Jelle Denturck borg samen met Dirk. zijn gitaar op en kroop achter de piano. Het titelloze debuut van Dressed Like Boys grossiert in tijdloze ballads, die machtiger resoneren dan de luidst gebrulde punksong.
De totstandkoming van dit – waarom rond de pot draaien? – prachtalbum is een lang proces geweest. Een eerste versie werd naar de vuilbak verwezen en Denturck moest bijgevolg opnieuw de studio in, om daar te beseffen dat hij zelf het enige benodigde ingrediënt was. Zelfs de koorzang die de mooie opener “Nando” glorieus doet openbloeien, is niet meer dan Denturck zelf die zich laagje voor laagje opbouwt tot iets groots. Less blijkt uiteindelijk toch steeds more te zijn.
Dressed Like Boys klinkt onbeschaamd retro, maar meet zich met de besten: véél Bowie hier, een toefje Elton John daar, maar nergens klinkt het gratuit. Bovenal is het een zeer afwisselende plaat, en de gitaar is nog wel aanwezig, maar ze krijgt een andere rol. Ze ondersteunt “Healing”, tooit “Agony Street” met een George Harrison-solo en injecteert volop zomerzon in het aardedonkere “Lies”. Bovendien wisselt het vertelperspectief voortdurend. Er zijn de ooggetuigenverslagen die samen de tekst van het machtige en Sufjan Stevens in herinnering brengende “Stonewall Riots Forever” in het perspectief van de geschiedenis plaatsen. Er is de vriendin die in “Lies” het hoofdpersonage rechtstreeks confronteert met zijn drankmisbruik. Maar bovenal is het Jelle Denturck zelf die zijn zielenroerselen blootlegt. Hij zingt over jong zijn in een kleinburgerlijke omgeving (“Our Part Of Town”) en over hoe je hieruit los te worstelen (“Pinnacles”). De confrontatie met homohaat in zijn thuisstad Gent noopte hem tot “Pride”, waarvan de spaarzame pianotoetsen als koude rillingen over onze ruggengraat dartelen. In afsluiter “Gregor Samsa” bezingt hij het gemis van zijn moeder als een zwart gat dat hem achtervolgt op straat. Anders dan bij Dirk. verschuilt Denturck zich hier nergens achter een schild van ironie. De verdediging wordt neergehaald en wat overblijft, is de mens in zijn naakte kwetsbaarheid.
Denturcks kunst is op dit solodebuut volwassen geworden. Hij keek diep in de ziel van de mens – zowel die van hemzelf als die van ons – en heeft er elf prachtige songs uit opgediept. Wat betekent dat immers, volwassen worden? Is het jezelf verloochenen omwille van een carrière, zoals die Hongaarse hypocriete politicus die tijdens de pandemie betrapt werd op een seksfeest (“Jaouad”)? Is het tegen beter weten in leren leven met een uitzichtloze situatie (“Finger Trap”)? Of is het jezelf een rad voor de ogen draaien, zoals de dronkenlap die zijn drankmisbruik minimaliseert in “Lies”? Allemaal mensen die zichzelf niet aanvaarden, en Denturck wil niet in dezelfde val trappen, maar hij bezingt het wel allemaal vol mededogen.
Of is het opkomen voor jezelf, jezelf leren aanvaarden, ook al betekent dat het verlies van enkele zogenaamde vriendschappen? De tijd van conformeren en aanvaard worden is voorbij. Vanaf nu is het te nemen of te laten. “Do you wanna be understood … without having to be understandable?” Het is een gefluisterde strijdkreet voor de misfits en verschoppelingen – queer of niet. Waren wij bij de eerste luisterbeurten slechts koele minnaars van “Jaouad”, dan brengen die bedwelmende pianotoetsen ons nu haast in trance. Elke luisterbeurt onthult een nieuw gelaat van dit album – en wij hebben al váák geluisterd.
We hebben er het raden naar of Denturck zich nu al zo volwassen voelt als hij zich toont, maar met Dressed Like Boys is hij alvast een grote meneer in de Belgische muziek geworden. De piano en onbeschaamde zelfrepresentatie zorgen de hele speelduur lang voor prachtig ontluikende melodieën en diep doorvoelde hartenpijn van een zoekende ziel. Jelle Denturck is niet meer van plan zich voor iemand weg te steken. Dressed Like Boys is een in een fluwelen handschoen gehulde dikke fuck you naar pilaarbijters en samenzwerende idioten. Een essentiële plaat om te horen, voor iederéén.




