The Portuguese Connection :: Phonogram Unit, Pt. 2

Het vanuit Lissabon opererende artiestenlabel Phonograph Unit zette zich in 2020 op de kaart met twee prima releases en deed er sindsdien een hele reeks bovenop, waarmee het zich intussen profileerde als een Portugese sterkhouder op het raakvlak tussen uitdagende zones, “(…) dedicated to the so called experimental, improvised and electro-acoustic music.” Daarmee positioneert het zich ergens tussen Clean Feed en Creative Sources, waarmee nogmaals benadrukt wordt dat er van uitdroging van de scene nog geen sprake is. Integendeel.

Vasco Furtado, Salome Amend, Luise Volkmann – “Aforismos”

Furtado, een van de oprichters van het label, is hier in de weer met twee jonge improvisatoren uit Duitsland, waar hij zelf ook naartoe trok. Salome Amend is een percussioniste (die hier vibrafoon speelt) met wortels in Wüppertal – een stad die, onder meer via Peter Kowald en Brötzmann, een ronkende voorgeschiedenis heeft. Luise Volkmann is dan weer actief in de scene van Keulen, waar Furtado ook belandde. Deze opname bevat hun tweede ontmoeting, die snel volgde op een eerste op een Duits podium. Het werd een even empathisch als compromisloos album met muziek die je idealiter voor je ogen ziet ontvouwen, maar die ook op cd geconcentreerd luisteren afdwingt.

De enige van de vijf tracks die je echt ook als een aforisme zou kunnen beschouwen, is opener “Folk Song”. Het is met voorsprong de meest compacte, toegankelijke en jazzgetinte improvisatie, eentje die een knappe balans aanhoudt tussen etherisch samenspel, openheid en frivoliteit, met staccato sax-accenten, de vibrafoon die gaandeweg gaat klinken als een klokkenatelier en de drummer die de cimbalen uiteindelijk links laat liggen. De volgende stukken zoeken het terrein van ingetogenheid, ritualisme en klankonderzoek op. Soms klinkt het alsof je luistert naar drie percussionisten, met Volkmann die verwantschap vertoont met figuren als Christian Kobi en Hans Koch, en Furtado die bewaakt dat het samenspel een smeulende intensiteit bewaart.

Met een duur van bijna een half uur is “Intuitions” het sleutelstuk van het album, een brok interactie als een slow motion-golfbeweging, een molen die gestaag op gang wordt gebracht om vervolgens weer af te bouwen. Er wordt gespeeld met dissonantie en dynamiek, maar nergens wordt gekozen voor een al te gemakkelijke climax. Integendeel: dit is voer voor open oren die verwachtingen opzij kunnen zetten en vorm vinden in abstractie. Slotstuk “Long Way Home” is het meest reductionistisch, met een hoorspel op fluisterniveau waarin pure sound centraal staat. Dat maakt van Aforismos” geen plaat waarmee je onvoorbereide luisteraars over de streep trekt. Zij die bereid zijn om een inspanning te doen, vinden hier wel een nieuw trio dat zijn overduidelijke affiniteit met verve en geduld etaleert.




Voltaic Trio – 290421

Wat een verschil met de brutale overrompeling van het Voltaic Trio. Aftellen met een “1, 2 – 1, 2, 3,4” en vervolgens drie kwartier loos gaan in de zone tussen free rock, heavy psych en manische furie. En dat hoeft misschien niet te verbazen, want gitarist Jorge Nuno heeft intussen al heel wat ervaring opgebouwd in de rockgetinte flank van de improvisatie met onder meer Uivo Zebra en Signs Of The Silhouette, terwijl Nuno en drummer Valinho elkaar al vonden in Anthropic Neglect en het No Nation Trio met Hernâni Faustino. De drummer is op geen tijd  uitgegroeid tot een vaste waarde in de Portugese scene met een actieradius die maar blijft uitbreiden. Trompettist Luis Guerreiro is dan weer een bekende van Dead Vortex, ook met Nuno.

