Bringing Down The House




Eén van de meest verguisde films van het voorbije jaar, deze
‘Bringing Down The House’ – voor wat uiteindelijk weinig meer of
minder is dan een vrij banale romantische komedie, is het opvallend
hoe fel sommige reacties waren. Woorden als “racistisch” en
“beledigend” vlogen in het rond, terwijl de film in feite geen van
beiden is. ‘Bringing Down The House’ is een volslagen schadeloze
manier om negentig minuten van uw leven te vergooien – een acute
lachkramp zult u er niet aan overhouden, maar in tegenstelling tot
andere recente werkjes, zoals ‘Van
Wilder’
en ‘Legally Blonde 2’,
kreeg ik persoonlijk ook geen zin om na een kwartier de zaal te
verlaten.

Steve Martin speelt Peter Sanderson, een succesvolle fiscale
advocaat wiens meest intieme relatie die met z’n gsm is. Via het
internet maakt hij afspraakje met een vrouw van wie hij denkt dat
ze hetzelfde beroep uitoefent, maar wat hij over de vloer krijgt is
Charlene Morton (Queen Latifah, van ‘Chicago’). Charlene is net uit de
gevangenis ontsnapt, waar ze vastzat voor een gewapende overval die
ze beweert niet gepleegd te hebben. Ze chanteert Peter tot ze hem
zover krijgt haar te helpen, en wat volgt, is een volmaakt
voorspelbare klucht, waarin Charlene haar nieuwe advocaat helpt om
contact te leggen met z’n vervreemde kinderen (zucht), waarin de
racistische buren en cliënten van Peter op hun donder krijgen
(kreun), en waarin Charlene uiteraard haar onschuld zal bewijzen
(snurk).

‘Bringing Down The House’ probeert enige meerwaarde aan de
dertien-in-een-dozijn plot toe te voegen, door een aantal raciale
situaties in te werken, wat de film dus niet altijd in dank werd
afgenomen. Voor mij was het duidelijk dat het hart van de
filmmakers wel degelijk op de juiste plaats zat, en oh wat bedoelen
ze het toch allemaal goed – maar daarmee maak je nog geen geen
degelijke film.

Wat regisseur Adam Shankman hier doet, is alle stereotypes van
zowel zwart als blank voor het voetlicht slepen, onveranderd sinds
de jaren zestig. Elke blanke in deze film, met als enige
uitzondering een geile collega van Peter, gaat ervan uit dat
Charlene wel een serveerster, kinderjuf, crimineel of alledrie zal
zijn. Het ongegeneerde racisme dat de personages van ‘Bringing Down
The House’ tentoon stellen, bestaat ongetwijfeld nog, in de VS en
hier. Maar de makers hadden wel mogen beseffen dat dit de 21ste
eeuw is, totaal verschillend van de 20ste in die zin dat er nog net
evenveel racisten zijn, maar dat ze geleerd hebben hun gevoelens
weg te moffelen onder het tapijt van hippe politieke correctheid.
Laat ons gewoon zeggen dat ik maar weinig blanken nog luidop
liedjes uit het slaventijdperk zie zingen.

En zoals het een film met die mate van subtiliteit past, komen
de zwarten er niet beter van af – men heeft het nog net niet
aangedurfd om hen allemaal als drugdealers voor te stellen, maar
het taaltje, de kledij en de maniertjes zijn er helemaal. Shankman
probeert een satirisch punt te maken door de clichés van beide
kanten uit te vergroten, maar eindigt enkel met farce. Satire werkt
het best wanneer het subtiel is, wanneer het onverwacht wordt
ingewerkt in het verhaal dat we aan het volgen zijn. Hier wordt het
je recht in het gezicht gesmeten, en het is moeilijk om er een hele
film lang mee te blijven lachen zonder dat het geforceerd gaat
aanvoelen.

Dat er af en toe toch te lachen valt, is in de eerste plaats de
verdienste van de acteurs, die veel beter zijn dan het materiaal
dat ze gekregen hebben. Steve Martin is altijd betrouwbaar in dit
soort rollen, maar het is Queen Latifah die de show steelt, met een
zeer frisse, sympathieke vertolking. De beste scène in de film, en
de enige waarmee ik hardop het gelachen, was er één ongeveer
halverwege, waarin Peter een rijke, militant racistische cliënte
(de heerlijke Joan Plowright) te eten heeft. De manier waarop
Latifah tijdens die hele scène woordenloos kwader en kwader wordt,
is fantastisch om naar te kijken. Als u al een reden wilt om naar
‘Bringing Down The House’ te gaan zien: dat is hem.

Voor het overige is er maar weinig te vinden, vrees ik: het
verhaaltje slaat nergens op, de regie is tam, en maar al te veel
komische situaties worden niet ten volle benut. Neem bijvoorbeeld
een bijrolletje van Betty White (ooit nog één van de Golden Girls,
jawel), als onnozele buurvrouw. Ze krijgt één briljante regel tekst
(“ik dacht dat ik iemand negro hoorde praten”), en daar blijft het
dan bij. Een dergelijk personage schreeuwt er gewoon om meer te
doen te krijgen. Hetzelfde geldt voor een naar geld gravende
vriendin van Peters ex-vrouw, die uitgaat met tachtigjarige
miljonairs aan een beademingsapparaat: zelden een bitch gezien met
zoveel potentieel voor een komedie, maar ze geven haar één leuke
scène, en afgelopen.

‘Bringing Down The House’ is een niet al te slimme komedie, met
voor elke geslaagde grap vijf flauwe. Maar het is géén rampzalige,
of racistische film, en de voorbije zomer heeft al heel wat erger
zaken gebracht.

http://webevents.yahoo.com/touchstone/bringingdownthehouse/advision.asp

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

negen − 8 =