House of Flying Daggers




Zhang Yimou heeft, na de zware historische drama’s (‘Raise the Red
Lantern’, ‘Shanghai Triad’), schijnbaar z’n nieuwe stek gevonden in
de Chinese filmindustrie. Na het immens succesvolle ‘Hero’, keert hij terug naar het martial
arts
-genre met ‘House of Flying Daggers’, en ook zijn volgende
project zou weer in het teken staan van zijn recent ontdekte liefde
voor glimmende zwaarden en zoevende pijlen (of zo beweren althans
mensen die menen er iets van te weten). Wie kan het hem ook kwalijk
nemen? Telkens Yimou vroeger in z’n relatiedrama’s ook maar de
minste kritiek liet horen op de Chinese maatschappij, werd hij
tegengewerkt en gecensureerd door de authoriteiten. ‘Hero’ daarentegen, bracht hem in de
comfortabele situatie een film af te leveren waar men in eigen land
maar weinig tegenin kon brengen, en die internationaal voldoende
aantrekkingskracht had om een groot publiek op de been te brengen.
Wie kan daar nu nee tegen zeggen? Nu vond ik ‘Hero’ persoonlijk een
ietwat overschat spektakel, visueel meesterlijk maar inhoudelijk zo
afstandelijk, zo klinisch dat je er na een uur al wel genoeg van
had. ‘House of Flying Daggers’ gaat in zekere zin verder op de
ingeslagen weg – slow motion! zwiepende zwaarden! arrow
vision!
– maar voegt genoeg nieuwe elementen toe om zich toch
te kunnen onderscheiden van z’n voorganger, en zelfs om enkele
verbeteringen aan te brengen in de formule.

Het is 859 en in China is de Tangdynastie aan de macht, een corrupt
keizerlijk hof dat het land zo slecht regeert dat verschillende
geheime organisaties zijn ontstaan om het te bestrijden. Het huis
van de Vliegende Dolken is het meest succesvolle genootschap tegen
de Tangs, en de ordehandhavers zijn dan ook steeds op zoek naar de
leiders ervan. Jin en Leo zijn twee politiekapiteins die reden
hebben om te geloven dat Mei, de nieuwe, blinde courtisane van een
plaatselijk bordeel, lid is van het Huis van de Vliegende Dolken.
Wanneer ze Mei gaan opzoeken om uit te maken waar haar sympathieën
precies liggen, komt er een complexe driehoeksrelatie op gang,
waarin het nooit helemaal zeker is wie nu op wie verliefd is, wie
van de overheid is en wie van de rebellen, wie blind is en wie kan
zien.

Een groot probleem met ‘Hero’, was
dat de plot van die film erg gecompliceerd in elkaar gestoken was,
met verschillende versies van de feiten die functioneerden binnen
een raamvertelling. Die geforceerde structuur ging uiteindelijk
tussen de kijker en de film staan, en maakte enige emotionele
betrokkenheid bij de gebeurtenissen moeilijk indien niet
onmogelijk. In wezen was ‘Hero’ een liefdesgeschiedenis, maar de
zuurstof die dat gegeven nodig had om te overleven, werd continu
belemmerd door het gewicht van de moeilijke structuur en de
gigantische, bombastische actiesegmenten. In ‘House of Flying
Daggers’ doet Yimou dat beter: de plot is rechtlijniger, meer
toegankelijk. De personages veranderen regelmatig van kamp, jaja
(“Ik ben eigenlijk een dubbelspion die zich voordeed als rebel die
zich voordeed als politieagent!”, dàt soort van toestanden), maar
de intrige wordt nergens zo overdreven mysterieus als in ‘Hero’.
Net zoals die eerdere film, is ook ‘House of Flying Daggers’ in
essentie een romance, maar omdat de plot iets eenvoudiger wordt
gehouden, wordt het zowaar mogelijk om mee te voelen met de
betrokken personages. De liefde tussen de hoofdpersonen in ‘Hero’
bleef grotendeels theoretisch, het was in ieder geval niet iets
waar ik zelf veel bij kon voelen. Hier daarentegen, voel je af en
toe iets knetteren tussen de acteurs, er lééft daar iets dat je
niet kapot wil zien gaan. Yimou vindt zelfs een beetje tijd voor
een lichte humoristische noot, zoals een scène waarin Jin Mei
begluurt terwijl ze een bad aan het nemen is – in ‘Hero’ was humor
nog een ongekend principe, we gaan er dus op vooruit.

