Coldplay :: A Rush Of Blood to The Head

U heeft ‘m al en het is altijd leuk om de mening van een ander te horen over de CD die je de voorbije weken grijs draaide. Of u heeft hem niet, wilt hem ook niet en hoopt eindelijk eens te lezen dat Coldplay meer overroepen is dan het wapenarsenaal van Saddam of dat de CD harder suckt dan uw buurmeisje. Of (ja, u moet ik hebben) u heeft hem niet en wil weten waar de hype over gaat: "Coldplay? Dat waren toch die Travis-klonen?" Laat mij u van het tegendeel overtuigen.

"For you I’d bleed myself dry" is de zin die enkele duizenden jongeren op Werchter meebrulden, terwijl vier Britse jongens op hun instrumenten inbeukten. Ze komt uit "Yellow", het nummer dat een plaats in hart van iedere muziekliefhebber heeft gevonden (zelfs de hippe clicks ’n cuts-man van de platenboer op de hoek wist me zopas na enige Duvels te melden dat zijn rug enige rillingen vertoont als hij het nummer hoort, dus u mag het ook toegeven). Het pianootje uit "Trouble" vond zijn weg naar Vlaanderen’s huiskamers dankzij In de gloria en hun debuutalbum is ook langzaam in de CD-rekken van menig studentenkot beland. De opvolger is er nu, samen met de torenhoge verwachtingen en de geslepen messen van de muziekpers.

U heeft het reeds elders gelezen: A Rush of Blood to the Head is geen teleurstelling en evenmin meer van hetzelfde. Chris Martin is nog steeds een van de betere Thom Yorke-imitatoren, maar tegenwoordig haalt ook al eens een Bono-falsetto boven ("The Scientist" en "Clocks"). Het gemeenste dat we over dit album kunnen bedenken is dan ook dat het bij momenten wat dichtbij U2’s The Unforgettable Fire en The Joshua Tree heeft gelegen, maar dan zijn we wel heel gemeen.

Wat vooral opvalt aan A Rush of Blood to the Head is dat de heren geëvolueerd zijn en niet langer als Radiohead-kloon kunnen bestempeld worden. Ze hebben ook goed naar U2, Echo & the Bunnymen en The Smiths geluisterd, maar doen er hun heel eigen ding mee. De hemelse melodieën van Chris Martin gaan in zowat elk nummer een gevecht aan met de ritmesectie. Op hun debuutalbum Parachutes sprong het al in het oor, maar nieuwe nummers als "Politik" en "Daylight" worden vooruit gestuwd door de drums. Eerste single "In my place", "Warning sign" en "Amsterdam" zijn dan weer een optimalisering van de Coldplay die we van op Parachutes kennen.

Net als dat debuutalbum, geeft A rush of Blood to the Head haar schoonheid niet bij de eerste beluistering prijs. Het is leuk, klinkt mooi, maar niet speciaal. Af en toe een refreintje of een gitaarhook die blijft hangen. Lang niet slecht, maar ook niet geniaal. Een tweede beluistering geeft al wat meer schoonheid prijs en na enige tijd kan je niet meer zonder. Bij Parachutes eindigde dat voor deze recensent na enige tijd in een Coldplay-indigestie. Na drie weken intensief luisteren is dat bij dit album nog niet het geval, maar het kan steeds gebeuren. Consumeren met mate dus, zoals een goeie wijn. Het is echter oh zo moeilijk om niet opnieuw op de play-toets te duwen nadat de laatste toon van "Amsterdam" is weggestorven.

(Nog een klein epiloogje. Op de nieuwe Doves stond een nummer dat sterk aan Coldplay deed denken, maar deze laatsten hebben met "A Whisper" dan weer een Doves-nummer geschreven. Een stuwend ritme en wat psychedelische effecten. Wie van beiden nu de nieuwe Radiohead is? Geen idee, beide groepen hebben een prachtplaat gemaakt, dus ze mogen de trofee delen.)

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 + 11 =