Jelle Denturck wil niet meer gewoonweg aanvaard worden. De cisnorm is relatief, Denturck is niet langer bereid tot compromissen en iedereen mag, nee móét het weten. Om dat te bereiken, gaat hij in zijn nieuwe project Dressed Like Boys de strijd niet aan door luid te roepen, maar wel door mooie luisterliedjes te schrijven.
We spreken Denturck daags na zijn optreden op Gent Jazz in juli, alwaar hij een haast lege en eerbiedig stille tent moest overtuigen van zijn nieuwe project. Geen enkel probleem natuurlijk, want uiteindelijk gaat iederéén overstag voor de onversneden kwaliteit van Dressed Like Boys. Nu ja, op één persoon na dan, maar daarover straks meer.
enola: Dressed Like Boys is duidelijk geen Dirk. Heb je De Gitaar nu afgezworen ten voordele van de piano?
Jelle Denturck: “Alles wat ik doe is altijd een reactie op wat ik daarvoor deed, omdat ik het beu werd. Na de Vampire Weekendachtige indiepop van Protection Patrol Pinkerton had ik zin om lawaai te maken. Dat werd dan Dirk. en nu heb ik weer het gevoel dat ik met die band uitverteld ben, dus werd het tijd voor iets radicaal anders.”
“De piano is altijd al mijn eerste instrument geweest. Ze heeft alleen lang onder het stof gelegen en ik heb het echt terug in de vingers moeten krijgen. Bovendien was het in het begin echt niet duidelijk welke vorm dat nieuwe project ging krijgen. Ik wilde vooral een ander soort songs schrijven dan bij Dirk. Van nature neig ik altijd naar heel melodieuze muziek, vaak té melodieus voor Dirk., en ik wilde voor mezelf de oefening maken om te zien waar het muzikaal heen ging wanneer ik mijn hoofd leegmaak en mezelf compleet de vrije loop laat.”
enola: Heb je Dirk. daarvoor actief on hold gezet?
Denturck: “Ja en nee. Ik ben actief beginnen schrijven in het najaar van 2022. Ik werkte toen nog parttime en speelde bij Dirk., maar ik had het gevoel dat er iets ontbrak in mijn leven. Ik heb mijn job opgezegd en een paar maanden vrij genomen om mezelf echt op de rooster te leggen. Wat wil ik eigenlijk doen met de rest van mijn dagen? Wat is een ‘goed en zinnig’ leven? Ik ben veel filosofie en literatuur gaan lezen en heb gaandeweg antwoorden gevonden. Dat is dan in songs geslopen van wat uiteindelijk Dressed Like Boys werd.”
“Begin 2023 had ik de demo’s voor deze plaat klaar. De derde plaat van Dirk. moest toen nog uitkomen, en daarna zouden we snel een vierde plaat schrijven om naar het buitenland trekken. Maar het bleek onmogelijk voor iedereens agenda om het voor dat jaar nog in te plannen. Toen heb ik wel gezegd dat ik mijn demo’s voorrang ging geven.”
“Maar ook daarna was het nog een lang proces. Er was de zoektocht naar de ziel van ‘Dressed Like Boys’: wat moest de sound zijn? Dat ging gepaard met véél experimenteren, uitproberen en wegsmijten.”
enola: Hoe klonk dat eerste album dan, en wat is het verschil met nu?
Denturck: “Die eerste versie van de plaat was opgenomen zoals wij een plaat met Dirk. opnamen: je komt met je band in de studio, je gooit daar enkele micro’s in en je duwt op record. We gingen ervan uit dat we de sound konden creëren in de mix. Tot Tobie Speleman, onze mixer, ons liet weten dat hij de seventiessound waar ik naar op zoek was niet uit die opnames kon halen, omdat het er simpelweg niet in zat. De drums klonken te zwaar, terwijl ze op die seventiesplaten vaak heel licht klinken, haast als koekendozen. Bovendien hadden we alles opgenomen op een grote prachtige vleugelpiano – terwijl ik eigenlijk fan ben van oude, afgeleefde buffetpiano’s die lichtjes vals staan. Dat is veel interessanter wegens meer karakter. De drum en de piano zijn de ruggengraat van het album, dus het besef daalde al snel in dat als we die opnieuw moesten doen, we alles opnieuw moesten doen.”
