Bridget Jones’s Diary


Ze is 32 jaar oud, rookt te veel, drinkt te veel, weegt te veel
en begint stilaan wanhopig te worden over haar vooruitzichten ooit
nog een man te vinden die langer dan de gemiddelde 15 minuten bij
haar wilt blijven. Haar naam is Bridget Jones, en enkele jaren
geleden verblijdde ze de helft van de vrouwelijke aardbewoonsters
onder ons door een dagboek bij te houden.

Blijkbaar moeten de belevenissen van Jones bij heel wat dames
een belletje hebben doen rinkelen – hoe valt het anders te
verklaren dat vrouwen die voor het overige alle tekenen van mentale
gezondheid vertonen, plots beginnen bij te houden hoeveel
sigaretten ze roken, hoeveel eenheden alcohol ze consumeren en
hoeveel ze wegen op een dagelijkse basis? Dat ze gaan citeren uit
het boek alsof het een soortement bijbel betrof? Dat Helen
Fielding, geestelijke moeder van Bridget Jones, min of meer een
rolmodel voor onzekere vrouwen overal ten lande is geworden in
plaats van de middelmatige schrijfster die ze werkelijk is?

Dat er een film gemaakt zou worden van ‘Bridget Jones’s Diary’
was wellicht onvermijdelijk, en het besluut Renée Zellweger te
casten als het titelpersonage werd de producenten aanvankelijk niet
in dank afgenomen: een Texaanse, best bekend voor haar rol in
‘Nurse Betty’, als een typisch
Engelse heldin? Fans van het boek steigerden.

Dat hadden ze evengoed kunnen laten, want Zellweger is de
voornaamste reden geworden om de film te gaan bekijken. Haar accent
klinkt overtuigend, haar pruilmondje en continu verbaasde blik
staren de wereld in met een onbevangenheid die precies goed
overkomt. We zien Bridget tijdens de openingssequens, moederziel
alleen, gekleed in een vrij absurde pyjama, de woorden van ‘All By
Myself’ zitten dubben, ondertussen de muziek meespelend op een
lucht-drumstel, en we geloven haar. Iedereen die ooit alleen thuis
heeft gezeten, ervan overtuigd dat heel de wereld zich amuseert
behalve jij, zal dit herkennen – misschien niet de daad zelf, maar
het gevoel dat Zellweger heel effectief ermee uitstraalt.

Er zitten een aantal goede momenten in deze film: Hugh Grant die
strontlazarus een vuile limerick opzegt, vervolgens van zijn
roeibootje in dat van Bridget wil stappen, en schreeuwt: “I’m the
king of the world!”, vooraleer hij het water in dondert – kijk, dat
is dus grappig, gewoon heel objectief is dat grappig.

Het probleem is echter dat het er allemaal te dik wordt
opgelegd. Aan het begin van de film zien we Bridget het huis van
haar ouders binnenlopen, die, zo vertelt ze ons in voice-over,
augurken doorprikt met tandenstokers een teken van klasse vinden.
Dat hadden we ook kunnen zien natuurlijk, de details liggen voor
het oprapen en ze zijn geestig genoeg. Maar aangezien dat een
niveau van concentratie veronderstelt die de schrijvers en
regisseur (waarschijnlijk terecht) van het publiek niet verwachten,
krijgen we die voice-over die het ons in het gezicht duwt.
Hetzelfde gebeurt enkele minuten later, wanneer Bridget een
onvergeeflijke sociale blunder slaat. We krijgen een reactie-shot
op het gezicht van Zellweger, en als ondertitel komt er op het
scherm: “fuuuuuuuuuck”! Dat is misschien wel geestig, maar het had
wellicht nog veel beter gewerkt als ze het lef hadden gehad om
Zellweger gewoon het werk te laten doen met haar gezicht.

Hugh Grant is sowieso een aanwist voor de film, in een van zijn
eerste uitstapjes als smeerlap – de meeste leuke momenten komen uit
zijn wisselwerking met Zellweger. Want laten we wel wezen, Bridget
Jones is uiteindelijk niet meer dan de aangeefster in haar eigen
film – zij is the straight one, die het altijd goed probeert te
doen en keer op keer onvoorstelbare blunders begaat. Het is in de
reactie van anderen op haar, in de manier dat anderen met haar
omgaan, dat de ware humor ligt. Grant heeft dat begrepen en heeft
het talent én de tekst om dat op te vangen. “Romantic interest #
2”, Colin Firth, heeft dat niet – zijn rol is er expliciet voor
ontworpen saai te zijn, kun je nagaan. Het gevolg is dat de film
langzaam doodbloedt na het vertrek van Grant, hoe goed Zellweger
ook mag zijn. Een zeer welkome adrenalinestoot komt er, niet
toevallig, tijdens die ene grote scène waarin Grant terugkeert: het
gevecht tussen hem en Colin Firth is één van de hoogtepunten van de
film.

‘Bridget Jones’s Diary’ bevat zoveel goede elementen dat het
werkelijk zonde is dat er niet meer mee werd gedaan. Vrouwen van om
en bij de 32 zullen het vast niet met me eens zijn, maar er
mankeren gewoon teveel elementen om hier iets meer dan een
middelmatige romantische komedie van te maken.

http://www.miramax.com/bridgetjonesdiary

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

2 × drie =