The Straight Story


Regie : David Lynch
111 min. / USA

David Lynch is een intelligent man. In 1997 maakte hij ‘Lost Highway’, een haast onontwarbaar
filmraadsel dat alle eigenaardige tot absurde elementen uit zijn
vorig werk tot een hoogtepunt voerde. His weirdness had zichzelf
overtroffen, en de vraag bleef dan ook wat hij nu nog kon doen om
het succes van die film te evenaren.

Het antwoord kwam er in 1999, met ‘The Straight Story’, een
dramatische verandering van richting die Lynch de gelegenheid gaf
om eens een andere kant van zichzelf te laten zien. Geen dansende
dwergen, identiteitsveranderingen, verkrachtingen of afgesneden
oren in dit verhaal. Alleen een oude man met een simpele
levensvisie en filmmakerij van een bedrieglijk eenvoudige
orde.

Richard Farnsworth speelt Alvin Straight, een 73 jaar oude man die
samen met zijn licht mentaal gehandicapte dochter Rose in een klein
dorp in Iowa woont. Op een dag krijgt Alvin bericht dat zijn broer
Lyle een beroerte heeft gehad. De twee mannen hebben elkaar al tien
jaar niet meer gesproken, maar familie blijft nu eenmaal familie,
en dus besluit Alvin om toch maar de reis van 600 mijl (ongeveer
960 km) te ondernemen. Hij heeft geen rijbewijs, en zelfs al had
hij dat wel, zijn ogen gaan te snel achteruit. Er rijd ook geen bus
naartoe, wat weinig keuze voor Alvin overlaat: hij legt de reis af
op zijn grasmaaier, tegen een gemiddelde snelheid van – wat? – 10
kilometer per uur?

Sinds ‘The Elephant Man’ heeft David Lynch geen film meer gemaakt
die zo makkelijk te volgen is – de regisseur breekt hier met zijn
eigen imago door een mooie, o zo eenvoudige film af te leveren die
wel een meditatie lijkt over de simpele geneugten van het
leven.

Richard Farnsworth speelt hier zijn laatste rol (de man was op het
moment 79, en stierf in 2000), en doet dat op een perfect
overtuigende manier. Zijn gezicht doorkliefd met rimpels, zien we
meteen dat dit een mens met levenservaring is, met pijn in zijn
verleden. De reële gebeurtenissen in Farnsworth’s lange leven
zullen hier ongetwijfeld voor iets tussenzitten – dit is een acteur
op leeftijd die zijn eigen persoonlijkheid door z’n personage laat
stralen, en het resultaat is een zeldzame oprechtheid.

Sissy Spacek biedt degelijk weerwerk als zijn dochter Rose – haar
handicap wordt gekenmerkt door een spraakgebrek, maar haar ogen
verraden de helderheid die net niet tot aan haar hersenen reikt.
Spacek is slim genoeg om niet in de val te trappen van tics, en een
levensecht personage neer te zetten. Zij en Farnsworth zijn de
enige twee personages die de film dragen, alle anderen zijn
nevenpersonen, vreemdelingen als wegmarkeerders op de reis van
Straight.

Er straalt een vreemd soort van optimisme uit van deze film: de
vreemdelingen die Straight ontmoet, zijn vriendelijke, goede
mensen; de wereld die hij bewoont en waar hij doorheen trekt, is
wellicht de laatste waarin je nog kunt rekenen op the kindness of
strangers. Het doet goed om te weten dat dit echt gebeurd is. En
hoewel Lynch’s inherente hang naar alles wat bizar is er heel af en
toe een beetje doorheen komt schemeren (de vrouw die steeds herten
overrijdt, de tweeling), gaat hij niet op die aandrangen in. Hij
laat zijn verhaal gewoon zichzelf vertellen. (Dat neemt trouwens
niet weg dat de dame waar ik het net over had al veertien herten
heeft overreden; precies het aantal kinderen dat Alvin Straight
heeft – ongetwijfeld geen toeval, en een typisch Lynchiaans
trekje.)

De reis van Straight wordt een reis naar het verleden naarmate hij
verschillende mensen tegenkomt die naar zijn verhalen willen
luisteren: er is een weggelopen meisje tegen wie hij vertelt hoe na
een ongeluk de kinderen van Rose werden afgenomen, enkele jaren
geleden. Tegen een man in een bar vertelt hij over zijn
oorlogsverleden, en de vreselijke herinneringen die hij met zich
meedraagt. En tegen een priester, tenslotte, kan hij zijn gevoelens
tegenover zijn broer kwijt. Alvins reis is een reis naar zijn eigen
innerlijk en zijn verborgen gevoelens, en wat zo mooi is aan deze
film, is dat die hele metafoor nooit op de zenuwen gaat werken of
overduidelijk lijkt. De dialogen en monologen zijn geschreven door
mensen met een goed oor voor reële spraakpatronen. Alvin is geen
uitzonderlijk mondig man, maar hij weet waar hij naartoe wil en
bouwt een soortement muur van woorden met elk verhaal dat hij aan
ons vertelt – de ene steen na de andere, tot er een poëzie van
eenvoud ontstaat.

Lynch is ook slim genoeg geweest om die poëzie te laten ontwikkelen
– hij laat soms lange stiltes vallen tijdens gesprekken, probeert
geen cameratrucs te zoeken om die lange scènes vol gepraat te
breken, maar richt zijn camera op z’n acteurs en daarmee uit. De
schoonheid komt vanuit de woorden, vanuit het acteerwerk. Lynch
liet het gebeuren en verknoeide het niet, zoals andere, meer
ambitieuze of angstige regisseurs allicht wel hadden gedaan.
Terwijl Alvin zijn leven uit de doeken doet, krijgen we geen
flashbacks of speciale geluidseffecten – we krijgen alleen zijn
gezicht te zien, steeds dichterbij, tot we elke emotie in zijn stem
en op zijn verweerde gezicht kunnen proeven.

Voor een modern publiek kan ‘The Straight Story’ soms nogal
langdradig of episodisch overkomen, en inderdaad, zeker tijdens een
eerste visie zijn er momenten waarop er een schuine blik op het
uurwerk gericht wordt. Maar het neemt niets weg van de prestatie:
de prachtige fotografie van een eindeloos landschap, de ingehouden,
mooie muziek en al het overige dat ik hierboven vermeld heb, maken
van deze film een adembenemend mooie ervaring.

http://disney.go.com/DisneyPictures/straightstory/index.html

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

11 + tien =