“Toen ik de eerste versie doorstuurde naar het label, zeiden ze vlakaf dat ze de demo’s beter vonden. Zij vonden dat die knullig op mijn laptop opgenomen demo’s meer karakter, charme en eigenheid hadden dan de heel professioneel klinkende plaat die we als band hadden opgenomen. Ik heb moeten beseffen dat dit een soloproject was, en geen bandalbum. In een band moet iedereen werk hebben, of ze vervelen zich. Maar ik werk het best héél traag: veel nadenken en tien keer luisteren naar één piano- of gitaarlijntje, om voor mezelf te beslissen of ik vind dat iets goed klinkt. De labelbaas wees me erop dat ik mijn debuutplaat maar één keer kan uitbrengen en dat we eraan zouden werken tot het klonk zoals ik het in mijn hoofd hoorde. Zo is die tweede versie ontstaan. We vertrokken vanuit de demo’s en zaten meteen op het goede spoor. We hebben heel weinig toegevoegd. Het was een plaat die net veel zuurstof nodig heeft.”
enola: Het klinkt inderdaad luchtig, ondanks de bij momenten redelijk zware thema’s.
Denturck: “Voilà. Als je over zulke zware shit schrijft, moet de muziek niet ook nog eens loodzwaar zijn. Dan is het niet meer behapbaar. In mijn tienerjaren heb ik een enorme Eels-fase gehad. Die kon dat ook als de beste: een heel zware thematiek verbinden met heel zomerse en lichte popmuziek. Ik hou van dat contrast en daar was ik naar op zoek, alleen heeft het lang geduurd voor ik dat zelf doorhad (lacht). Maar kijk, nu zijn we er en ben ik superblij.”
enola: Heb je al reacties gekregen van mensen die het niet begrijpen? Teleurgestelde Dirk.-fans, die de gitaar missen?
Denturck: “Mijn labelbaas is onlangs de eerste persoon tegengekomen die het niet goed vindt. Het bleek zijn garagist te zijn, een echte oldschool hardrocker (lacht). Eind vorig jaar heb ik een aantal shows met Het Zesde Metaal gedaan en iemand uit de band zei in de backstage dat hij er nog altijd aan moest wennen om mij, de frontman van Dirk., achter dat pianootje te zien zitten om wat droeve ballads te spelen. Dat was blijkbaar wel een mindfuck (lacht).”
enola: Je spreekt over een seventiessound en ik hoor veel Sufjan Stevens of Elton John, maar kan je nog minder voor de hand liggende voorbeelden noemen?
Denturck: “De naam Elton John valt inderdaad geregeld, en ik snap het wel. De songs van de jonge Elton John waren top, maar qua sound neigt het soms te gauw naar kitsch. Ook zo met Billy Joel: ongelooflijke songschrijver, maar hij zit vaak op het randje van klef. Het dubbeltje kan soms fout vallen.”
“Tijdens mijn sabbatical heb ik me ook op muzikaal gebied opgefrist. Na bijna tien jaar gitaarmuziek luisteren in functie van Dirk. was ik toe aan iets anders. Ik dook in de sixties en de seventies: héél veel David Bowie en mensen als Joni Mitchell, Linda Perhacs, Eric Anderson, Dave Van Ronk en Bert Jansch – ook die hele folkscene van de New Yorkse Village van de jaren zestig.”
“Maar ik ga natuurlijk nooit kunnen wegsteken dat ik een enorme Sufjan Stevens-fan ben.”
enola: Wat vindt je vriend trouwens van de lofzang die hij als opener op de plaat krijgt?
Denturck: “De eerste keer dat hij het hoorde, was hij tot tranen toe bewogen. En dat was toen nog maar de demo, want ik moest natuurlijk wel eerst even checken of ik dat nummer wereldkundig mocht maken (lacht). Het grappige is ook dat in de vriendenkring iedereen nu “Nando” begint te zingen als hij ergens arriveert.”
enola: Dat brengt ons ook bij het thema van je muziek: je geaardheid en de strijd van de LGBTQIA+-community.
Denturck: “Het queer thema is inderdaad nogal prominent aanwezig op het album, maar dat was op voorhand nooit het opzet. Bij Dirk. schreven we alle muziek samen. De lyrics schreef ik apart, maar dat was niet het allerbelangrijkste. Ik was vooral op zoek naar catchy oneliners, tongue-in-cheek taalmopjes. Ik ging daar niet mijn ziel blootleggen.”
