De Zuid-Afrikaanse scenarist/regisseur Oliver Hermanus groeide op onder het apartheidsregime. Na een loopbaan als persfotograaf behaalde hij een masterdiploma aan de London Film School en bouwde sindsdien een succesvolle carrière uit. Hermanus ontving de Queer Palm voor Skoonheid en ook het kernachtige oorlogsdrama Moffie, over een jonge rekruut die worstelt met zijn identiteit en seksuele gevoelens, ging niet onopgemerkt voorbij.
Aan dat fraaie palmares (dat met Living, zijn herinterpretatie van Akira Kurosawa’s hartverscheurende meesterwerk Ikiru, weliswaar een kleine terugval kende) mag nu tevens Hermanus’ jongste prent worden toegevoegd.
Gebaseerd op een kortverhaal van de Amerikaanse auteur en schilder Ben Schattuck (die ook meeschreef aan het script van de film), handelt The History of Sound over de romance die ontstaat tussen twee conservatoriumstudenten met een totaal verschillende achtergrond maar een gedeelde obsessie voor folkmuziek en samenzang. Lionel (Paul Mescal) is een eenvoudige boerenjongen die zich aangetrokken voelt door de stedelijke charme en het zelfvertrouwen van David (de alomtegenwoordige Josh O’Connor), een wees uit Newport met een fotografisch geheugen. Wanneer die laatste echter wordt opgeroepen voor militaire dienst, wordt hun verhouding abrupt onderbroken.
Het verhaal transporteert ons naar het begin van de twintigste eeuw en voert de kijker van het landelijke Kentucky naar Boston, Rome en Oxford. Zo wordt The History of Sound een elegische roadtrip over liefde en herinnering, spijt en vergankelijkheid. De manier waarop het geluid als onderwerp wordt gebruikt (na de oorlog trekken de twee mannen langs de kust van Maine om volksliederen te verzamelen voor het nageslacht), draagt ook bij tot de delicate sfeer van de film.
Mooi is hoe deze ingetogen stijloefening zich langzaam ontvouwt en de tijd neemt om tot bloei te komen. De hele film ademt zowel rust als sereniteit uit en heeft daarenboven ook een sterk poëtisch karakter. De eenvoud van The History of Sound – dat wel wat associaties oproept aan het superieure Brokeback Mountain van Ang Lee – zit hem vooral in de kleine dingen en de wijze waarop de regisseur gevoelens van verlangen en verbondenheid haarfijn weet te evoceren. Met Josh O’Connor en Paul Mescal op de affiche, verenigt het melancholische The History of Sound twee van de meest begeerde acteurs van dit moment. Mescal geeft aan Lionel een gereserveerde gevoeligheid mee. Voor David (O’Connor) is muziek dan weer zowat de enige uitlaatklep en zelfs een vorm van expressie. Beide hoofdrolspelers kwijten zich meer dan behoorlijk van hun taak en weten hun rollen met tederheid in te vullen.
Dat neemt niet weg dat The History of Sound niet gevrijwaard blijft van een paar kleine mankementen. Zo heeft de film toch wat te lijden onder het scenario, dat niet altijd even goed meewerkt, en naar het einde toe wordt de prent ook iets te lang gerekt. Daartegenover staat evenwel de lumineuze esthetiek waarvoor veel gebruik wordt gemaakt van gedempte kleuren. Alexander Dynan (de DOP van First Reformed, waarmee Oliver Hermanus ook al samenwerkte voor de miniserie Mary & George) doet zijn reputatie opnieuw alle eer aan, met in het bijzonder de buitenopnames die getuigen van een overweldigende picturale schoonheid.



