Daredevil


Iemand, ergens in de Verenigde Staten, heeft een duivels plan
ontwikkeld. Het is geen superschurk in een technologisch hoog
geavanceerde schuilplaats diep onder de grond, in de zee of in de
ruimte, die de wereld wil opblazen met het één of ander doomsday
device. Nee, het is een machtige Hollywoodproducer met een
pinkringetje en een dikke sigaar in z’n mond (kan ik mij
voorstellen), die besloten heeft om letterlijk elk stripverhaal dat
Marvel ooit heeft uitgegeven, te verfilmen. We hadden al
‘Superman’, ‘Batman’, de ‘X-Men’ én
‘Spider-Man’. Nu krijgen we
‘Daredevil’, een zoveelste wreker in een ridicuul pakje. En het
wordt nog erger: volgend jaar krijgen we ‘The Hulk’, over een man met zo’n vreemde
huidskleur dat zelfs de meest verknochte anti-racist hem zou
aanraden naar die dokter van Michael Jackson te gaan.

Waarom is dat zo erg? Wel, omdat al die superhelden verdacht
sterk op elkaar lijken, vindt u ook niet? Je hebt een kneusje van
een hoofdpersonage (in dit geval Matt Murdock genaamd), die door
een ongeluk (in dit geval met chemische vloeistoffen) over
bovenmenselijke krachten gaat beschikken. Matt Murdock verliest
zijn zicht, maar zijn overige zintuigen worden plots eens zo
krachtig – zijn gehoor neemt indrukwekkende vormen aan, en aan de
vibraties die geluiden door de grond en door voorwerpen sturen, kan
hij zich een visualisering maken van de wereld om hem heen. Met
andere woorden: hij is blind, maar niet echt. Misschien verklaart
dat waarom hij ooggaten in zijn Daredevilpak knipt.

Wanneer Matts vader vermoord wordt door ongekende slechteriken
in dienst van misdaadkoning King Pin (die namen!), besluit hij een
nieuwe identiteit aan te nemen. Overdag is hij Matt Murdock, blinde
advocaat die enkel onschuldige cliënten aanneemt (yeah, right), ‘s
nachts is hij Daredevil, beschermer van weduwen en wezen.

Net als Spider-Man, is Daredevil actief in New York, een stad
die stilaan krioelt van de superhelden – waarom gaf Matt Murdock
niet gewoon Peter Parker even een ringetje om zijn vader te wreken?
Dat had hem behoorlijk wat moeite en latex bespaard.

Nu ja. Wat we krijgen, is een seniele plot waarin Daredevil op
zoek gaat naar de ware identiteit van de King Pin – die overigens
gespeeld wordt door Michael Clarke Duncan, ooit de grote
vriendelijke reus uit ‘The Green Mile’, nu niet meer zo
vriendelijk. Hij wordt verliefd op de onmogelijk knappe Jennifer
Garner als Elektra Natchios (ik herhaal: die namen!), én krijgt met
de complimenten van King Pin zelve, psychopatische huurmoordenaar
Bullseye (nog zo één!) achter zich aan.

Die Bullseye is trouwens het enige halfweg leuke personage in de
film. Gespeeld door Colin Farrell, die zich hier duidelijk zit te
amuseren, is hij een man die zonder te kijken dartspijltjes,
messen, injectienaalden en potloden gebruikt om zijn vijanden met
één welgemikte worp naar de eeuwige jachtvelden te sturen. Zijn
reactie op een zeurend oud vrouwtje dat naast hem zit in een
vliegtuig, is de beste scène uit de film. Niet dat dat zoveel wil
zeggen. Het was echt jammer dat er zo weinig met zijn personage
werd gedaan.

Maar dat geldt dan weer voor àlle personages, buiten dat van Ben
Affleck, in deze film. ‘Daredevil’ is een one-man-show voor de held
van dienst, waarbij nevenpersonages, inclusief de love interest én
de grote schurk, haastig worden afgehaspeld. We zien Joe Pantoliano
vluchtig door het beeld flitsen als een journalist voor een
sensatieblad, en we menen Jon Favreau te kunnen herkennen als Matts
partner in z’n advocatenpraktijk, maar hoe kunnen we zeker zijn dat
zij het wel waren? Ze krijgen nauwelijks enige tijd om een indruk
te maken. Vergelijk dat met de manier waarop Willem Dafoe en
Kirsten Dunst toch nog de gelegenheid kregen om een aanvaardbaar
personage neer te zetten in ‘Spider-Man’, de beperkingen van het genre
in acht genomen.

