The Kid Stays In The Picture


Aan het begin van deze documentaire krijgen we een citaat dat
zegt: “Er zijn drie kanten aan elk verhaal: jouw kant, mijn kant,
en de waarheid. En niemand liegt.” Passende woorden voor deze film,
die uiteraard afkomstig zijn van het onderwerp ervan, Robert Evans,
de enige persoon van wie eender wat in ‘The Kid Stays In The
Picture’ afkomstig is.

Evans begon als een zakenman in de kledingindustrie van de jaren
vijftig. Tijdens een zakenreis naar Los Angeles werd hij aan een
zwembad ontdekt door Norma Shearer, die hem een eerste filmrolletje
aanbod tegenover James Cagney. Evans ontdekte al snel dat acteren
niet bepaald zijn dada was. Tijdens de verfilming van ‘The Sun Also
Rises’, stond op hij op het punt ontslagen te worden, tot
legendarisch producent Darryl Zanuck naar hem kwam kijken en door
een megafoon de beroemde woorden schreeuwde: “the kid stays in the
picture”. Vanaf dat moment wist Evans wat zijn roeping was: hij
wilde de man aan de andere kant van de megafoon worden.

En het lukte hem: Evans ging werken voor Paramount, op dat
moment (midden jaren zestig), een falende studio in een industrie
die simpelweg niet mee was met de tijden. Terwijl buiten de flower
power steeds meer invloed begon te krijgen op een generatie
jongeren, bleven de grote studio’s makke spektakels afleveren met
de sterren van gisteren. Evans bracht mee verandering in die
tendens, speelde een beslissende rol in de heropleving van de
Amerikaanse cinema tijdens de jaren zeventig. Hij kende grote
successen met films als ‘Rosemary’s Baby’, ‘Love Story’, ‘The
Godfather’ en ‘Chinatown’. Hij trouwde met Ali MacGraw, na ‘Love
Story’ één van de meest begeerde vrouwen van Amerika, hij had het
allemaal… En hij verloor het allemaal.

Aan het begin van de jaren tachtig werd Evans opgepakt wegens
drugbezit, en werd hij verplicht een serie spotjes ter preventie
van drugmisbruik te maken. De producer wilde zijn goede wil
bewijzen, en overtuigde een pleiade aan sterren van toen om mee te
zingen in een hilarisch benefietoptreden: ‘Get High On Yourself’.
Vervolgens ging hij werken aan ‘The Cotton Club’, wat eindigde in
een rechtzaak met Francis Ford Coppola voor controle over de
productie, en een financiële flop in de bioscoop. De genadeslag
voor zijn carrière kwam er, wanneer een vage kennis van Evans
vermoord werd, en hij mee betrokken raakte in dat smerig zaakje,
waarmee hij naar eigen zeggen niets te maken had.

Evans geeft commentaar op zijn eigen leven tijdens de film. De
man heeft een heel eigen manier van spreken: zijn stem is een lage
bariton die in een lange monotoon de teksten opdreunt, en zijn
zinsstructuren bestaan voornamelijk uit vragen die hij zichzelf
stelt. “Was the film successful? I think so! Did I get rich off it?
No, I didn’t.” Ik ben nog nooit zo blij geweest met ondertitels bij
een Engelstalige film.

Buiten Evans zelf horen we trouwens niemand anders aan het
woord. De man zit in wezen anderhalf uur lang zijn eigen leven te
vertellen, voorzien van vaak zeer onderhoudende anekdotes. En op
het scherm zien we lange, soms heel mooie traveling shots doorheen
zijn riante villa, een rijke voorraad archiefbeelden, en bovenal
foto’s die in driedimensionele composities over elkaar worden
gemonteerd. Knap gedaan, daar niet van, maar ondertussen zien we
geen enkel interview met andere getuigen. Francis Coppola, Jack
Nicholson, Dustin Hoffman krijgen we enkel in foto’s of in
archiefbeelden te zien, maar ze krijgen niet het woord. The Kid is
dus overduidelijk enkel en alleen Evans’ versie van het verhaal. De
indruk die je krijgt, is dat je een tijdlang met een tamelijk
interessante raconteur op café zit. Z’n verhalen zijn best leuk om
naar te luisteren, maar wees je er wel van bewust dat je niet alles
mag geloven.

