Suspect Zero




Voor wie ze ondertussen nog niet kotsbeu is geworden, bedenkt
Hollywood ons deze week nog eens met een film over een
seriemoordenaar. Zo nu en dan kan er in dit genre wel eens een
prachtprestatie opgetekend worden, genre ‘Seven’, maar door de bank genomen bieden
dit soort thrillers nog maar zelden iets dat we niet al eerder
hebben gezien. Wil je dan een publiek nog boeien met deze premisse,
dan moet je de trukendoos al wijd opentrekken, of over een
verbazingwekkend goed scenario beschikken. ‘Suspect Zero’ lijkt het
aanvankelijk niet zo slecht getroffen te hebben wat het script
betreft, maar lost toch niet de verwachtingen in. Blijft daar de
vraag: waarom?

Het zit Thomas Mackelway (Aaron Eckhart) niet echt mee. Na de nogal
onorthodoxe aanhouding van seriemoordenaar Raymond Starkey, waarbij
diens rechten geschonden worden, wordt onze overijverige inspecteur
verbannen naar een kantoortje in het afgelegen Albuquerque. Al op
zijn eerste dag daar krijgt hij een moordzaak in de schoot geworpen
– een handelsreiziger werd vermoord, zijn oogleden werden
weggesneden. Het onderzoek naar deze moord leidt de ontdekking van
een tweede lijk, eveneens met verwijderde oogleden. De naam
Benjamin O’Ryan (Ben Kingsley) duikt op – een man die beweert ook
lid van de FBI te zijn geweest. Hij stuurt Mackelway allerlei
informatie over de gevonden lijken en daagt hem uit om meer te
weten te komen. O’Ryan begrijpt algauw dat Mackelway hem iets
duidelijk wil maken, dat hij hem er persoonlijk in wil betrekken.
Wanneer dan ook nog eens het lijk van Starkey opduikt, rijst al
snel de vraag of het wel een goede zaak is dat O’Ryan gevat
wordt.

Om de kritieken op het getoonde werk van de inspecteurs meteen de
kop in te drukken, hebben de producers beroep gedaan op de diensten
van een oud FBI agent, die ervoor moest zorgen dat alles zo
authentiek mogelijk op het scherm kwam. Na het bekijken van deze
prent lijkt mij dat deze mens de makkelijkste job van zijn leven
heeft gehad, want zoveel echt speurwerk komt er niet in voor en
niemand handelt op een fundamenteel verschillende manier dan in
duizenden eerder vertoonde politiethrillers.

Regisseur E. Elias Merhige kiest ervoor om al snel de ware
toedracht van het verhaal uit de doeken te doen. Als kijker weet je
sneller dan de personages hoe de vork aan de steel zit, en wil je
dàn de aandacht van je publiek blijven behouden, dan moet je met
zeer straffe dingen tevoorschijn komen. Van in het begin is het
duidelijk dat voor Merhige het beeld op het verhaal primeert, iets
wat al opviel in ‘Shadow of the Vampire.’ Net als ‘Vampire’ is
‘Zero’ magistraal in beeld gebracht – de regisseur maakt gebruik
van de prachtige desolate Mexicaanse landschappen om uitgerekend de
gruwelijke daden van een seriemoordenaar in beeld te zetten en
levert daarmee een visueel pareltje af. Het minste wat je van
‘Zero’ kunt zeggen is dat hij je qua stijl nooit in de steek laat –
nergens is er een shot dat niet in de film lijkt thuis te horen,
nergens lijkt de stijl geforceerd. Merhige hoedt zich voor
protserige camerazwierderij, zodat je nooit het gevoel hebt te
zitten kijken naar de kunstjes van een regisseur. Wat dus vast
staat is dat Merhige de kennis en de kunde heeft om een shot in
scène te zetten, maar, al na de eerste, zorgvuldig in elkaar
gezette sequentie van beelden, is duidelijk dat hij niet veel méér
te bieden heeft.

Alhoewel het basisidee achter de hele film een zekere charme heeft,
zelfs getuigt van enige inventiviteit, is het niet voldoende
uitgewerkt. Of misschien wel voldoende, maar wordt ze gewoonweg
slecht gebracht. Een belangrijke subplot komt slechts op het einde
aan het licht, en wordt er in een sneltreinvaart door gejaagd. Dat
is zeker jammer omdat net deze plot voor een betere film had kunnen
zorgen. Door dit gegeven, dat ik verder niet uit de doeken ga doen
(u zult ‘m wel herkennen), had de focus verlegd kunnen worden van
de moorden naar de psyche van de personages. Er had zich een band
kunnen ontwikkelen, er zou wat diepgang in gezeten hebben. Dan had
je het verhaal ook kunnen laten vertellen via de personages, via de
persoonlijkheid die de acteurs aan hen geven, in plaats van te
moeten vertrouwen op de man achter de camera.

Dat is meteen ook de reden waarom er zo weinig te vertellen valt
over de prestaties van de acteurs. Kingsley kan acteren, daar hoeft
niemand van overtuigd te worden (laten we de prestatie in ‘Thunderbirds’ maar omschrijven als de
uitzondering die de regel bevestigt). Het is dan ook jammer dat
zijn personage niet de dragende rol kreeg toegeschreven – nu is
zijn taak schijnbaar enkel een fysiek indrukwekkend figuur te
slaan, terwijl er zoveel meer had ingezeten. Aaron Eckhart van zijn
kant voldoet ruimschoots, zeker vergeleken met het optreden van
Carrie-Anne Moss. Ook hier duikt weer hetzelfde probleem op: de
nevenplot waarin haar personage moet opduiken, wordt wel
aangehaald, maar nooit verder uitgewerkt. Probeer dan maar eens een
blijvende indruk na te laten.

‘Suspect Zero’ kan je omschrijven met twee woorden: net niet. Er
zat voldoende potentieel in om hiervan één van de betere thrillers
van de laatste jaren te maken, maar de plot en de personages willen
maar niet tot leven komen. En dat is in grote mate te wijten aan
één man, die een mooi beeld verkiest boven uitgewerkte karakters.
Jammer.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

14 − 3 =