Het feit dat de film blind is voor alle personages buiten
Daredevil zelf, zorgt ervoor dat er nergens een dramatische boog
gespannen wordt. Matt Murdock heeft met niemand een relatie die ook
maar in de verste verten geloofwaardig genoemd kan worden, waardoor
dramatische scènes dood in het water vallen. Ik denk hierbij vooral
aan een plotwending op het einde, die duidelijk als intens tragisch
bedoeld was, maar enkel op een schouderophalen ontvangen wordt. Wie
kan het wat schelen?

De speciale effecten zijn evenwel sterk, beter dan die van
‘Spider-Man’. Je zou je kunnen
afvragen hoe het komt dat Matt Murdock plots tussen gebouwen aan
weerszijden van een brede straat kan springen omdat zijn zintuigen
sterker zijn geworden, maar dat is niet de bedoeling. Ook de andere
personages nemen het immers niet zo nauw met de wetten van de
zwaartekracht. Het punt is dat ze er redelijk geloofwaardig uitzien
wanneer ze dat doen.

Maar dan word je weer geconfronteerd met het feit dat geen
enkele actiescène in deze film erg opwindend is. Voor een verhaal
dat werd gebaseerd op een stripverhaal, is het onbegrijpelijk hoe
weinig fantasie er met deze productie gemoeid is. Elk gevecht is
een duel tussen Daredevil en één van zijn talrijke, haast
gezichtloze vijanden. Er is nauwelijks inventiviteit in terug te
vinden, en voor zover die al aanwezig is, wordt ze ondermijnd door
een ondermaatse regie en montage, die chaos boven
overzichtelijkheid stellen. Neem bijvoorbeeld een gevecht aan het
begin van de film, waarin een nachtclub vakkundig aan gruzelementen
wordt geschoten – stroboscopisch licht (epilepsiepatiënten
opgelet!), en heen en weer vliegende kogels worden hoofdzakelijk
getoond in snel op elkaar volgende close-ups, zodat we geen enkel
gevoel krijgen van de choreografie van de scène. Wie bevindt zich
waar op elk gegeven moment tijdens de scène, wat is de logica van
het gevecht? Een goeie actieregisseur (denk maar aan John Woo op
een goeie dag), kan dat steeds duidelijk houden voor z’n publiek.
Regisseur Mark Steven Johson niet – tegen de tijd dat het gevecht
afgelopen is, heb je het gevoel dat je even blind bent als
Daredevil zelf. En néé, dat was echt niet de bedoeling.

Blijven nog over: lamentabele dialogen (verkrachter: “What do
you want?”, Daredevil: “Justice”!, publiek: *kreun*), en een nogal
onaangename religieuze connotatie aan het hele verhaal. Daredevil
noemt zichzelf een “guardian devil”, een bewaarduivel, die zich
vanaf het begin op een dikwijls meedogenloze manier aan
vigilante-geweld schuldig maakt. Kijk maar eens hoe het afloopt met
de verkrachter. Een bevriende priester is de enige die Matts geheim
kent, en op het einde moet ook deze priester inzien dat de manier
waarop Daredevil het recht in eigen handen neemt, de enige leefbare
is om de straten veilig te houden. Ik ga het wellicht allemaal veel
te ver zoeken, maar het smaakte een beetje naar door de kerk
gesanctionneerd geweld (een groot deel van de climax van de film
speelt zich in een kerk af). Dat soort van dubbelzinnigheden zou
men in een film rond een superheld gewoon achterwege moeten
laten.

‘Daredevil’ zal, mijn bezwaren en die van anderen ten spijt,
ongetwijfeld appeleren aan zijn doelpubliek: twaalfjarigen en
volwassenen die het echt niet kunnen laten (u kent ze wel: veertig
jaar, wonen in de kelder bij hun ouders, hebben nog nooit een
vriendin gehad, gaan mij nu kwade mails sturen). Ieder z’n meug,
natuurlijk, maar mij doet dit helemaal niets. Er zitten veel te
veel goede films in de zalen, momenteel, om hier uw kostbare tijd
aan te verspillen.

http://www.daredevilmovie.com/

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

15 − zeven =