We hebben medelijden met de therapeut van Zweedse organiste Anna von Hausswolff. Op haar nieuwste album ICONOCLASTS drukt ze haar diepste zielepijnen uit door als een lawine over ons heen te donderen. Maar het gezicht dat de Zweedse hierachter ontplooit, is heel eerlijk. Je mag dan nog machtige arendsvleugels hebben, ooit was je een pluizig kuiken.
![]()
Stel je eens voor: je bent een zevenjarig zweeds meisje. Je hebt ongetwijfeld twee verschillende kleuren sokken aan en je staartjes schreeuwen ‘Pippi Langkous’. Wanneer je op de muziekschool een instrument mag kiezen, laat je de voor de hand liggende piano of klarinet links liggen. ‘Dat grote ding wat een rotherrie maakt in de kerk, dat lijkt me wel wat!’, denk je, en je gaat voor het orgel. Je lijkt klaar voor een leven vol vrome recitals van heikneuterige kerkliederen, maar helaas strookt dat niet met je progressieve visie. Wat doe je dan? Dat enorme gevaarte proberen te bedwingen en er je eigen weg mee gaan.
En zo begrijpen jullie de Zweedse organiste Anna von Hausswolff – echte naam, we kid you not – al wat beter. Subtiel laagjes bouwen zit er met zo’n ijzerwinkel helaas niet in, en dus smeedt von Hausswolff een universum van grootsheid en oneindigheid. Een gothisch decor waartegen ze haar klankopera’s afsteekt, vol postrock drones, meerstemmige elfengezangen en dreigend orgelpijpgebrom, opborrelend als een geiser. Het aanspreken van de oerkrachten in de natuur als schild tegen je innerlijke zelf: praktisch is het niet, doeltreffend des te meer. Onder de schare fans die von Hausswolff bij haar voorgaande vier albums reeds wist te verwerven, mogen onder andere Lykke Li, Swans en Sun O))) gerekend worden.
Wie er dan weer geen fan is, zijn voorgenoemde katholieke heikneuters: ze werd reeds meermaals van satanisme beschuldigd, hetgeen zelfs leidde tot het afgelasten van concerten in Nantes en bijna zelfs in Brussel. Ergens begrijpelijk, aangezien von Hausswolff er de goede gewoonte op nahoudt om concerten te spelen en platen op te nemen in de natuurlijke biotoop van het orgel: juist ja, in een kerk.
Goed, genoeg over Satan en Pipi Langkous-staartjes. Tijd om het te hebben over haar nieuwste gooi ICONOCLASTS. Ook nu weer krijgen we geen makkelijk verteerbare liftmuziek voor de kiezen: bijna vijfenzeventig minuten lang duurt de rit, en daarin wordt geen adempauzes toegelaten. Rococo, bombast en intensiteit: we waarschuwden er al voor, maar dat het in zo’n krachttoer op ons losgelaten zou worden, daar kan je gewoon niet klaar voor zijn.
Het heeft dan ook geen zin de plaat te bespreken aan de hand van de afzonderlijke nummers: ICONOCLASTS moet het hebben van de totaalervaring. De berg beklimmen bepaalt grotendeels de pracht van het zicht op de top, of niet soms. Opener “The Beast” is eigenlijk een langgerekte, gestaag opbouwende drone waarin David, gespeeld door de saxofoon van Otis Sandsjö, het Goliathiaanse orgel van von Hausswolff in de ogen durft kijken. Dit is geen unicum op de plaat; de prominente rol van de soms als Alabaster Deplume klinkende sax geeft een nieuwe, spannende toets aan von Hauswolff’s geluid. Het belichaamt een dolen en bibberen doorheen het megalomaan staketsel van het orgel dat als een nooit aflatende geselbui over ons heen dondert. Het is minder aanwezig dan op haar vorige platen, maar desalniettemin onmogelijk te negeren.
Temidden deze mechanische overdaad staat Anna haar zang zeker haar mannetje. De intensiteit waarmee ze haar verzen vol aardse beslommeringen en gevoelens van nietigheid uitspuwt, schreeuwt en proest doet het haar op onze armen rechtop komen. Het houdt ergens een midden tussen Kate Bush, PJ Harvey en Björk op bijvoorbeeld “The Iconoclast”, of klinkt als een elfenkoor a la Aurora op “The Iconoclast”. Daarnaast neemt Anna de woudnimf plaats naast een kreupele berggeit in de vorm van een – zelfs voor zijn doen – uitzonderlijk vals zingende Iggy Pop op “The Whole Woman” en bundelt ze de krachten met bloedzuster Ethel Cain op het bijna als Caroline Polacheck-pop klinkende duet “Aging Young Women”.
ICONOCLASTS kan je dus enkel met hoofdletters spellen. Het is overdaad, het is Everything Everywhere All at Once. Dit is geen plaat voor om het even welk moment – ze neemt plaats in, soms zelfs storend veel. En toch, in vergelijking met haar eerder werk horen we minder postrock, minder loden duisternis en ook tekstueel stelt von Hauswolff zich uitzonderlijk klein en puur op. Er schijnt breekbaarheid door de orkaan. Zo weet ze op geslaagde wijze haar bulderende kathedraal te vertalen voor Gen Z. Dat haar methode werkt, bewijst de staat van onze woonkamer na enkele luisterbeurten: de storm die er gepasseerd lijkt te zijn, is van die aard dat het KMI er wat ons betreft een eigen naam voor mag verzinnen. Laat gerust weten wanneer jullie nog eens een vrouwennaam met een ‘A’ zoeken – we hebben zo al een ideetje.



