneer we te
weten komen dat de Cubaanse drugdealers hun XTC en geld naar het
buitenland smokkelen in lijken, waarvan de organen verwijderd zijn.
Deze plotwending geeft aanleiding tot een auto-achtervolging
waarbij lijken uit een busje donderen en worden overreden door de
helden – bij één exemplaar zien we zelfs een hoofd wegrollen. Later
zit er een lange scène in, waarin Smith en Lawrence in het
lijkenhuisje de lichamen persoonlijk gaan onderzoeken. Smith haalt
achteloos de organen uit één kadaver en gooit ze op de grond.
Lawrence raakt een ander lijk aan, waarop de schedel eraf valt en
de hersenen blootlaat. Van een derde lijk merken ze op dat de vrouw
in kwestie grote tieten had. Ik beschrijf die scène in zoveel
detail, omdat ze kenmerkend is voor de mentaliteit van de film. Zou
er niemand die betrokken was bij de productie van ‘Bad Boys 2’,
zich op een bepaald moment hebben afgevraagd of ze misschien niet
een beetje te ver aan het gaan waren? Of dachten ze daarvoor teveel
aan de box office die op hen wachtte?

Hoe kunnen we ooit sympathie voelen voor twee hoofdpersonages
die dat soort van dingen uithalen met dode lichamen? Zelfs in
‘Weekend At Bernie’s’ gingen ze nog niet zover als hier. Komt daar
nog bij dat Smith en Lawrence schijnbaar de rijkste twee flikken
van Miami zijn (kijk maar eens hoe groot dat zwembad in Lawrence’s
tuin is), en er bijgevolg geen enkel probleem mee hebben een
sloppenwijk in Cuba aan flarden te rijden met hun snelle
Amerikaanse benzinezuipers.

‘Bad Boys 2’ is een slechte film: het is een zinloze
opeenstapeling van actiescènes die steeds saaier worden, en die om
geen enkele aanwijsbare reden bijna twee en een half uur (!)
aanslepen. Martin Lawrence doet erin mee, daar hoeft verder geen
uitleg bij. En regisseur Michael Bay zet het allemaal met genoeg
bombast in beeld om drie films adequaat te vullen.

Dat is allemaal een gegeven, maar veel erger is het sfeertje van
rechtsgezinde, soms bijna fascistoïde aandoende slechte smaak, een
147 minuten durende verheerlijking van geweld (shoot first, ask
question later is schijnbaar het motto), wars van alle respect voor
de levenden of de doden. Het motto van de bad boys is: “We ride
together, we die together.” Déden ze dat maar.

http://www.sonypictures.com/movies/badboys2/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − zestien =