Code 37 – De Film

Er zijn het afgelopen jaar niet alleen een hoop Vlaamse films op
ons losgelaten met een snelheid waarbij zelfs de broertjes Borlée
het onderspit zouden moeten delven, er gaat zo nu en dan ook
ongelooflijk veel volk naar kijken. ‘Frits en Freddy’ kwam door de
massale opkomst zelfs zonder subsidies uit de kosten, ‘Hasta La
Vista!’ heeft goed geboerd, en ook ‘Rundskop’ mocht – geheel
terecht, overigens – niet klagen. En nu is er ‘Code 37 – De Film’
(de ondertitel dient om te vermijden dat de ietwat minder snuggere
Vlaming zou denken dat het om de serie gaat waarop de prent is
gebaseerd, vermoed ik), een film die niet echt bedolven wordt onder
de lyrische kritieken, maar de afgelopen week wel ‘The Adventures
of Tintin’ van de eerste plaats in de Vlaamse box office hield.
Komt daar nog bij dat er rond Hannah Maes en haar kompanen om de
een of andere obscure reden een hysterie woedt waar de gekuifde
stripheld niet aan kan tippen. Ondergetekende heeft de afgelopen
weken al zo vaak mogen horen dat Veerle Baetens ‘een topactrice’ is
en dat de tv-reeks ‘het niveau van een prestigieuze
kwaliteitsserie’ durft te halen, dat het moeilijk wordt om er
niet sceptisch van te worden.

Net als de serie draait de ook film rond het korps van de Gentse
zedenrecherche, en dan vooral rond hun chef Hannah Maes (Veerle
Baetens), die naast de gebruikelijke verkrachters en pedofielen ook
kampt met een aantal persoonlijke demonen, die blijkbaar eerder al
in de tv-reeks aan bod kwamen. Nadat ze voor haar voor vtm-kijkend
Vlaanderen geleverde diensten met een medaille beloond wordt,
moeten zij en haar collega’s (Michaël Pas, Gilles De Schryver en
Marc Lauwrys) nu op zoek naar de crimineel die in een sekscinema de
hoerenlopende schrijver Daniël Devucht (Peter De Graef)
werkonbekwaam heeft gemaakt. Tussen het aan de tand voelen van
verdachten als Jurgen Delnaet, Nathalie Meskens en Maaike Neuville
door, moet ze ook nog tijd vinden om buurman Koen (Geert Van
Rampelberg, die zelf blijkbaar ook niet doorheeft wat hij in de
film staat te doen) de deur te wijzen en om de sinistere relatie
tussen haar vader (Carry Goossens) en haar baas (Ben Segers) uit te
pluizen.

Om een lang verhaal kort te maken: het scenaristenteam Hola
Guapa laat het scenario vrolijk alle kanten uithuppelen, en vergeet
al te vaak waar het om draait – je blijft als kijker de hele tijd
met het gevoel zitten dat het verhaal nergens naartoe gaat. Er zijn
eigenlijk twee plots: aan de ene kant de eigenlijke zaak over de
sekscinema en studentenprostitutie, aan de andere kant de plot over
Hannah’s persoonlijke trauma, dat overigens zo cliché is als de
pest – ik zou nog eens graag een flikkenfilm zien waarbij het
hoofdpersonage niet door een persoonlijk trauma wordt gedreven,
maar soit. De fatal flaw van het scenario is dat
aan het einde van de rit blijkt dat het uiteindelijk vooral om
Hannah’s trauma blijkt te gaan, en die andere plot van de ene op de
andere minuut bijna al zijn relevantie verliest. Dat de
(uiteindelijk dus irrelevante) sekscinemazaak, waarvan de
ontknoping op één-twee-drie wordt afgehaspeld, nooit boven het
niveau van de gemiddelde aflevering van ‘Flikken ‘uitkomt, doet het
scenario ook al geen goed.

Gelukkig is er voor de onvoorwaardelijke fan nog Veerle Baetens,
een vrouw van wie ik nog steeds vermoed dat ze effectief
kan acteren, maar van wie ik het nooit zeker zal weten
zolang ze alleen maar haar ‘kijk eens naar mij, ik ben een wijf met
ballen aan haar lijf!’-act opvoert en voortdurend kijkt alsof ze
lijdt aan een vorm van permanente constipatie. Verder is er nog de
wanprestatie van Nathalie Meskens – genoeg komisch talent, daar
niet van, maar laat haar geen dramatische rol vertolken – en een
compleet overbodige Geert Van Rampelberg, die net als in ‘Swooni’
de lamme, onwetende goedzak moet vertolken. Maaike Neuville komt
ook al een tijdje niet meer uit de verf als jong talent – zij heeft
duidelijk behoefte aan een getalenteerde cast als die van ‘Van
Vlees en Bloed’ die haar eigen prestatie naar een hoger niveau kan
tillen. Ik was nog het meest te vinden voor karakterkop Peter De
Graef, die een ietwat karikaturaal, maar totaal geflipt (en daarom
ook het leukste) personage uit de hele film mag uitbeelden, en Marc
Lauwrys, al was het maar voor ’s mans indrukwekkende
moustache.

Tot overmaat van ramp heeft regisseur Jakob Verbruggen ook
gewoon te weinig ervaring en te weinig fantasie om van ‘Code 37’
een film te maken, en niet gewoon een veel te lange aflevering van
de televisieserie. Aan het begin passeert er nog wel eens een
zoom-out die niet had misstaan in ‘Enter The Void’ van Gaspar Noé,
maar voor de rest volgt Verbruggen nogal slaafs de conventies, en
mist hij duidelijk de visuele stilering waarvan zijn leermeesters
Erik Van Looy en Hans Herbots gretig gebruik maakten in ‘De Zaak
Alzheimer’ en ‘Loft’ enerzijds en in ‘Het Goddelijke Monster’
anderzijds.

De allerbeste momenten in ‘Code 37’ zijn diegene waarbij je je
ogen even dichtdoet en enkel de muziek van Intergalactic Lovers
hoort passeren, en de niet ongelooflijk verschrikkelijke momenten
zijn diegene waarop de prent al dan niet ongewild grappig is. Als
Kevin (De Schryver) zich tijdens een undercoveractie oraal laat
bevredigen door een hoertje en dat vervolgens (weliswaar niet
letterlijk) als onkosten indient, is dat al bij al best geinig. Of
misschien nog beter, maar ongetwijfeld niet de bedoeling: een
veertienjarig meisje wordt op school betrapt op het pijpen van een
klasgenoot, en verdedigt zich met de woorden ‘De directeur heeft
een pik op mij.’ Ik weet niet wat u daarvan vindt, maar
mijn mondhoeken gingen spontaan de hoogte in.

Voor de rest van de film had ik echter mijn great stone
face
op, dat enkel van uitdrukking veranderde om eens diep te
zuchten, of veelzeggend met mijn ogen te draaien. Met andere
woorden: ‘Code 37 – De film’ (over de serie ga ik me niet
uitspreken – ik heb nooit meer dan één aflevering gezien, en dat
ben ik na het bekijken van de film ook niet van plan) is zo’n film
die voor spanning en entertainment zou moeten zorgen, maar er enkel
(met glans, dat wel) in slaagt om ergernis, cynisme en
stoelgangproblemen op te wekken. Mijn gelaatsuitdrukking kan
inmiddels alvast concurreren met die van Veerle Baetens.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in