Brazil

Terry Gilliam is één van de meest bevlogen, geïnspireerde, en
moeilijke regisseurs die ik ooit aan het werk heb gezien. Moeilijk
in de eerste plaats omdat hij steeds opnieuw geïnteresseerd is in
excentrieke, persoonlijke verhalen die een beperkt publiek
aanspreken, maar die wel zo grootschalig zijn, dat ze een groot
budget vereisen om te realiseren. En moeilijk omdat je als kijker
gebombardeerd wordt met een stortvloed aan ideeën en visuele
fratsen die vaak moeilijk te verwerken, laat staan te bespreken
zijn na een enkele visie. Waar de meeste films één of twee ideeën
nemen en daar een heel verhaal aan ophangen, bevat een Terry
Gilliamfilm op z’n minst vier of vijf centrale gedachten, die aan
elkaar geknoopt worden via een complex systeem van waanzinnige
personages, moeilijk na te vertellen verhaallijnen, en een
allesoverheersende, anarchistische sfeer van nauwelijks ingehouden
chaos.

‘Brazil’ was Gilliams meesterwerk. Een beklemmende,
claustrofobische studie van een nabije toekomst die volledig wordt
beheerst door een onoverkomelijke bureaucratie, een overheid van
naam- en gezichtsloze klerken die zich verbergen achter immense
stapels papier. Central Services, een allesomvattende dienst,
beheerst elk element van het leven, en voor al hun diensten valt er
natuurlijk papierwerk af te handelen. Mensen die als bedreigend
worden ervaren door de overheid, worden summier gearresteerd, en
hun familieleden krijgen een ontvangstbewijs voor het slachtoffer
in handen geduwd. De hele wereld dient immers zo efficiënt en
correct mogelijk te zijn. Iets is pas waarheid wanneer het op
papier staat en afgestempeld is. Fouten zijn, uiteraard,
onmogelijk.

Tot er een fout gebeurt. Wanneer één van de gedachtenloze
potloodlikkers een insect doodslaat dat in één van de computers
terechtkomt, veroorzaakt dit een printfout – waar de naam Tuttle
had moeten staan, staat nu plots Buttle, en de verkeerde man wordt
gearresteerd en uit zijn huis gesleurd, om kort daarna mysterieus
te overlijden. De verkeerde man, en toch weer niet. De naam stond
immers op het formulier.

Jonathan Pryce speelt Sam Lowry, een functionaris die zijn
eigen, onbelangrijke rol speelt in het radarwerk van de
bureaucratie, maar die droomt van een beter leven – dat van een
held die het hart van een mooie jonkvrouw wint en succesvol strijd
levert met alle krachten die tegen hem samenspannen. Sam dient de
Buttle/Tuttle-fout af te handelen, en tijdens een bezoek aan
Buttle’s echtgenote, vangt hij een glimp op van zijn droomvrouw.
Hij is ervan overtuigd dat zijn jonkvrouw echt bestaat, en voor het
eerst gaat Sam risico’s nemen om haar te krijgen.

‘Brazil’ werd vaak vergeleken met werken als ‘1984’ en het
oeuvre van Kafka – een begrijpelijke vergelijking, hoewel hier geen
sprake is van één dictatoriale figuur, een Big Brother, die overal
de leiding over heeft. Central Services is een gezichtsloze
structuur, waarin de hiërarchie omhoog leidt tot in het oneindige.
Niemand heeft echt zicht op het geheel, ze weten enkel wie er
direct boven hen staat. Vrije wil – of althans de illusie van vrije
wil – is er nog steeds, maar ze wordt wel continu beïnvloed door
dogma’s van hogerhand, die hen erop wijzen dat het hun plicht is
ervoor te zorgen dat alles zo efficiënt mogelijk verloopt. Hou de
stad rein. Zorg ervoor dat je zoveel mogelijk machines in huis
hebt, uiteraard afkomstig van Central Services. En bovenal, stel
geen vragen wanneer iemand een stuk papier onder je neus duwt. De
authoriteit van een ondertekend en afgestempeld document is
absoluut. Op die manier speelt ‘Brazil’ zich af in een totalitaire
wereld, maar dan wel in één waar de dictatuur onderhuids is,
subtiel aanwezig in de structuur van het systeem.

