Dertig jaar nadat een live action versie van het populaire Nintendo-computerspel Super Mario Bros. met Bob Hoskins en John Leguizamo in de hoofdrol, genadeloos flopte, werd de digitale animatiefilm The Super Mario Bros. Movie wel een gigantische hit. Met een opbrengst van bijna anderhalf miljard dollar wereldwijd, kon een vervolg uiteraard niet uitblijven. Het probleem is dat terwijl het tij aan de kassa misschien wel gekeerd was in 2023, dat zeker niet het geval was voor de kwaliteit van wat we voorgeschoteld kregen. Succesvol of niet, The Super Mario Bros. Movie was lawaaierige troep zonder de minste visuele creativiteit. Een sequel was daarmee dan ook niet meteen iets om naar uit te kijken.
Drie jaar later is er nu The Super Mario Galaxy Movie – u raadt het al, ditmaal trekken we het heelal in – en zoals te vrezen was, brengt die meer van het (vreselijke) zelfde. De digitale loodgieter Mario (opnieuw met de stem van Chris Pratt) moet dit keer niet één, maar twee prinsessen redden, nadat de zoon van Mario’s oude vijand Bowser één van hen transporteerde van het ene naar het andere lelijk zwevend stuk speelgoed. Dat verhaal is een doorslagje van de plot uit de voorganger, al is er uiteraard – met reden – niemand die zich daar druk zal over maken. Erger is dat de rest van de bouwstenen evenzeer bewaard gebleven zijn: de film is een doorlopende aanval op de zintuigen en geeft je het onfrisse gevoel opgesloten te zitten in een soort snoeptrommel waarin iemand luidsprekers gestopt heeft die op maximaal volume staan. Alles in The Super Mario Galaxy Movie is schreeuwerig, onnozel en doet pijn aan de ogen om naar te kijken. Ik geef grif toe dat ik wellicht niet het beoogde doelpubliek ben voor deze troep – ik stap de bioscoopzaal niet binnen met een ster of een dino onder mijn arm – maar eigenlijk doet dat er niet toe. Je kan perfect een kinder- of familieprent maken die wel esthetisch draaglijk is en het is echt niet nodig om van elke animatiefilm het equivalent van een overdosis suiker te maken, iets waar de producerende Illumination studio echt wel een handje van weg heeft. Net omdat zoveel van dit soort films – Minions, Sonic the Hedgehog en consorten – die strategie helaas volop toepassen, lijkt het alsof dat de enige nog valabele aanpak is. Dat terwijl titels als Flow of Across the Spider-Verse ten minste laten zien dat er echt nog wel een alternatief is.
In het licht van dat alternatief kan je alleen maar stellen dat wat we hier zien lamentabel slecht is. Vier regisseurs staan er op de generiek (Aaron Horvath, Michael Jelenic, Pierre Leduc en Fabien Polack) maar dat levert niet één scène op die het bekijken waard is, of het zouden de luttele seconden moeten zijn vroeg in de looptijd, waarin een reeks vliegende piratenschepen het soort kleine visuele verrassing biedt die de rest van de film compleet ontbeert.



