De in Peking geboren, maar reeds lang naar Hollywood uitgeweken cineaste Chloé Zhao, heeft er al een bijzonder bewogen parcours opzitten met zowel hoge toppen als bijzonder diepe dalen. Met The Rider werd ze een festivalfavoriet om vervolgens met Nomadland zelfs de Oscar voor beste regie in de wacht te slepen. Toen kwam Disney op het onzalige idee om auteurs los te laten op de Marvel-franchise en dus werd Zhao opgezadeld met het erbarmelijke Eternals. Hamnet – dat duidelijk opnieuw een gooi doet naar Oscargoud – moest een triomfantelijke terugkeer worden, en hoewel Zhao hier niet opnieuw haar beste niveau haalt, is het in ieder geval wel een welgekomen terugvinden van betere vorm.
Het scripts is gebaseerd op een besteller van Maggie O’Farrell en doet wat denken aan Shakespeare in Love, de onterechte slokop op de Oscars in 1999 (een onbegrijpelijke zeven stuks), in die zin dat ook hier een soort achtergrondverhaal geschetst wordt rond de toneelstukken (en dan specifiek Hamlet) van de beroemde auteur. In dit geval is het zelfs echt een half fictieve biografie, want Jessie Buckley en Paul Mescal incarneren de Engelse bard en zijn echtgenote en hun levensloop samen. Niet het werk staat echter centraal, wel het (waargebeurde) drama van een kind verliezen aan de pest. In alle eerlijkheid deden die benadering en de allereerste trailer denken aan iets als het werk van – o gruwel – Colleen Hoover, maar de insteek van de oorspronkelijke roman – kunst die leed helpt dragen en een kijk op hoe een drama de relatie tussen twee mensen op de proef kan stellen – blijft gelukkig wel redelijk overeind. Die ideeën in literatuur vatten is iets anders dan in film, en helaas beperkt Hamnet zich soms iets te veel tot tekst illustreren. Dat gezegd zijnde, zijn er een paar opvallend mooi belichte momenten (de kinderkamer!) en is de keuze om zo veel mogelijk te gaan voor statische camera-instellingen een ingreep die het drama rust en evenwicht verleent. Het is dus zeker zo dat Chloé Zhao zich eindelijk lijkt te herinneren dat de kracht van haar vroege en beste werk, vooral lag in betoverende en subtiele beelden.
Subtiliteit is dan helaas precies wat ontbreekt in de vertolkingen. Wanneer dit stuk verschijnt, staan we aan de vooravond van de bekendmakingen van de Oscarnominaties, en ongetwijfeld zullen Mescal en Buckley morgenochtend elk een nominatie in ontvangst mogen nemen. Nochtans kan je er niet omheen dat ze de dingen behoorlijk nadrukkelijk maken en zelfs hier en daar bezwijken onder overacting. Mescals Shakespeare is net ietsje té veel de onhandige man die moeilijk uit zijn woorden raakt en zich enkel in zijn teksten kan uitdrukken, Buckley is dan weer zo’n clichématig ‘pixie-meisje-dat-één-is-met-de-
natuur’ dat je soms zin hebt om “less is more” te roepen. Dat beiden nominaties zullen krijgen (en dat Buckley op de Golden Globes het haalde van een veel sterkere vertolking van Jennifer Lawrence in Die My Love) bewijst eigenlijk vooral dat dit het typische soort vertolking is waar de Academy zo dol op is, eerder dan een echte tour de force.
Met dat alles is Hamnet ternauwernood een geslaagde adaptatie, met dank dan vooral aan het vangen van de juiste emoties in beeldtaal, zeker niet aan de vertolkingen.




Goeienavond!
Zit die spanning tussen subtiele beeldtaal en show-and-tell-melodrama niet ook in de narratieve structuur?
Het eerste deel is een bijna Tarkovskyaanse mythe die iets te veel van Sneeuwwitje heeft afgekeken en weinig aarding heeft. De titel had evengoed “De Tijmtak en de Havik” kunnen zijn. Een onwetende kijker heeft geen enkele aanwijzing om te weten dat dit het verhaal van Shakespeare en zijn zoon is; er worden zelfs geen namen genoemd. Maar stilletjes aan voel je wel dat dit hetgene is dat ontbreekt, en dat Zhao richting the Globe aan het wandelen is. Je voelt waar het naartoe gaat. Je weet dat Paul zijn momentje nog moet krijgen. (Of dat dan met die revelatie aan de kade moest – dear lord no!)
Uiteindelijk zal alles samenkomen in Londen: Cultuur en Natuur, samengebonden door poëzie. De Tijmtak en de Havik wordt terug het verhaal van William, zijn zoon, en die andere zoon. De film gaat van té vaag naar té letterlijk en doet daardoor het effect teniet van alles wat er daartussen is gebeurd, van het verhaal van Eurydice die ons de folterend-euforische realiteit van het moederschap in de middeleeuwen toont. (Will die in Londen naar een schaduwspel over de pest kijkt terwijl zijn vrouw thuis hopeloos een laatste kruidenmengsel voor haar stervende kind probeert te maken – dat zijn de beelden die beklijven!)
Die revelatie aan de kade is inderdaad echt wel het dieptepunt