Het feit dat de mensen van ‘Brazil’ zich schijnbaar niet eens
bewust zijn dàt ze onderdrukt worden, zorgt er ook voor dat er geen
reëel verzet tegen de overheid komt. Er zijn individuen die tegen
de stroom ingaan, zoals een ludieke, heldhaftige loodgieter,
gespeeld door Robert De Niro, maar ze zijn lang niet met genoeg om
een organisatie te vormen. De overheid daarentegen, wil haar
burgers bang maken met verhalen van terroristische organisaties om
gehoorzaamheid af te dwingen – wat een detail van de plot is dat
bijna visionair genoemd kan worden, gezien recente
gebeurtenissen.

Gilliam maakte deze film als reactie tegen de toenemende
bureaucratie die hij overal waarnam, én als aanvulling op een thema
dat hij eerder al had aangeraakt, en waar hij later nog op door zou
gaan: dat van de dromer, de man met het mislukte leven die maar al
te graag genoegen neemt met een fictief geslaagd leven. Hij maakte
van ‘Brazil’ een inhoudelijk veelgelaagd, en visueel onvoorstelbaar
rijk spektakel, met droomsequensen die getuigen van een onstuitbare
fantasie – alsof de animaties die Gilliam vroeger maakte voor Monty
Python plots tot leven komen. Monsters met maskers van
babygezichten voor, plots uit het landschap oprijzende
torengebouwen, gekooide dames, gigantische samurai en nog veel
andere bizarre beelden worden tegen het scherm gekwakt met enorm
veel gevoel voor humor en lef, én ook met behoorlijk wat
arrogantie. Voor elke Gilliamfilm geldt immers: je houdt ervan of
je haat het. En als je het haat, dan is dat jouw probleem, maar de
film gaat niet staan wachten tot jij de tijd hebt om alles bij te
benen.

Jonathan Pryce is het anker van de film, de man die ons door de
chaos moet leiden, en hij doet dat bewonderenswaardig – let op de
manier waarop hij met z’n ogen acteert in elke scène waarin zich
meer dan één ander personage bevindt. Gezien zijn situatie en de
wereld waarin hij leeft, kan hij nooit luidop zeggen wat hij denkt,
maar zijn ogen spreken alles wat hij zegt tegen, en maken het
perfect duidelijk wat hij voelt.

‘Brazil’ is een soort van klassieker geworden, al was het maar
omdat er vijf verschillende versies van in omloop zijn. De
originele montage van Gilliam werd te deprimerend en verwarrend
bevonden door de studio, waarop er een oorlog om de release
ontstond – op die manier begon men aan de film te knoeien, tot er
van de oorspronkelijke 142 minuten, nog maar 94 overbleven, met een
toeter van een happy end eraan vastgeplakt, en als enige duidelijke
thema: “liefde overwint alles”. De originele ‘Brazil’, die van
Terry Gilliam, is een uitbundig meesterwerk, dat volgepakt zit met
ideeën, surrealistische, benauwende sets (zelfs wanneer de
personages buiten zijn, lijkt het alsof ze binnen zitten omdat de
gebouwen zo dicht op elkaar staan), en waanzinnige rekwisieten. In
deze éne film zit genoeg materiaal voor een trilogie, maar de
regisseur vuurt het allemaal zo snel op ons af, dat je je voor het
einde misschien duizelig gaat voelen.

Nooit eerder en nooit sindsdien hebben we wereld van ‘Brazil’ op
film gezien. Van de eerste tot de laatste minuut is het een unieke
ervaring, die het verdient om gekend te zijn en blijven onder de
volgende generatie filmfans die ondertussen is ontstaan.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

een + 10 =