Jiven, huiveren, in een hoekje huilen – en dat allemaal tegelijk? Enter de nieuwste Sorry. Eerder dan op een Comic Con, wanen we ons met COSPLAY op een ontiegelijk uur op een rave in een industrieel pand. Een doolhof waar je met elke afslag een ander universum in tuimelt – vaak nog in één en hetzelfde nummer. Het is er een beetje kil, in je ooghoeken doemt je eeuwig onbereikbare liefde op, al schurend met een rivaal, maar de bangers (en optioneel geestverruimende middelen) beklijven genoeg om je aan de dansvloer vast te kluisteren.
Had iemand om labels gevraagd? We schuiven met punk, artpop, triphop, humeurige indie, maar niets kleeft écht. Telkens je denkt te weten waar een nummer heen gaat, glipt het van tussen je vingers. “Echoes” lokt je voorzichtig binnen met een lief gitaarriedeltje en dito vocals. Wij gecharmeerd: dit had een schattig rechttoe rechtaan popnummer kunnen zijn. Maar dan hadden we het niet over Sorry gehad. Midden het nummer strooit Asha Lorenz vanuit het niets met een sprankelende riff als was het een handvol glitter, waarna de boel in een bevreemdende loop van het refrein neerwaarts spiraalt. Kippenvel: “I love you” klonk nooit eerder zo verontrustend.
Gejaagde drums blazen diezelfde onrust door “Jetplane”, dat met een sample van Guided By Voices’ “Hot Freaks” pronkt. Een eerste letterlijke vermomming – op “Antelope” komt nog een Dylan-verwijzing (“Blowin’ In The Wind”), “Waxwing” swingt de heupen verleidelijk sleazy heen en weer op een gemutileerd “Oh Mickey, you’re so fine”, dat we van Toni Basil kennen. Het artwork verwijst trouwens naar die andere bekende Mickey. Nooit gedacht dat we dat cliché cartoonfiguurtje nog met een woord als “sexy” zouden associëren.
Die deconstructie, objets trouvés, georkestreerde chaos, ironische knipogen, … allemaal dragen ze bij aan het avant-gardegehalte van de Londenaars, maar ontoegankelijk wordt het nooit. Letterlijk élk nummer is getooid met minstens één onweerstaanbaar element. Als sirene Lorenz je dolende ziel de afgrond niet in verleidt met repetitieve smeekbedes, dan word je wel op een bedje van bezwerende bassen getrokken (“Candle”), of knalt er een golf industriële drums door je ingewanden (“JIVE”, dat de plaat heerlijk turbulent afsluit).
Geen plaats voor stinkers in dit pand, dus rest ons nog enkele eervolle vermeldingen. Het hoopvolle “Today Might Be The Hit” is effectief hitmateriaal. De band raakt er zowaar weg met een “yada yada yada ya”. Op “Life In This Body”, de tranentrekker van de plaat, staat Lorenz weliswaar wederom garant voor een plakkend refrein, maar is de vocale hoofdrol voor Louis O’Bryn, die met z’n tedere verzuchtingen iets wondermoois doet. Misschien dan toch een werkpuntje voor de volgende worp: meer van die vocale Lorenz-O’Bryn-tandem, graag. Op de eerste twee platen werd daar wél kwistiger mee gestrooid.
Op de rangschikking van ongoogelbare bandnamen behaalde Sorry al lang een behoorlijke notering. Met COSPLAY doen ze nu ook een serieuze gooi naar een even hoog plekje in de eindejaarslijstjes. Hun derde langspeler showt een hele collectie kostuums en maskers, en toch is het geheel iets wat enkel uit hun eigenzinnige koker kon komen.




