Maryam Touzani is bekend als scenariste en actrice, maar kreeg toch voornamelijk erkenning als filmmaakster met Adam en – vooral! – Le Bleu du Caftan uit 2022. Drie jaar duurde het voordat er een opvolger was in de vorm van Calle Málaga dat ondertussen wel al opnieuw met een paar prijzen aan de haal ging op diverse festivals (onder andere de publieksprijs in Venetië).
Om de dingen maar meteen duidelijk te stellen: Calle Málaga is zeker niet zo sterk als het meesterlijk subtiele Le Bleu du Caftan. Touzani is en blijft wel een cineaste met een ongelooflijk gevoel voor de tactiliteit van geheugen: stoffen, voorwerpen en texturen die herinneringen met zich meedragen. Het probleem is dat die synesthesie ditmaal in dienst staat van een wel erg nadrukkelijk en doorzichtig opzet dat ook op al te makkelijke wijze de emoties van het publiek bespeelt.
Nochtans begint de film bijzonder sterk: Maria (veterane Carmen Maura, die naam maakte in de vroege films van Pedro Almodóvar) krijgt op een dag bezoek van haar volwassen dochter in Tanger, een plaats waar veel Spaanse burgers terechtkwamen op de vlucht voor het Franco-regime, een stad ook waar ze vervolgens hun hele leven opbouwden. In plaats van een sociaal bezoek, komt er echter pijnlijk nieuws: Maria’s dochter komt, omwille van geldnood na haar scheiding, de flat verkopen die door de overleden vader op haar naam werd gezet. Nochtans is dat de woonst waar haar moeder al nagenoeg haar hele leven doorbracht. Zonder veel raadpleging kondigt dochterlief aan dat er twee opties zijn: meekomen naar Madrid of in het plaatselijke bejaardentehuis gaan verblijven. Aanvankelijk lijkt Maria de dingen te ondergaan, maar langzamerhand groeit er verzet bij de oude vrouw.
Tot op dat punt is Calle Málaga ingetogen en beheerst, maar dan ontspoort de mooi opgebouwde tragiek en krijgen we een soort Spaanse versie van Britse feel-good komedies zoals The Full Monty waarin mensen uitzonderlijke beslissingen nemen om uit een moeilijke situatie te geraken. Zelfs dan nog blijft de prestatie van Carmen Maura sterk en creëert Touzani nog mooie momenten – het lichtspel in de scènes waarin Maria telkens haar hart lucht tegen een zuster die een gelofte van stilzwijgen aflegde – maar het voelt toch allemaal wat lui en gemakzuchtig aan: zo subtiel en gebalanceerd Le Bleu du Caftan immers was – met beelden van bijna onaardse schoonheid – zo nodeloos emfatisch is deze Calle Málaga.
De film toont daarmee aan dat talent als filmmaker altijd zal komen bovendrijven, maar tegelijkertijd is het ook wel duidelijk dat de zwakte van verhaal en script hier niet voldoende gesublimeerd worden door de visuele partituur om ook echt te kunnen spreken van een beklijvende prent.



