Michiel Scheen :: Clouds And Sunny Chunks

Het oeuvre van Michiel Scheen is zo bescheiden van omvang dat elke nieuwe toevoeging met beide handen aangegrepen moet worden. Zeventien jaar na het vorige deel van een reeks in eigen beheer uitgebrachte releases komt de pianist opnieuw op de proppen met een soloplaat. Die bevestigt nog maar eens zijn kwaliteiten.

Scheens tijdelijke afscheid van de muziekscene ligt alweer even achter ons, maar hij loopt niet bepaald in de kijker. Langere periodes van stilte worden onderbroken door occasionele concerten en releases, o.m. met het Blue Lines Trio en de sextetversie daarvan. Ergens ook wel toepasselijk voor een artiest die in een eigen universum vertoeft en op zijn eigen ingetogen manier een authentiek parcours afgelegd heeft. Een traject dat meer dan een pareltje opleverde, want zo bleek bijvoorbeeld Dance, My Dear (2004) van zijn Quartet bij laatste beluistering nog een volbloed klassieker.

Tussen 1993 en 2003 bracht Scheen ook een aantal releases uit met vooral solo-uitvoeringen. Clouds And Sunny Chunks is het vijfde deel uit die reeks. Tien compacte stukken, waarvan een improvisatie en negen composities. Enkele daarvan werden eerder al opgenomen, andere hoor je hier voor het eerst. De invloed van Monk ligt er hier en daar dik op, maar Scheen geeft er ook een heel eigen draai aan, slaagt er de elke keer in om die befaamde hoekigheid nog wat aan te scherpen, en een andere keer fijn bij te schaven, met onvoorspelbare zijsporen.

In de kop van het album knipoogt “Legs” meteen naar Monks “Bluehawk” en is vervolgens vertrokken voor een hortende flow met een slepende linkerhand die mooi contrasteert met de speelse, frivole rechtse. Het is een knoestige dans met een wankele charme. Die krijg je ook nog eens te horen aan het andere uiteinde van het album, waar “Gratitude” fungeert als muzikaal hinkelspel, met twee handen die samen een kringelende dans uitvoeren als een old time pophit.

Daartussen verkent Scheen uiteenlopende zones. Zo is “The Dude’s Weekend” eentje vol abrupte sprongen en opvallende leegtes, een nerveus stukje dat niet zozeer uitblinkt in flow als in een reeks van korte spurtjes die eruit gulpen. Als er al sprake is van een verwantschap, dan gaat het eerder om Mengelberg, wiens invloed op Nederlandse pianisten zo goed als onvermijdelijk is. De titeltrack bevat ook een paar krachtige stevige passages, net als een donker randje, ook aanwezig in het sombere “Reliqwy”, dat eerder herinnert aan Mal Waldron.

Het een-tweetje “Idols” en “Groove” zijn oude bekenden, het eerste een expressieve brok ongedurigheid die al onder handen genomen werd op Dance, My Dear en recenter door de Blue Lines-bezettingen, die zich ook aan het tweede waagden. Dat krijgt hier een opvallende uitvoering, waarbij brommende synth en piano een schurend, wat onheilspellend verbond vormen. Met “(W)hole In My (W)heart” hangt Scheen daarna plots rond in hymneachtige sferen, een mooie aanloop naar de opkikker die afsluiter “Gratitude” is.

Wie zat te wachten op vlammende acrobatie of crossover appeal, die kan deze kelk laten passeren, maar de liefhebbers komen alweer aan hun trekken. Scheen blijft een ondergewaardeerde pianist die zich steeds opnieuw onderscheidt en er in slaagt om invloeden creatief te gebruiken, een springplank te laten zijn voor secuur uitgezette eigen ideeën. Zijn muziek is speels zonder een spelletje te worden, kent diepgang zonder droogte en verrast met sprekend gemak, kleine nuances en eigenzinnige details. Misschien een musicians’ musician, maar nog altijd de moeite om te volgen of ontdekken.

Het album is voorlopig enkel digitaal verkrijgbaar via Bandcamp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in