Inhoudelijk heeft Yimou dus een stap vooruit gezet, maar waar u
voor gaat kijken, zijn natuurlijk de actiescènes. ‘Hero’ was moeilijk te overtreffen op dat
gebied, maar de regisseur weet niettemin alweer een paar
fantastische momenten uit z’n mouw te schudden. Een scène aan het
begin, waarin Mei in het bordeel een “echo-spel” speelt, is ronduit
magistraal. Een hele resem trommels (die dingen zullen wel een
officiële naam hebben, maar voor mijn part zijn dat trommels)
worden opgezet rondom Mei. Er wordt een steentje naartoe geworpen,
dat (in bullet-time, uiteraard) door de camera wordt gevolgd
terwijl het van de éne trommel naar de andere afketst. Eens het
steentje eindelijk op de grond valt, moet Mei in dezelfde volgorde
de trommels bespelen. Die scène wordt lang uitgerokken, en de
combinatie van camerabewegingen, muziek en montage zorgen ervoor
dat die hele sequens een haast hypnotiserend ritme krijgt. We zien
de lange mouwen van Mei’s kimono door het beeld glijden in slow
motion. Die trage, verticale beweging wordt vervolgens
gecontrasteerd met de snelle, horizontale beweging van het steentje
én met de ritmische, snelle muziek die er wordt gemaakt door
muzikanten op de achtergrond. Dat contrast snel/traag,
horizontaal/verticaal wordt allicht niet door iedereen bewust
waargenomen, je zit daar niet in de bioscoop de volgorde van de
shots uit elkaar te halen, maar het onbewuste effect dat die
visuele techniek heeft, is onontkenbaar: het ritme van die scène
sleept je mee, je wordt overdonderd door die prachtige show van
beweging, kleur en geluid. De dans die Mei daar uitvoert (want het
is een dans), vloeit bijna naadloos over in een gevechtsscène. Het
is prachtig hoe Yimou die overgang georchestreerd heeft, en ook in
latere scènes komt zijn esthetische meesterschap keer op keer weer
kijken. De actiescène met de bamboestokken! En vooral die finale in
de sneeuw! Personages buigen hun lichaam in onmogelijke bochten,
zwaarden zijn in staat zelfs een druppel bloed te snijden en de
wetten van de zwaartekracht worden vrolijk overboord gegooid. Je
weet dat het winter is in de cinema wanneer de Chinezen weer laag
overvliegen. ‘House of Flying Daggers’ ziet er fantastisch uit, een
prent om te stelen.

En toch – mijn soort film zal dit waarschijnlijk wel nooit worden,
want net als in ‘Hero’ hebben ook
hier de actiescènes weer het effect het hele verhaal vijf à tien
minuten lang stil te leggen. Eens de personages met elkaar in de
clinch gaan, doen ze niets meer om het verhaal voort te stuwen (ook
al is dat verhaal ditmaal interessanter dan het in ‘Hero’ was). Het
gevolg is dat ook ‘House of Flying Daggers’ weer gaat aanvoelen als
een zeer logge, bombastische film die teveel tijd nodig heeft om te
geraken waar hij naartoe wil. De fans zullen zich daar ongetwijfeld
niets van aantrekken, maar voor mijn part moet een film al héél
sterk in z’n schoenen staan indien hij het zich wil permitteren om
niét elke paar minuten een of ander nieuw, vers element aan te
reiken.

‘House of Flying Daggers’ is inhoudelijk in ieder geval boeiender
dan z’n voorganger en visueel opnieuw adembenemend. Wie tien
minuten naar klinkend metaal kan luisteren zonder zich af te vragen
wanneer ze eens tempo gaan maken met dat verhaal, weet waar
naartoe.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in