Das Experiment


In 1971 voerde professor Zimbardo aan de Stanford University in
Californië een psychologisch experiment uit, dat erin bestond
twintig mensen in een geïmproviseerde gevangenis te zetten. Acht
bewakers, twaalf gevangenen die in principe volledig aan hun
bewakers waren overgeleverd. Het experiment liep zeer snel uit de
hand en moest na zes dagen worden stilgelegd, toen bleek dat de
bewakers hun rol iets te ernstig namen. Ze gingen zich te buiten
aan mentale vernederingen van de gevangenen, die het dan ook steeds
moeilijker gingen krijgen en tekenen van depressie gingen
vertonen.

Over de loop der jaren is het verhaal van dit experiment
uitgegroeid tot een soort van legende – mensen vertelden het aan
elkaar door, en tegen de tijd dat wij ervan hoorden, waren er al
een paar doden gevallen. Het boek ‘Black Box’, waarvan ‘Das
Experiment’ een verfilming is, lijkt eerder gebaseerd op de door
geruchten aangedikte versie van de feiten dan op de realiteit.

Niet dat dat zo belangrijk is – ‘Das Experiment’ laat zich op de
aftiteling kennen als een fictiefilm, hooguit geïnspireerd door een
echt voorval. En op die termen is het absoluut geen slechte
film.

Moritz Bleibtreu speelt Tarek, een taxichauffeur/journalist die
zichzelf vrijwillig aanmeldt voor het experiment en als gevangene
in de cel terecht komt. Aanvankelijk gaat alles goed: we zien de
bewakers en hun gevangenen kennis maken, we horen wat ze zoal doen
in het echte leven, en er mag al eens gelachen worden ook. Maar dat
verandert snel. Tarek weet niet wanneer hij zijn mond moet houden,
en de bewakers verzinnen straffen om hun rol in het experiment te
handhaven. Wat begint met push-ups, degradeert tot mentale en
tenslotte fysieke marteling.

Regisseur Oliver Hirschbiegel verdiende zijn sporen met het
regisseren van afleveringen uit tv-series als ‘Tatort’. Veel
filmmakers die in televisie beginnen, raken die achtergrond nooit
echt kwijt, en blazen voor hun film in feite gewoon een tv-serie op
tot cinemaformaat. Hirschbiegel niet, verrassend genoeg. Hij heeft
een duidelijk visueel talent, dat zich hier vertaalt in een zeer
mooi uitgebalanceerd kleurenpalet van streng wit, afgewisseld met
scènes die zich afspelen in diepe, contrastrijke schaduwen, en in
overwegend groen licht. Groen wordt hier voornamelijk gebruikt
tijdens kritische momenten voor de deelnemers aan het experiment,
en dat is goed gevonden: het is een kleur die traditioneel wordt
geassocieerd met waanzin, jaloezie, nijd. Bovendien weet
Hirschbiegel steeds waar hij zijn camera moet plaatsen; drie vierde
van de film speelt zich af in de korte gang waar de cellen op
uitgeven, maar hij blijft nieuwe set-ups vinden, nieuwe
camerabewegingen, die de film fris houden, zonder de aandacht op
zichzelf te trekken.

Daar staat wel tegenover dat de structuur van de film nog wat te
wensen overlaat; om het personage van Bleibtreu enige
psychologische diepgang mee te geven, wordt af en toe teruggegaan
naar zijn herinneringen aan en fantasieën over zijn vriendin. Ik
kan er het nut wel van inzien, zeker aangezien haar personage
uiteindelijk nog een belangrijke rol zal spelen en ze toch
geïntroduceerd moet worden, maar het breekt wel telkens de
claustrofobische sfeer van de film. Ook andere elementen, zoals een
James Bond-achtige bril met ingebouwde camera, doen weinig ter zake
en zijn weinig geloofwaardig.

Anderhalf uur lang is ‘Das Experiment’ echter uitstekende
cinema: spannend en engagerend. Bleibtreu als leider van de
gevangenen, Justus von Dohnanyi als de meest sadistische van de
bewakers en Oliver Stokowski als sullig kneusje zijn uitstekend.
Vooral Stokowski weet, weliswaar met een goed geschreven rol, een
zeer reëel personage neer te zetten, die met één blik enorm veel
emotie kan overbrengen. Hirschbiegel houdt de gebeurtenissen goed
in de hand, weet de vaart erin te houden en laat soms een venijnig
gevoel voor humor merken: het gebruik van een nummer van The Beach
Boys tijdens een bijzonder intense scène getuigt daarvan.

De manier waarop het experiment uit de hand begint te lopen,
komt aanvankelijk zeer geloofwaardig over, en ligt ook in de lijn
van wat er werkelijk gebeurde tijdens het Stanford Experiment. Maar
dan is de film plots negentig minuten bezig en Hirschbiegel
realiseert zich dat hij zijn film moet afsluiten met iets
indrukwekkends. En wat hij bedenkt als einde, deugt niet. Zijn
zorgvuldig opgebouwde psychologische thriller ontspoort plots tot
een ordinaire slasherfilm, en de enige reden waarom je toch nog
blijft kijken, is omdat de acteurs en de grimmige sfeer van eerder
in de film ervoor hebben gezorgd dat je toch wil weten hoe het
afloopt.

Het interessante aan dergelijke films is de vraag: wat zou ik
doen onder gelijkaardige omstandigheden. Een heel lange tijd kunnen
we onszelf in de rollen van zowel de gevangenen als de bewakers
inleven, we weten wat hen drijft, en zelfs wanneer alles veel te
ver begint te gaan, blijven de wreedheden die we zien een
schijnbaar logisch gevolg van wat vooraf ging. Maar niets
verontschuldigt de schaamteloze finale, die bijna een parodie lijkt
op alles wat we eerder zagen en de plausibele psychologische
terreur waar het om draaide.

Wat er overblijft, is een interessante thriller, ontsierd door
een potsierlijk einde. Zie je wel dat niet alleen die Amerikanen
dat kunnen! Jan Verheyen: kijk en leer.

http://entertheexperiment.com

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 + drie =