Bad Boys For Life

Bad Boys For Life brengt een primeur: twee Belgen hebben in Hollywood een grote studioproductie geregisseerd. Nadat ze met Patser al een soort Antwerpse versie gedraaid hadden van dit soort actie-entertainment, kregen Adil El Arbi en Bilall Fallah de kans om de – late – derde aflevering in de Bad Boys franchise in te blikken, waarvoor Will Smith en Martin Lawrence de rollen hernemen die ze zeventien jaar geleden laatst speelden.

Dat Sony niet het volste vertrouwen had in de productie, mag blijken uit het feit dat de film niet uitgebracht wordt tijdens het ‘blockbuster’ seizoen, maar wel tijdens de maand januari – samen met de laatste week van augustus zowat het kerkhof van de Amerikaanse bioscoopkalender. De openingscijfers tijdens het eerste weekend overtroffen echter alle verwachtingen, waardoor het ernaar uitziet dat de prent met een budget van negentig miljoen dollar (zonder de promotiekosten uiteraard) probleemloos in de zwarte inkt zal eindigen, wat het regieduo uitzicht zou moeten geven op eventuele nieuwe projecten.

Tot daar het goede nieuws, want net als de eerste twee – door Michael Bay geregisseerde – films, is deze Bad Boys For Life niet om aan te zien. Het is geen toeval dat El Arbi en Fallah een vervolg breien op een filmreeks van Michael Bay: hun opgefokte stijl (een schril contrast met hun doorbraak Black) ligt niet zo heel veraf van Bays recente, voor Netflix gedraaide 6 Underground. Dit is geen film, dit is een simulacrum van een film: een soort vage copy en korte samenvatting van wat een film zou kunnen of moeten zijn.

Niets in de prent lijkt echt aanwezig te zijn: de emoties zijn de ersatz-gevoelens die een reclameboodschap probeert op te roepen, het drama is dat uit een slechte soap en de actie is geen actie, maar een soort doordrukje van wat actie zou moeten zijn. Halverwege zit een scène waarin een wapendeal verhinderd wordt en waarin de film het idee van ‘motion picture’ – bewegend beeld – helemaal lijkt op te geven. Elk shot is enkel een ‘push-in’ die hetzelfde beeld benadrukt en alles is samengesteld uit een aaneenrijging van statische effecten, zonder dat er aan het geweld enige vorm van choreografie te pas komt. Het enige bewegende moment – Will Smith die over de vloer glijdt – lijkt causaal helemaal los te staan van de rest van het gebeuren.

In zijn kerststuk op de blog Observations On Film Art analyseert filmhistoricus David Bordwell de composities en camerabewegingen in John Mc Tiernans Die Hard. Bad Boys For Life staat helemaal aan het andere eind van dat spectrum: het is een film die elke vorm van compositie overboord gooit en vervangt door close-ups, stilstaande momenten en chaotisch geweld. Zo hebben we tijdens een lange achtervolging door dat er enkele motorrijders en een helikopter bij betrokken zijn, maar daarmee is ook alles gezegd – de rest zijn frenetieke montagekunstjes zonder impact. Dezelfde bedenking kan gemaakt worden omtrent de locaties van de film die zich in Miami en Mexico (de plot heeft iets te maken met de wraak van een drugkartel dat Smith lang geleden oprolde) zou moeten afspelen, maar die ook die geografische binding herleidt tot pure ‘clips’ – er is niet zoiets als lokaliteit, enkel een subliminale versie van indrukken.

Laat het heel duidelijk zijn: er is absoluut niks mis met het verkennen van wat de beruchte New Yorkse filmcritica Pauline Kael het ‘kiss kiss, bang bang’ gehalte van de filmkunst doopte. Alleen is het perfect mogelijk om dat soort louter derivatief entertainment ook te injecteren met echte cinematografische kwaliteiten en het niet – zoals hier – te ontdoen van alle elementen die ook maar iets zouden kunnen te maken hebben met goeie cinema.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 + 3 =