En toch kon je hier moeilijk op voorbereid zijn, want je wordt getrakteerd op een explosie van energie en geluid, met Guerreiro die met trompet en bakken elektronica verder bouwt op het werk van Miles, Toshinori Kondo en andere klankalchemisten. Nuno van zijn kant kan zich hier helemaal laten gaan met lang uitgesponnen lijnen, in effecten verzuipend gehuil en gejank, plus allerhande hoekige riffage, terwijl Valinho een tomeloze motor is die blijft oppoken en de muziek een immense voorwaartse drive geeft. Geen strakke beats, maar een vrije, aanhoudende explosie van ritme. En toch is het geen loos, bot geweld. Hier wordt niet enkel op lompe kracht geteerd.

Het is net mooi dat regelmatig op adem gekomen wordt, weliswaar met het mes steeds tussen de tanden en het zweet dat van het voorhoofd druipt. Bovenal spreekt hier een immense dynamiek uit, een hongerige zin in exploratie zonder enige vorm van concessies. Magistraal hoe ze na een minuut of veertien even op dromerig-repetitief terrein zitten, Valinho de boel weer aan de kook brengt met steeds actiever, ongeduriger spel, om dan, een kleine twee minuten later, met de terugkeer van die trompet, volledig over de rooie te gaan en de withete noise op te zoeken. De lava stroomt er onstuitbaar en genereus uit. Je kan denken aan beruchte namen als Fushitsusha, Banyan, Earthless, Acid Mothers Temple, Black Bombaim en andere decibelvreters die je richting space katapulteren, maar het is vooral iets dat deze drie op het moment in elkaar vlamden met open vizier en bakken goesting. Zo’n zuivere intenties, daar kan je niet langs. 

José Lencastre, Hernâni Faustino, Vasco Furtado – Forces In Motion

Opnieuw een release die onderstreept dat er nog altijd geen maat staat op de Portugese improvisatie en dan vooral ook op saxofonist José Lencastre. Die speelde zich de voorbije vijf jaar in de kijker via een indrukwekkende lijst platen. Hij dook op in grote ensembles die grote sier maken op het Creative Sources-label (ikb, Variable Geometry Orchestra, Isotope Ensemble), bracht vier albums uit met zijn Nau Quartet, eentje met Raoul van der Weide en Onno Govaert, een duoalbum met João Sousa en intussen ook deze tweede worp met bassist Hernâni Faustino en drummer Vasco Furtado. En dan verscheen er op het moment van schrijven ook nog eentje van zijn kwintet Common Ground.

Een verrassende vaststelling is hier misschien dat Faustino deze keer kiest voor de elektrische bas. Vaak is dit een signaal dat de muzikanten aan het rocken gaan, of op z’n minst kiezen voor een krachtiger geluid, maar dat is hier niet het geval – of toch niet altijd. Ze lijken er net op uit om de uitdaging die de combinatie van akoestische en elektrische instrumenten biedt goed in balans te houden. Het helpt ook dat er hier geen muzikant is die zich naar de voorgrond probeert te wurmen. Het grootste deel van de muziek gaat gelijk op, met een ongemeen voelbare focus, vanaf de sereen-intense opener “Dust”, met die circulaire altsaxpatronen en resonerende cimbalen.

Wat volgt zijn dan een reeks kloeke stukken van 10-15 minuten waarin het trio diverse ideeën uitprobeert. “Points Of Departure” zit vol hoekige bewegingen, alsof de muziek voortdurend struikelt en Lencastre vat het allemaal mooi samen met een ongewone combinatie van lyriek en snedigheid. Ambienttexturen kleuren het begin van “Cascade”, dat verderop uitpakt met een onderhuids pulserende kracht die steeds explicieter naar het oppervlak komt. Minstens even goed: “Lava Flow”. In de kop een combinatie van dromerige basklanken en kale percussie, maar verderop steeds meer die titel waarmakend, met in de tweede helft een verrassend directe kracht. De spreidstand tussen melodieuze finesse en robuuste ritmes blijft aangehouden tot het einde, met in het vlugge “Jellyfish Sea” een gracieus fladderende Lencastre en een afsluitend “End Song”, dat weer inwaarts keert. Een knap einde voor een ijzersterk album dat avontuur, energie, onvoorspelbaarheid en verfijning bij elkaar brengt en zo meteen uitgroeit tot alweer een hoogtepunt in een compacte catalogus die alsmaar indrukwekkender wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in