Zoals in België, is ook in Frankrijk de collaboratie tijdens Wereldoorlog II, nog steeds een heikel thema waarop een pak taboe rust. De weinig bekende Franse regisseur Xavier Giannoli (Illusions Perdues) pakt na een proces van zeven jaar en een door Gaumont opgehoest budget van dertig miljoen euro (gigantisch naar Europese normen), nu uit met het ambitieuze en uitputtend lange – 199 minuten – Les Rayons et Les Ombres, een drama gebaseerd op waargebeurde feiten dat verhaalt hoe een Franse vader en dochter tijdens de Duitse bezetting steeds nauwere banden krijgen met de vijand.
Interessant is het uitgangspunt dat de protagonist Jean Luchaire (vrij gebaseerd op de echte historische collaborateur), een journalist gespeeld door Jean Dujardin, tekent als een overtuigde pacifist die op die manier in contact komt met Otto Abetz (August Diehl), de latere Duitse ambassadeur in Parijs met wie hij een cultureel uitwisselingsproject opzet dat de basis zal vormen voor vriendschap, wederzijds respect, samenwerking en later (helaas) veel meer. Van bij het begin is Les Rayons et Les Ombres daarmee een film over de manier waarop idealen onmerkbaar kunnen ontaarden in fanatisme, maar ook over hoe die idealen uiteindelijk opgeofferd worden aan egoïsme en pure hebzucht. Iedereen leeft in een wereld waarin de eigen belangen centraal staan, terwijl de waarheid verborgen wordt achter leugens: “Parijs was bezet, maar ik had me nog nooit zo vrij gevoeld” vat dat als dialooglijn perfect samen.
De beide mannen vinden elkaar in hun initieel nobele overtuigingen, die hen vervolgens blind naar fascisme leiden, maar evengoed vinden ze elkaar in een hang naar praal- en eerzucht, erkenning, rijkdom en … aandacht. “Des femmes, toujours des femmes”, zegt de voice-over die daarmee treffend de illusoire decadente wereld vat waarin de ons-kent-ons-kant van de collaboratie weeldig kon gedijen. Jeans dochter Corinne (Nastya Golubeva Carax, in het echte leven dochter van gevierd regisseur Leos Carax) is degene die ons via een raamvertelling doorheen de in flashback opgezette plot gidst, en daarmee ook haar eigen verhaal vertelt als aspirerende actrice die liefst niet te veel vragen stelde bij wat er om haar heen gebeurde. Een verwend meisje met grootse dromen die voor het gemak boven de rauwe werkelijkheid geplaatst worden. Bij onze zuiderburen hekelde de pers dat we in dat alles als kijker danig gemanipuleerd worden om enig begrip te kunnen tonen voor iemand die wetens en willens samenwerkte met de bezetter en zweeg over de vele gruwelijkheden. Met die opmerking mist men echter het hele opzet van de film. Filmkunst heeft geen verplichting tot verisimilitude of geschiedkundige correctheid en door van de dochter van de protagonist een actrice te maken, wordt ook net een spel gespeeld met de manier waarop de cinema historische feiten ophemelt, verdoezelt en glamour schenkt. De aan Victor Hugo ontleende titel over de dualiteit van de mens, is immers ook toepasbaar als een metafoor voor film en projectie. Die metafoor zit in letterlijke verwijzingen naar The Damned, Der Blaue Engel, The Night Porter, Il Confomista en Sunset Boulevard, maar ook in het toneel van de zelfbegoocheling en valse rechtvaardiging dat zich ontrolt in een niet aflatend delirium van feesten, champagne en vrouwen … toujours des femmes, weet u wel. Ook de nauwgezette digitale reconstructie van het tijdsgewricht (en opnames op nog bestaande plaatsen zoals Maxim’s) helpt om ons helemaal onder te dompelen in de mooi opgebouwde sfeerschepping.
De zinloze discussies die hier en daar opdoken over historische accuraatheid daar gelaten, is de vraag vooral of de sterke inzet van de vormelijke en dramatische bouwstenen van een melodrama, hier leidt tot een moreel verwerpelijke stellingname. Wie dat beweert, heeft echter een andere film gezien. Ja, zoals in film gebeurt, identificeren we ons met de personages, maar dat is eigen aan de verhalende kracht van het medium: Das Boot, The Beast, Letters from Iwo Jima of Tora, Tora, Tora vragen ons toch ook om empathisch te zijn met “de vijand” zonder dat iemand daar graten in ziet (en terecht). Het is precies de finesse van Les Rayons et Les Ombres die ervoor zorgt dat we empathie hebben en toch op geen enkel moment uit het oog verliezen dat de daden van de personages vreselijk zijn. Ook al kunnen we dan begrijpen hoe sommige zaken gebeurd zijn, dat wil nog niet zeggen dat ze daarom kunnen worden goed gepraat. Met dat alles doet deze ontmaskering van de mechanieken van macht, hebzucht en zelfverloochening af en toe denken aan Marcel Ophüls’ Le Chagrin et La Pitié en meer nog aan István Szabó’s Mephisto, zij het dan dat alles hier gedrenkt is in een meer realistische en minder symbolische aanpak.



