A Beautiful Mind


John Nash Jr., was één van de meest invloedrijke wiskundigen van
de tweede helft van de twintigste eeuw. Hij ontwikkelde economische
speltheorieën die tot vandaag het financiële leven mee bepalen. Hij
was een genie met cijfers.

Op school waren dat het soort van etters die ik niet kon
uitstaan – die wiskundige types, bedoel ik. Irritante schepsels. En
na het bekijken van de film lijkt ook John Nash me niet bepaald het
soort mens waarmee je graag op café zou gaan. We zien hem voor het
eerst op Princeton, waar hij schuchter in een hoekje zit, een
slecht passend bruin pak aan z’n lijf, een belachelijke vlinderdas
scheef aan z’n boord. Hij hoort nergens bij, en zo schijnt het hem
te bevallen. Zijn poging tot sociaal contact met zijn medestudenten
beperkt zich tot een opmerking over de lelijkheid van de das van
één van hen. Leuk bedoeld, ongetwijfeld. Wanneer hij een meisje
tracht te versieren, doet hij dat met de onsterfelijke woorden dat
hij heel graag seks met haar zou hebben. Tenslotte gaat het toch
maar over een overdracht van lichaamsvloeistoffen, nietwaar?

Nash gaat nooit naar de lessen, hij heeft het te druk met zijn
eigen project: een waarlijk origineel idee te vinden, en dan nog
liefst een dat de samenhang van alles in het universum kan
verklaren. Zover komt hij niet, maar hij schrijft wel een thesis
die 150 jaar wiskundige theorie tegenspreekt en gelijk gegeven moet
worden.

Het leven van Nash schijnt beter te gaan wanneer hij een
studente ontmoet die zowaar door zijn onaangepaste facade heen ziet
en van hem leert te houden. Hij trouwt met haar, zij wordt
zwanger… En dan begint de ellende. Nash is namelijk een paranoïde
schizofreen geworden, die zich inbeeldt dat hij door de één of
andere obscure overheidsorganisatie ingehuurd is om codes uit
verschillende dag- en weekbladen te halen, die de locatie van een
Russische atoombom op Amerikaanse bodem bevatten. Nash gaat op zoek
naar de code, die hij letterlijk overal ziet opduiken: in
krantekoppen, in reclameboodschappen, overal. De zoektocht naar een
verklarend geheel heeft hem dan toch waanzinnig gemaakt.

Dit alles schijnt waar gebeurd te zijn, hoewel er stemmen opgaan
die zeggen dat Hollywoodiaanse romantisering een bijzonder grote
rol hier heeft gespeeld. Zo was de echte John Nash biseksueel,
vluchtte hij een jaar lang naar Europa, en is hij pas enkele jaren
geleden hertrouwd met zijn vrouw. Dit alles zie je niet in de film,
en velen menen dat dit een reden is om ‘A Beautiful Mind’ als
minderwaardig af te schepen. Dat lijkt mij echter weinig zinnig –
een film is niet de plek om feiten over een bepaald onderwerp te
brengen. Je kunt nu eenmaal onmogelijk op twee uur tijd een
volledig mensenleven uit de doeken doen. Het enige waarnaar men wel
kan streven, is een zekere emotionele en morele waarheid te
bereiken, een zekere oprechtheid. En daarin slaagt men hier wel.
Met glans zelfs.

Het scenario van Akiva Goldsman, waarheidsgetrouw of niet, is
sowieso een mooi staaltje van goed technisch schrijfwerk. Van een
goede filmstructuur. De man gebruikt een bijzonder clevere truc om
het publiek min of meer in de positie van John Nash te plaatsen. U
merkt het wel als die er is. Opeens kunnen we ons inbeelden hoe het
moet voelen om een dergelijke aandoening te hebben. Om er niet meer
zeker van te kunnen zijn wat de werkelijkheid is, en wat een
illusie. Er komt een omkering in de film, en terwijl de wereld van
Nash instort, beseffen wij zeer goed wat hij voelt. Op die manier
wordt een mentale ziekte voelbaar gemaakt, begrijpelijk voor een
publiek dat toch voor ongeveer de helft uit mentaal gezonde mensen
bestaat. Ongeveer.

Veel hangt natuurlijk af van de manier waarop een dergelijke rol
wordt gespeeld. Schizofrenen en andere gehandicapten, het zijn het
soort rollen waar in grote letters “Oscar” op geschreven staat, ze
zijn er dol op. En in dit geval zou dat niet eens onterecht zijn –
Russell Crowe is continu geloofwaardig in een rol die hem verplicht
47 jaar te verouderen. We zien hem zich in zichzelf terugtrekken,
we lezen de woede, de angst, de frustratie en het verdriet van zijn
gezicht zonder dat hij er ooit voor hoeft te overdrijven. Het is
een schitterende prestatie, voor een rol die zijn diepgang als
acteur benut zoals geen enkele Gladator ooit zou kunnen. Jennifer
Connelly, verleden jaar nog in ‘Requiem
for a Dream’
, houdt zich manhaftig staande tegenover de
potentieel showstelende rol van Crowe, maar van alle bijrollen is
het Ed Harris die het meest indruk maakt als schemerachtige
overheidsagent. Niemand heeft zo’n expressieve kaalkop als Harris.
Met zijn enorme lengte, zijn helderblauwe ogen en zijn diepe stem
zet hij alweer een personage neer dat precies de juiste onderhuidse
dreiging weet uit te stralen.

Ron Howard regisseert zoals we dat van hem gewend zijn: zonder
al te veel poespas. Hij is een degelijk regisseur, die voor elke
film de gepaste stijl weet te vinden en telkens als een kameleon
binnenin zijn onderwerp verdwijnt. Dat maakt dat al zijn films
afzonderlijk meer dan adequaat zijn, maar dat hij als regisseur nog
steeds geen eigen persoonlijkheid heeft ontwikkeld. Je kunt naar
eender welke film van Howard kijken zonder te weten wie nu
eigenlijk de regisseur was. De man heeft geen oeuvre, maar een
reeks films die haast per toeval allemaal door hem gemaakt
werden.

Ook hier kleurt Howard netjes binnen de lijnen van het genre:
het is allemaal uitstekend gedaan, maar er worden nergens risico’s
genomen. Deze film is fascinerend door zijn script en zijn acteurs,
en absoluut niet door de regie, die tamelijk doordeweeks is.

Dat gezegd zijnde, moet ik er aan toevoegen dat ‘A Beautiful
Mind’ op haast miraculeuze wijze de vallen van de sentimentaliteit
weet te mijden – er zitten een paar scènes in waarin het niet veel
scheelt, maar vergelijk dit eens met de doorsnee biopic. Misschien
kunnen we Howard daar wel voor bedanken? Dit noemt men dan de
“betere tranentrekker”, een film die emotioneel kan zijn zonder
gratuit te wezen. Respect, man!

A Beautiful Mind

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

12 − 7 =