Tame Impala :: The Slow Rush

Toen tien jaar geleden Innerspeaker verscheen kon het Australische Tame Impala nog beschouwd worden als de zoveelste band die aansluiting zocht bij de psychedelische rock uit de jaren zestig en daarbij niet alleen het popelement in het oog hield maar ook een eigen identiteit wist te bewaren. In een mum van tijd wist de groep hierdoor een breed publiek te bereiken en waren haar optredens (aanvankelijk nog in kleine zalen) uitverkocht. Opvolger Lonerism, dat twee jaar later verscheen, breidde het palet uit met enige electronica zonder echt het groepsgeluid te verraden. Voor wie er nog aan twijfelde, was duidelijk geworden dat Tame Impala een blijvertje zou zijn.

De band die in de studio de facto het kind is van Kevin Parker omarmde in 2015 zijn pop- en electroliefde volledig met het al even positief onthaalde Currents. De knipogen naar de jaren tachtig waren nooit ver weg op een album dat schaamteloos mikte op de dansvloer en zelfs een discogevoel wist op te roepen. Currents toonde nog meer hoezeer Parker de voorbije jaren gegroeid was in zijn rol van muzikant, producer en arrangeur. Dit leidde tot samenwerkingen met Mark Ronson, Lady Gaga en Kanye West, al was die laatste conform Wests eigenzinnige karakter op zijn minst speciaal te noemen: Parker bezorgde aan West een aantal samples waarna hij niets meer van hem hoorde tot hij te weten kwam dat ze gebruikt werden op Ye.

Dat na elk feestje een kater volgt of althans een periode van rust behoort geen verdere toelichting. Dat Parker hier op The Slow Rush voor kiest, mag dan ook niet verbazen. De ingetogenheid gekoppeld aan een meer meanderend electrogeluid roept aanvankelijk nog enige scepsis op – per slot van rekening hield Tame Impala in het verleden nog altijd enige schwung in haar platen – maar wie bereid is de plaat door te laten dringen, hoort nog steeds het vakmanschap en oor voor songs en melodieën die Parkers vorige worpen al kenmerkten. Meer nog dan vroeger speelt de productie immers een belangrijke rol, waarbij de plaat als geheel een vloeiende sound krijgt die het onderliggende rockende geluid onder controle houdt. Het beste voorbeeld ervan is zonder twijfel “It Might Be Time”, dat een stevige rocker in zich verbergt die onder het gepolijste geluid blijft pulseren en live zonder meer voor een explosie kan zorgen.

Het is aanvankelijk dan ook even wennen en voorbij het geluid kijken om de songs zelf te herkennen, zo hard heeft de productie zijn stempel op het geheel gedrukt. Tezelfdertijd kan noch mag ontkend worden dat Parker de studio zelf ook altijd als een instrument gezien heeft en de vorige drie platen de mogelijkheden ervan verder verkend heeft. Op Currents leidde dat inderdaad tot een rijk en feestelijk geluid, maar de meer bedachtzame en melancholische Parker (The Slow Rush behandelt voornamelijk hoe om te gaan met verlies) staat evenzeer als een huis en benadrukt op zijn manier net zo goed de kracht en het vakmanschap die in de songs geslopen zijn. In essentie volstaat opener “One More Year” al om dat te benadrukken. De pompende, pulserende drum overschaduwt nergens de dromerige synths, terwijl de baslijn nog steeds kronkelt en zijn terechte plaats toegewezen krijgt.

Op deze langspeler weet Parker stevigere songs met meer ingehouden nummers af te wisselen zonder dat het geheel ooit in het gedrang komt. Zo klinkt de semiballade “On Track” even helder en meeslepend als het dansbare “Borderline” en het haast funky “Breathe Deeper”. Toch staan de drie songs volledig op zichzelf en kunnen ze elk een eigen identiteit voorleggen. Is de baslijn op die laatste het cement dat alles bij elkaar houdt, dan geldt voor “On Track” dat net de keyboards samen met de drums voor de juiste toets zorgen, waar bij “Borderline” de pompende drums en bas de groove dan weer voortstuwen. Opnieuw kan niet genoeg benadrukt worden hoezeer het studiogeluid alle nummers in het gareel houdt zonder hun eigenheid te hinderen, waardoor het album als een geheel laat klinken.

Nog meer knappe voorbeelden van Parkers visie vormen “Tomorrow’s Dust”, dat als een van de weinige songs de gitaren duidelijk naar voren schuift (al zijn de synths nog steeds prominent aanwezig) en het naar eighties-hoogtepunten knipogende “Lost In Yesterday”, waar met enige goodwill flarden van onder meer Madonna en Michael Jackson in te horen zijn, zij het dat Parker er nog steeds zijn eigen stempel op drukt. Niet geheel onterecht wordt hier en daar overigens opgemerkt dat hij op dit album ook de trance en Manchestersound van de jaren negentig mee een plek heeft gegeven zonder een doorslagje te maken. In essentie weet Parker op The Slow Rush nog meer stijlen en invloeden te verwerken zonder de tijdloosheid van het album in het gedrang te brengen. Het is die aanpak die er voor zorgt dat de popinsteek van “Glimmer”, een andere song met duidelijk aanwezige gitaren, zich perfect tussen de andere nummers kan begeven terwijl het toch weer anders klinkt dan de rest.

Liefhebbers van een breed uitwaaierende Tame Impala kunnen nogmaals hun hart ophalen bij “Instant Destiny”, dat, voor wie er overigens nog aan twijfelde, aantoont dat Parker ook voldoende soulmuziek binnen gelepeld kreeg om het naadloos te incorporeren in zijn songs zonder het genre oneer aan te doen. Soul is overigens maar een van de vele invloeden die op het album te horen zijn. Zo krijgt het nummer in kwestie bijvoorbeeld ook enkele spacerockverwante keyboards toegeworpen. In het afsluitende, meer dan zeven minuten durende “One More Hour” wordt The Slow Rush samengevat door bedachtzame momenten te laten pareren met de nodige rockdreunen en wilde drums, terwijl ook de synths geregeld loos gaan. Vooraleer het zo ver is, mogen ook nog het funky, meestampende en geregeld naar Daft Punk hintende “Is It True” (een van de nummers die er meteen uitspringen) en het wat te lang uitgesponnen, ingetogen “Posthumous Forigiveness” nog hun plek opeisen. De laatste song (een mooie hommage aan Parkers overleden vader) besnuffelt symfonische rock, maar blijft conform de rest van het album nooit hangen in een genre.

Met vier albums op tien jaar tijd en de nodige extra engagementen en producerswerk tussendoor blijft de output van Parker zonder meer indrukwekkend te noemen, te meer daar hij met Tame Impala op eenzelfde hoog niveau blijft presteren. Muzikaal weet Parker met elke plaat steeds beter de verschillende genres en invloeden met elkaar te versmelten waardoor de psychedelica van het debuut slechts een van de vele kenmerken geworden is. De grootste stap die Parker gezet heeft, blijft echter de manier waarop hij de studio als extra instrument en meerwaarde weet te hanteren en op The Slow Rush een gepolijst geluid aflevert dat nergens glad of goedkoop klinkt.

Het vakmanschap dat Parker met Tame Impala tentoonspreidt, zal niet alleen audiofielen aanspreken, maar iedereen die van goede popsongs houdt die verder durven te kijken dan goedkope trucs en gemakkelijk in het oog liggende melodieën. Vier platen ver heeft Tame Impala definitief zijn plek veroverd in de muziekgeschiedenis.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

zes + elf =