Dat Tame Impala de laatste jaren niet meer ‘de band van altrocker Kevin Parker’ is, maar eerder ‘de parking der afgeketste ideeën van de producer Kevin Parker’, werd helaas enkele jaren geleden al duidelijk met The Slow Rush. Ook diens opvolger Deadbeat laat een arsenaal aan potentieel horen, en hoe deze vervolgens te verdrinken in zielloze house. Een impala temidden stroboscopen en pompende beats? Je reinste dierenmishandeling.

Vraagje: al ooit een impala in een nachtclub gezien? Indien u op deze vraag niet ‘ja’ of ‘neen’ antwoordt maar eerder ‘who actually cares?’, dan heeft u net als wij een moeilijke haat-liefdeverhouding met het fenomeen Tame Impala.
Aan het eind van de nillies behoorde het geesteskind van Kevin Parker ontegensprekelijk tot een van de beste alternatieve bands van dat decennium. Lofi garage rock werd gecombineerd met duizelige psychedelica en werd, in tegenstelling tot vele andere in het genre, gebracht met een groove om duimen en vingers bij af te likken. Na twee platen badend in okselzweet en donkeroranje outbackzand, besloot Parker eens wat knopjes uit te proberen. Véél knopjes. De garage maakte plaats voor voetbalstadions, al gaven we Parker en de zijnen na de initiële schok nog krediet: het nieuwe geluid van de Aussies stond als een huis.
Maar wie in voetbalstadions speelt, trekt de aandacht van een nogal divers publiek. Plots zaten Kanye West, The Weeknd en Pharell Williams op Parkers kangoeroelederen bank. Ook als popproducer gaven we hem toen het voordeel van de twijfel, zijn blote voetjes zaten immers te diep verankerd in ons hartje, als bij een soort jeugdliefje. En om eerlijk te zijn maakt de man ook verfrissende popmuziek: best te pruimen hoor, pakweg Dua Lipa’s “Houdini” of Justice’s “Neverender”.
Helaas is producen van grote popsterren niet hetzelfde als zelf popster zijn. In 2020 was er de sof The Slow Rush, en met de vooruitgeschoven singles van het nieuwe album Deadbeat voelden we toch ook weer een knipperlicht-liefde. De eerste was nog wel degelijk een banger: “Loser” is een goeie song, punt. Okee, niet meer de stoner van weleer, maar kom, met wat moeite horen we hier de sexy laidback sfeer van pakweg “Feels Like We Only Go Backwards”. Hierna volgde “Dracula”. Kijk, spooky discosfeertjes werkten in de eighties bij Michael Jackson en Ghostbusters. Maar dat rockgroepen het best wegblijven van deze valkuil van kitsch, bewees Muse eerder al met hun tergend irritante “You Make Me Feel Like It’s Halloween”.
De plaat zelf begint met “My Old Ways”, eerst nog badend in een interessant slaapkamersfeertje, maar al snel wordt de boomblaster bovengehaald. Vooruit dan maar, deze wordt nog in bedwang gehouden door de drum- en pianolijnen. Hierop volgt “No Reply”, een nummer dat we eerder zouden willen betitelen als “No Comment”, en na de twee vooruitgeschoven singles die eerder vermeld werden, breekt de hel los. “Oblivion” gebruik het reggaeton-beatje uit Drake’s “One Dance” en de rest van de plaat blijkt een dwaaltocht langs bliepjes, trap en deep house te zijn. Symptomen van een muzikant die voluit van zichzelf aan het vervreemden is.
Ons advies? Bekijk gewoon even het Tiny Desk-concert dat de heren enkele weken geleden speelden. De betere nummers vanop Deadbeat worden in uitgeklede en organische versie gebracht, en ze doen de wereldklasse van dit collectief duidelijk bovendrijven. Maar Jezus, als je net als wij ooit nog wilt kunnen genieten van InnerSpeaker of Lonerism… maak een grote bocht om deze nieuwe plaat. ”I’m not here for long… catch me or I go, Houdini.”




