Get Low




In een interview heb ik schrijver Salman Rushdie ooit horen
vertellen over het belang van verhalen: “Verhalen zijn de som van
ons leven. Wanneer er nieuwe mensen in een familie worden
opgenomen, krijgen ze meteen de verhalen van dat gezin te horen, en
zo gaan ze er deel van uitmaken. En wanneer iemand sterft,
overleeft die persoon alleen in de anekdotes die er over hem
verteld worden door zijn nabestaanden.” ‘Get Low’, de debuutfilm
van cameraman Aaron Schneider, gaat over een man die dat feit heel
goed lijkt te beseffen en dan ook tijdens zijn leven nog de
verhalen wil horen die de mensen achteraf toch over hem zullen
verspreiden. Als dat alles was waar de film over ging, dan hadden
we misschien een heel mooie prent gezien – intiem, kleinschalig,
misschien zelfs kabbelend, maar mooi. Helaas: hoewel ‘Get Low’ een
independent film is, gedraaid met een bescheiden budget,
blijft hij op narratief vlak bij uitstek een Amerikaanse prent, en
dat betekent dat de louteringen en tranerige monologen je rond de
oren vliegen.

De jaren dertig. Robert Duvall speelt Felix Bush, een knorrige
oude man die al jaar en dag als een kluizenaar leeft. Zijn contact
met het dorpje in Tennessee waar hij dicht bij woont, beperkt zich
tot sporadische expedities om voedsel te gaan kopen. Geen wonder
dan dat de gekste geruchten over hem de ronde doen: hij zou iemand
vermoord hebben, hij zou helemaal gek zijn en ga zo maar door. Zijn
reputatie als excentriekeling gaat er niet bepaald op vooruit
wanneer hij begrafenisondernemer Frank Quinn (Bill Murray) opzoekt
om een uitvaart voor hem te regelen terwijl hij nog leeft. Felix
wil een soort afscheidsfeest voor zichzelf geven, waarop iedereen
die dat wil een verhaal over hem mag komen vertellen. Het spreekt
natuurlijk voor zich dat Felix eigenlijk met een onverwerkt trauma
zit dat hij, vooraleer het tijdelijke voor het eeuwige te wisselen,
nog even met de wereld wil delen.

En het is dat trauma dat de film bijna evenzeer parten speelt
als het personage. Ten eerste is er het probleem dat Schneider met
zijn allereerste shot al gedeeltelijk aankondigt welke richting dat
grote geheim uit het verleden van Felix zal uitgaan. Door de film
op die manier te beginnen, maakt de regisseur het makkelijk voor
zijn publiek om alle hints die onderweg worden gegeven, correct te
interpreteren. Tegen de tijd dat Robert Duvall de film mag
afsluiten met de monoloog die we al anderhalf uur lang voelden
aankomen, hebben we het grootste deel ervan al kunnen raden. En ten
tweede is de waarheid, wanneer ze dan onthuld wordt, simpelweg niet
choquerend genoeg. Dit is een drama dat ervoor heeft gezorgd dat
Felix zichzelf decennia lang heeft opgesloten in een zelfopgelegde
ballingschap. Een misstap waar hij zich zo schuldig over voelt dat
hij zichzelf in essentie zijn eigen leven ontzegd heeft. En dan
hoor je daar de ware toedracht van en… tja… hij was in de fout,
maar geen mens die hem daar zo zwaar voor zou hebben gestraft.
Daarmee berooft Schneider zijn film voor een belangrijk deel van
spankracht terwijl hij nog bezig is, en van gedenkwaardigheid nadat
hij gedaan is. De finale is anticlimactisch, en laat je achter met
een gevoel van “was het dàt maar”?

Dat Schneider, ondanks het trage tempo van zijn film, de
aandacht toch weet vast te houden, heeft veel te maken met de
schitterende cast die hij verzamelde. Robert Duvall is een
karakteracteur van de oude stempel, die de laatste jaren (allicht
omwille van zijn leeftijd) meestal in bijrollen is opgedoken – het
meest memorabel in ‘Crazy Heart’ en vooral ‘The Road’. Hier krijgt
hij de kans om nog eens een film te dragen, en hij toont een
opmerkelijke goeie timing in zijn rol. Het is – niet bepaald
verrassend – echter Bill Murray die met de meeste komische momenten
gaat lopen. In feite wordt hij daarbij niet eens echt geholpen door
het script. Murray is één van de weinige mensen in de wereld die
gewoon intrinsiek grappig zijn, en zelfs nogal fletse regels
dialoog krijgen uit zijn mond meteen een droogkomisch air mee dat
er voor mij althans altijd in slaagt om me aan het lachen te
krijgen. Sissy Spacek rondt het centrale trio acteurs af, met een
subtiele acteerprestatie als een vrouw uit Felix zijn verleden. De
gemiddelde leeftijd van de hoofdpersonages ligt dus relatief hoog,
wat past in de algemene sfeer van de film: rustig, ongehaast en –
ondanks de komische noten – eigenlijk vrij introspectief.
Fundamenteel gaat het immers over iemand die in het reine wil komen
met zijn verleden om daarna met een gerust gemoed te kunnen
sterven. Dat is geen thematiek die de gemiddelde puber zal
aanspreken, en de hele film is dan ook resoluut op een volwassen,
rijp publiek gemikt. Alleen jammer dat dit publiek naar huis wordt
gestuurd met zo’n teleurstellende clou aan hun film.

Ook op kleiner niveau zitten er dingen mis met het scenario:
Bill Murray’s personage krijgt nooit een achtergrond toegediend en
bovendien worden er een aantal plotelementen geïntroduceerd, om
daarna weer vergeten te worden. De spanningen tussen Felix en het
dorp worden bijvoorbeeld vanaf het begin dik in de verf gezet, en
automatisch ga je er dan van uit dat er tijdens zijn premature
begrafenis iets mee gedaan zal worden – één van de dorpelingen die
een sterk verhaal over Felix vertelt, dat al dan niet klopt,
bijvoorbeeld. Of een ordinaire ruzie. Zoiets. Maar nee, heel dat
element wordt eigenlijk genegeerd, om plaats te ruimen voor Duvalls
eindmonoloog. Op een bepaald moment in de film wordt er ingebroken
in de begrafenisonderneming van Murray – de dieven zijn op zoek
naar geld, maar vinden niets. Ook daar wordt achteraf nooit meer op
teruggekomen. We komen niet te weten wie het gedaan heeft en er
wordt zelfs niet meer echt naar gerefereerd. In een film is een
inbraak bij één van de hoofdpersonages nooit zomaar een
willekeurige gebeurtenis, het moet een betekenis hebben in de
intrige. Dus ofwel zijn de scènes waarin men hier iets mee deed,
gesneuveld tijdens de montage. Of anders waren Schneider en zijn
team het gewoon vergeten.

Ja, er zijn kosten aan ‘Get Low’. Iets meer tempo, een sterker
einde en meer consistentie in het scenario hadden de prent absoluut
geen kwaad gedaan. Zoals het is, laat de film zich best wel
bekijken, voornamelijk door de hoofdacteurs, die elk op hun
gebruikelijke hoge niveau staan te presteren. Maar je voelt dat dit
een voltreffer had kunnen worden, als de makers de tijd hadden
genomen om nog eens twee, drie keer dat script grondig onder handen
te nemen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

drie × vier =