“In die periode van veel zelfonderzoek kwam die persoonlijke stuff wél boven bij het schrijven. Blijkbaar zat er diep van binnen van alles vast en moest het er een keer uit.”
enola: Dan nog is het een grote stap om er op een album mee naar buiten te komen.
Denturck: “Ja. Ik ben al wel een tiental jaar uit de kast, maar je hebt gradaties van ‘out’ zijn. Ik was vroeger al opgelucht wanneer ik niet te veel werd veroordeeld door familie en vrienden. Maar hoe langer ik out ben en hoe vaker ik me in de queer community begeef, hoe meer ik ben beginnen beseffen wat een enorm leed er in de geschiedenis van de community zit, gaande van wereldoorlogen tot het feit dat queer zijn nu nog altijd verboden is in 64 landen wereldwijd, of dat Trump transmensen bijvoorbeeld gewoon ontkent, enzovoort. Het is me steeds meer gaan bezighouden.”
enola: Heeft het je opstandig gemaakt?
Denturck: “Ja, hoewel er geen vechter in mij zit. Ik zal niet vooraan op de barricades gaan staan. Ik ben meer de filosoof die afstand bewaart en veel leest. Ik duik graag de geschiedenis in – vandaar een song als “Stonewall Riots Forever”. De kennis van het verleden is een anker, het maakt dat je weet dat je niet alleen bent in je strijd. Ik heb daar veel aan.”
enola: Je bezocht de Stonewall Inn, het New Yorkse café waar de Pride-beweging ontstond. Deed dat iets met jou?
Denturck: “Ja, dat was echt insane. Meteen bij aankomst begon ik al te bleiten. Ook al zit dat gevoel vooral in het hoofd, toch doet het iets met me om voor die gevel te staan, in de straat waar het begonnen is. Queer-iconen, zoals Sylvia Rivera of Marsha P. Johnson, hebben daar op straat gestaan en zijn daar in de clinch gegaan met de NYPD.”
“Gays werden in de USA tot eind jaren zestig – in het beste geval – als tweederangsburgers behandeld. Ze kregen geen alcohol geserveerd in cafés, ze moesten zich ‘naar hun geslacht’ kleden en je kon ontslagen worden omwille van je geaardheid. Basically, als je queer was, stond je buiten de maatschappij. En ja, dat besef van de geschiedenis komt boven wanneer je daar toekomt.”
enola: Vertel eens iets over dat café?
Denturck: “Eigenlijk is het geen mooi café, het was gewoon een dive bar van de maffia, het enige soort plek waar queer mensen terechtkonden: zwarte verf op de muren, een jukebox en een toog, maar dan een zonder stromend water. De alcohol was aangelengd met water en veel te duur. Maar goed, de maffia verdiende geld en de queers konden iets drinken, dus iedereen was bij.”
“De nieuwe eigenaar heeft het zoveel mogelijk ingericht zoals het vroeger was. Hij heeft vier lagen verf van de toog moeten schrapen om die in de oorspronkelijke staat te herstellen. Er staat een pooltafel die tijdens drag nights gebruikt wordt als een soort half podium. Er hangt héél veel geschiedenis, en grote namen als Taylor Swift en Madonna hebben daar al opgetreden, op dat minipodium.”
enola: Wat gebeurde er precies op die avond, 28 juni 1969?
Denturck: “De week ervoor was Judy Garland overleden, een uitgesproken bondgenoot van de queers, en zelf ook stiekem queer. Zij nam het voor hen op, wat haar haast tot een godin maakte. Op haar begrafenis in New York op 27 juni waren veel queer mensen aanwezig, die ‘s avonds in de Stonewall hun verdriet gingen wegdrinken. De maffia was echter vergeten de steekpenningen aan de politie te betalen, waarop die binnenvielen, mensen begonnen arresteren en in de combi duwden. Er kwam echter verzet, voor het eerst, en de situatie escaleerde tot de politie zich uiteindelijk zelf moest verschansen in de Stonewall tot er versterking kwam. Dat protest heeft enkele dagen geduurd en was behoorlijk gewelddadig. Sinds 1970 wordt dat elk jaar herdacht en daaruit zijn de Pride-parades ontstaan.”
enola: Je zingt ook over actrice Veronica Lake, wat doet zij in dit verhaal?
