De openingsscène van Truly Naked (waarin close-ups het ontblote lichaam weergeven van een jonge vrouw die volledig bedekt is met goudverf) valt meteen met de deur in huis: wie op basis van deze ouverture – een speelse knipoog naar de nog altijd beste Bondfilm Goldfinger – hoopt op een zinderende erotische film, zal zijn of haar verwachtingen toch moeten bijstellen, want daar is het de Belgisch-Nederlandse cineaste Muriel d’Ansembourg totaal niet om te doen.
Met haar langspeelfilmdebuut Truly Naked – dat op de Berlinale werd gepresenteerd binnen de nevensectie ‘Perspectives’ – wou d’Ansembourg immers komaf maken met de eenzijdige manier waarop er zowel naar filmmakers als performers uit de porno-industrie wordt gekeken en de sector bevrijden van dat stigma. Truly Naked is daarmee, zoals d’Ansembourg het zelf verwoordt, geen eendimensionale aanklacht tegen de gevaren van het genre. Het is een film die net de menselijke kant van dit vakgebied onthult en een coming-of-age-verhaal als bouwsteen gebruikt om onze perceptie en omgang met seksualiteit aan de kaak te stellen.
Hoe kan je evenwel leren over liefde en verlangen als je bent opgegroeid op pornosets? Dat is wat de timide Alec aan de lijve mag ondervinden. Sinds het overlijden van z’n moeder werkt de jongen buiten de schooluren voor zijn vader die low-budgetseksfilms maakt. Alec hanteert de camera en staat in voor de montage terwijl zijn pa worstelt met het ouder worden en de noodzaak om het kleine familiebedrijfje, dat te kampen heeft met inkomstenverlies, draaiende te houden.
Muriel d’Ansembourg gaat niet aan het moraliseren en wijst evenmin met de vinger, noch is ze uit op sensatie of heeft de cineaste het doel om te choqueren. Niettegenstaande het provocerende onderwerp en de gedurfde insteek van de film, gaat Truly Naked in se over het streven naar verbinding. De Italiaanse recensente Simone Rossi gaat dieper in op deze context en stelt dat Alec, die het leven steevast observeert door de lens van zijn camera en nota bene nog maagd is, de gewoonte heeft ontwikkeld om te ‘kijken’ in plaats van ‘te zien’. Daardoor is hij ook niet in staat om echt verbinding te maken of toenadering te zoeken tot iemand, laat staan een gezonde relatie te kunnen opbouwen. De schuchtere protagonist wordt pas echt de ogen geopend wanneer hij voor een klasopdracht wordt gekoppeld aan de eigenzinnige Nina – een zelfverzekerde feministe die zijn (misvormde) denkbeeld over seks en intimiteit in vraag stelt.
Deze benadering en de ongewone koers die de film vaart, wil niet zeggen dat er niet naar een vrij klassiek gebruik van het narratief wordt gegrepen dat vooral dient om ons duidelijk te maken in welke mate mainstream porno een invloed uitoefent op het
gedrag van tieners. Dat de plot eerder op een didactische manier wordt gebruikt, is dan ook wel wat minder geslaagd. Toch weet d’Ansembourg de voor de hand liggende clichés te omzeilen en de kijker niet al te zeer in een bepaalde richting te duwen. De twee jonge hoofdrolspelers (de amper drieëntwintigjarige Noord-Ierse debutant Caolán O’Gorman en de eveneens volslagen onbekende Safiya Benaddi) werden gevonden na een lang castingproces. Ze kwijten zich zeer goed van hun taak en weten zich met veel naturel en inlevingsvermogen hun rol eigen te maken.



