Spy Game



117 min. / USA

Er was een tijd dat Nederlands regisseur Mike Van Diem
deze film zou maken. De man won in 1998 een oscar voor ‘Karakter’,
en ontwikkelde het project een tijdlang, schreef mee aan het
scenario. Toen kwamen grote namen als Robert Redford en Brad Pitt
aan boord, en de Amerikanen besloten dat ze toch liever iemand met
wat meer ervaring aan het roer zetten.. Tony Scott, die van ‘Top
Gun’, ‘Crimson Tide’ en ‘Enemy Of The State’, nam de leiding over
en maakte vervolgens een grotere bende van de film dan Van Diem
ooit had kunnen doen.

De plot draait rond een CIA-agent, Pitt, die in China probeert
iemand uit een gevangenis te halen, maar betrapt wordt en zelf
gevangen wordt genomen. Zijn mentor en vriend Redford krijgt thuis
het bericht dat hij de volgende ochtend om acht uur geëxecuteerd
zal worden, en heeft dus een kleine 24 uur om zijn protégé uit de
klauwen van de Chinezen te redden.

Redford maakt op dat moment toevallig zijn laatste dag bij de CIA
mee, na meer dan dertig jaar dienst. De autoriteiten waaraan hij
moet antwoorden zijn allemaal jonger dan hij, en hij kan aan hun
gezichten en de toon van hun stem opmaken dat ze geen enkele
intentie hebben om de toch al wankele handelsverdragen met China op
het spel te zetten door Pitt terug te eisen. Redford staat er dus
alleen voor.

Als plot is dat niets dat we niet al honderd maal eerder hebben
gehoord, maar dat hoeft niet noodzakelijk een nadeel te zijn.
Clichématige verhaaltjes kunnen met een beetje vakkennis best nog
tot entertainende films worden omgesmolten. Het jammere is dat Tony
Scott ervoor kiest om zijn film een nogal pretentieuze structuur
mee te geven. Redford begint tijdens een noodvergadering over de
hele situatie aan zijn meerderen te vertellen hoe zijn verleden met
Pitt eruit ziet, en via lange flash-backs zien we hoe hij Pitt in
’65 uit Viëtnam haalde om een klus op te knappen als
scherpschutter. Hoe hij hem daarna inlijfde bij de CIA en zijn
eerste ernstige opdrachten gaf in west-Berlijn. Hoe er later een
wig tussen hun vriendschap werd gedreven in Beirut, toen Pitt
verliefd werd op een mysterieuze dame, Catherine McCormack, die net
als hij niet was wie ze beweerde te zijn.

Het heden van de film, waarin Redford zijn persoonlijke
reddingsoperatie onderneemt, is 1991, wellicht een goed gekozen
jaar, aangezien de net afgelopen koude oorlog nog een gelegenheid
krijgt na te zinderen door alles wat de personages zeggen. Het
duidt ook het einde van een tijdperk aan, het gevoel dat aan het
begin van de jaren negentig heerste dat alle vijanden nu zo stilaan
wel overwonnen waren. Redfords pensioen schijnt daarmee mooi te
rijmen: zijn werk is afgelopen. Maar daarmee is het goede nieuws
ook wel zo’n beetje gemeld. Voor het overige is ‘Spy Game’ een
ongelooflijke bende.

De flash-backstructuur stoort. Zo simpel is het. Aan het einde van
de film weten we nog steeds niet hoe de twee hoofdpersonages in
elkaar zitten, aangezien ze continu beweren iemand anders te zijn.
Ook tegenover elkaar krijgen we geen enkele aanduiding dat ze echt
zulke goede vrienden zouden zijn – hun relatie is koel,
professioneel. Een mentor en zijn leerling, en de bedrieglijkheid
van het spionagespelletje, de gedachte dat je je leven spendeert
zonder iemand te kunnen vertrouwen of zelf vertrouwenswaardig te
kunnen zijn, is de enige rode draad doorheen de film. Aan het einde
rijdt Redford het hoofdkwartier van de CIA uit en moeten zijn bazen
vaststellen dat ze eigenlijk echt niets wisten van hun agent. En
wij weten ook nog steeds niets van hem.

Dat komt ten dele door die pretentieuze structuur. Elke flash-back
zou een korte film op zichzelf kunnen zijn, en laat geen emotionele
continuïteit toe doorheen de film. De typische snelle montage die
Scott er steeds op nahoudt, doet er ook niet veel goed aan: we
krijgen nooit de gelegenheid om de personages in de ogen te kijken
en te zien wat ze denken, aangezien er snel weggecut moet worden
naar de volgende achtervolging of actiescène. De liefdesrelatie
tussen Pitt en McCormack wordt niet opgebouwd, we worden gewoon
verteld dat ze er is en dat moeten we dan maar aanvaarden. De hele
film is stijl zonder inhoud.

Ook de manier waarop de spanning wordt opgebouwd laat te wensen
over: om de zoveel tijd krijgen we met een hoofdpijn inducerend
geluidseffect een freeze-frame te zien waarop dan een titel
verschijnt die ons informeert hoe lang nog voor de executie.
Subtiel is anders. Het is alsof Scott ons in het gezicht schreeuwt:
“je zult het spannend vinden, of je nu wilt of niet!” Het is niet
spannend.

Ik hoop dat wanneer Mike Van Diem eindelijk een Amerikaanse film te
regisseren krijgt, dat hij er dan wat meer van weet te maken dat
dit misbaksel. Het kan ook moeilijk anders.

http://thespygame.net/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

twaalf + 19 =