Denturck: “Alle lyrics van dat nummer zijn quotes van mensen die er toen bij waren. Als je vroeger dat soort bar bezocht, moest je je registreren en heel veel mensen gebruikten dan valse namen. ‘Judy Garland’ was zo een veelgebruikte naam, maar je had ook transmensen die zich kleedden als filmsterren zoals Veronica Lake. ‘Veronica Lake gave her right name’ betekent dat ze de fout maakte om haar échte naam tegen de politie te zeggen. Als je dat doet, kan je opgepakt en berecht worden. Het gaat dus niet over de echte Veronica Lake.”
enola: Je groepsnaam komt ook uit dit nummer.
Denturck: “Op een bepaald moment las ik een testimonial van een man die zei dat hij naar de Stonewall kwam om een heel weekend zichzelf te kunnen zijn. Op zondagavond moest hij zijn valse borsten weer afdoen en gaan functioneren in de maatschappij: ‘we strapped our breasts down and we dressed like boys’.”
“Ik was al heel lang een bandnaam aan het zoeken. We wisten dat we hier een Europees verhaal van wilden maken, maar met ‘Jelle Denturck’ zou ik niet ver geraken (lacht). Ik denk dat ik een lijst met duizend opties voor bandnamen had, en allemaal waren ze even slecht. En op een dag toen ik “Stonewall” aan het oefenen was, ging er een lampje aan in mijn hoofd.”
enola: Loop je zelf mee met de Pride?
Denturck: “Ik ben er al wel geweest, maar voor mij persoonlijk is dat net iets te druk. Maar het blijft wel een belangrijk gegeven: deelnemen aan de Pride is de geschiedenis eren. Het is altijd feest wanneer de queer community op straat komt, maar in wezen is de Pride een protest. Het is weigeren om als tweederangsburgers behandeld te worden. In België zijn er verworven rechten en dat is schitterend, maar dat betekent niet dat er hier geen Pride meer nodig is. Ik ken nog altijd mensen van mijn leeftijd die zich thuis outten en die nu hun familie niet meer mogen zien. Dat gebeurt dus nog, en daarom blijft het belangrijk om te tonen aan de jongeren die nog in de kast zitten en die bang zijn om eruit te komen, dat er veel steun voor hen is en dat ze ergens terechtkunnen. Dat mag af en toe aangescherpt worden.”
“Soms horen we van die stemmen die vragen of dat nog wel nodig is, omdat we onze rechten hebben. Maar rechten kunnen weer omgedraaid worden, zoals we ook nu in Amerika zien gebeuren.”
enola: Uit je nummer “Pride” blijkt dat we er hier in België ook nog niet zijn.
Denturck: “Exact. Als mijn vriend en ik in ons oh zo progressieve Gent nog altijd op straat worden lastiggevallen omdat wij hand in hand lopen, dan zijn we duidelijk nog niet klaar.”
enola: Hoe schrijf je zo’n nummer? Want het is heel angstig en ingetogen, maar het zou even goed heel woedend hebben kunnen klinken.
Denturck: “Moest ik het meteen bij thuiskomst geschreven hebben, dan zou het waarschijnlijk een vlammende punksong geworden zijn. Maar het heeft lang geduurd, omdat ik met heel veel angst zat. Mijn lief is vroeger nog kickbokser geweest, dus die is van niemand bang en kan wel een confrontatie hebben. Ik ben gewoon zo niet. Ik heb confrontaties altijd vermeden, nog nooit een fysieke ruzie met iemand gehad en ik zou dat graag ook zo houden.”
“In gewelddadige situaties heb ik een vluchtreflex, ik wil weg. Ik schreef het nummer pas twee jaar na het voorval. Tijdens mijn pauzejaar kwam het terug naar boven en ben ik beginnen schrijven vanuit de vraag hoe komt dat Nand en ik zo anders reageerden op die situatie. Vandaar ook de catchphrase ‘please don’t pick a fight, just swallow your pride’. Pride wordt altijd geassocieerd met uitbundigheid en ik vond het dan leuk om daar die draai aan te geven.”