Evans legt een merkwaardig soort van trots aan de dag. Waar het
zijn privéleven betreft, is hij schijnbaar niet te beroerd om toe
te geven dat hij fouten heeft gemaakt. Ali MacGraw verliet hem
uiteindelijk voor Steve McQueen, die ze leerde kennen op de set van
Sam Peckinpah’s ‘The Getaway’. “Kon ik het haar kwalijk nemen?,”
vraagt Evans zichzelf in karakteristieke stijl luidop af. “Nee. Ik
had in de drie maanden dat ze aan die film aan het werken was, niet
één keer de vliegtuigtrip van 100 minuten genomen om haar te
bezoeken in Mexico.” Net zo goed durft Evans ronduit te zeggen hoe
dom hij was te beginnen aan cocaïne, en hoe hij beter had moeten
weten dan een opvallend riskante drugsaankoop toch door te laten
gaan.

Maar wanneer op zijn werk aankomt, zijn films, laat de producent
zich opvallend makkelijk in het defensief drukken. Hij is het die
Roman Polanski ontdekte voor ‘Rosemary’s Baby’, hij is het die
jarenlang met ‘Chinatown’ rondliep, terwijl Polanski er maar negen
maanden aan werkte, hij is het die van ‘The Godfather’ maakte wat
het is. Coppola zou immers uit eigen beweging de film gehermonteerd
hebben tot 2 uur en 6 minuten, waarbij veel van het familieverhaal
moest sneuvelen. Zoals Evans het vertelt, zag hij deze versie en
zei: “Je hebt een geweldige film opgenomen! Waar is die? In je
keuken, bij je spaghetti?” Waarna Coppola zijn gangsterepos met
veertig minuten verlengde, naar de wensen van Evans. De waarheid is
echter anders: Coppola had zijn film gemonteerd op drie uur en tien
minuten, en getoond aan Evans, die de film te lang en saai vond.
Evans wilde alle langdradige familiestukken eruit (“waarom moet die
bruiloft zolang duren?!”), en toen Coppola zijn wensen opvolgde en
een versie van iets meer dan 2 uur liet zien, was Evans inderdaad
in shock. ‘The Godfather’ werd uitgebracht naar de oorspronkelijke
wensen van Coppola.

Op die manier eigent Evans zich het werk van anderen nogal
makkelijk toe, alsof hij alleen al die films heeft gedraaid.
Misschien komt het wel omdat de man tegenwoordig in zak en as zit –
zijn reputatie als Hollywoodlegende is alles dat hij nog heeft.
Tijdens de jaren negentig produceerde Evans films als ‘Sliver’ en
‘Jade’, niet bepaald titels om trots op te zijn. Zelfs zijn huis
was hij op een bepaald moment kwijt, tot Jack Nicholson het voor
hem terugkocht. Als je door zo’n diep dal bent gegaan, wil je niet
toegeven dat ‘The Godfather’ Coppola’s werk was, of ‘Chinatown’ dat
van Polanski. Dan grijp je alle aanspraak die je kunt maken op
artistieke geloofwaardigheid met twee handen aan.

‘The Kid Stays In The Picture’ is goed gemaakt, en in ieder
geval onderhoudend, maar vanzelfsprekend enorm éénzijdig: we horen
immers alleen maar het hoofdpersonage aan het woord, en niemand
anders. Dat zorgt ervoor dat dit een documentaire is die
waarschijnlijk alleen maar gesmaakt zal worden door filmfreaks met
een speciale voorliefde voor het Hollywood van de jaren zeventig,
en de producties van Evans in het bijzonder. En wie zich tot die
categorie rekent, kan zich maar beter goed inprenten niet alles te
geloven wat ze horen. Denk aan die twee andere zijdes aan het
verhaal.

Blijf trouwens rustig zitten tijdens de aftiteling: Dustin
Hoffman geeft op de set van ‘Marathon Man’ een ronduit hilarische
Bob Evans-imitatie. Het beste moment van de hele film…

http://www.kidstaysinthepicture.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 7 =