“Normaal ben ik vaak op zoek naar een beetje cleverness in mijn songs, maar bij “Pride” wist ik meteen dat dat er niet toe deed. Muzikaal is het poepsimpel: vijf coupletten lang hetzelfde, zonder refrein, brug of whatever. Dit moest gewoon goudeerlijk zijn, heel puur. Ik kan het ook niet live zingen zonder dat het weer pijn doet. Het blijft heftig.”
enola: ‘Aanvaard worden’ is voor jou niet meer voldoende, hoorde ik je eens zeggen. Wat kunnen mensen nog meer doen dan je aanvaarden om wie je bent?
Denturck: “Voor alle duidelijkheid: ik vind niet dat iedereen verkeerd bezig is. Maar wanneer mensen héél hard hun best doen om te zeggen dat ze je ‘aanvaarden’, dan klinkt dat nogal stiefmoederlijk, betuttelend. Ook al is het zo niet bedoeld, tegen een gelijke zeg je niet ‘ik aanvaard je’, want dan ben je niet gelijk. Dan sta je toch weer boven de ander. En gelijkheid is het einddoel.”
“Voor mij is het heel simpel. Ieder mens heeft evenveel recht van bestaan als ieder ander. Iedereen wordt ongevraagd geboren en niemand kan eraan doen dat hij, zij of hen is wie hij, zij of hun zijn. Sommigen zeggen dat queer zijn een keuze is, of een modefenomeen. Totale onzin, maar wel onzin die op den duur geloofd wordt, als de geschiedenis wordt uitgewist zoals Trump nu aan het doen is in Amerika. De ‘TQI+’ is van alle overheidssites verwijderd: transmensen worden gewoon staalhard in hun bestaan ontkend. Sommige boeken mogen niet gepubliceerd worden, dat is je reinste censuur, dat is eigenlijk fascisme.”
“Onwetendheid is het grootste gevaar. De oudste geschreven bronnen – duizenden jaren oud – spreken al over transmensen. Ze zijn er altijd al geweest. Maar dat weet haast niemand en daarom kan men denken dat het een fenomeen van de laatste vijftig jaar is, of dat queer zijn een keuze is. Er is iets in mij wakker geworden dat ik het bewustzijn bij zoveel mogelijk mensen wil aanscherpen. Niemand is verplicht om ons prachtig, fantastisch en schitterend te vinden, maar iedereen moet wel weten dat we er altijd al geweest zijn en nooit zullen weggaan. Het is géén keuze, dus als je dat niet kunt aanvaarden, dan heb vooral jij een probleem.”
enola: Zoals de Hongaarse politicus Jozsef Szájer, over wie je zingt in “Jaouad”, een probleem had. Als medestander van Viktor Orban in Hongarije streed hij tegen de rechten van de queer community, maar in december 2020, in volle coronapandemie, werd hij betrapt op een seksfeest voor homo’s.
Denturck: “The Hungarian hypocrite, shimmy down the drain pipe, doing things he helped prohibit. Ja.”
enola: Ben je kwaad wanneer je dat nieuws hoort? Of lach je ermee? Want hoe droevig is het voor die man dat hij zo streng moet zijn, terwijl dat eigenlijk tegen zijn natuur is?
Denturck: “Het is een beetje van de twee. Charlie Chaplin heeft ooit gezegd: ‘als je naar het leven van dichtbij kijkt, dan is het een tragedie. Als je van veraf kijkt, is het een komedie’. Die situatie met Szájer kun je van dichtbij bekijken en het verschrikkelijk vinden: zijn gedrag als politicus en de wetten die hij creëerde, hebben een impact op ongelooflijk veel mensen. Maar als je het vanop afstand bekijkt, is het natuurlijk hilarisch.”
“Dat is een onvrije mens hé. Anderen hebben het vaak beter gezegd dan ik, dus ik ga ook Jean-Jacques Rousseau nog citeren: ‘l’homme est né libre, et partout il est dans les fers,’ de mens is vrij geboren, maar overal ligt hij in ketenen. We slagen er altijd in om onszelf in de boeien te slaan. Die Hongaar zit in een kooi en die kooi zit in zijn hoofd. Ik snap dat je angstig bent wanneer je in een land leeft waar het letterlijk verboden wordt om queer te zijn, maar aan de angst toegeven is dieptriestig. Het is dan net een gezonde reflex om een beetje mededogen te tonen en mild te zijn voor de medemens.”



