La Nuée :: La Nuée

La Nuée (een geschiktere naam voor deze band valt moeilijk te bedenken) zet de saxofoon centraal en put ook inspiratie uit het instrument zelf. Dat leidt op dit debuutalbum tot een intimistische wereld die even open als afgebakend is.

Altsaxofonist Johannes Eimermacher richtte de band in 2017 op, maar terwijl dat aanvankelijk in een eclectische bezetting was, reduceerde hij het groepsgeluid naar een focus op de saxofoon. Naast hemzelf zijn er nog altsaxofonisten Frans Van Isacker en Audrey Lauro, en daarnaast nog tenorsaxofonist Sylvian Debaisieux en baritonsaxofoniste Hanne De Backer. Dit blazerskwintet wordt vervolgens aangevuld met drummer João Lobo. Stuk voor stuk muzikanten die thuis zijn de jazz of de vrije improvisatie die daar regelmatig aan gelinkt wordt, maar hier krijg je ze te horen in een heel andere context.

Dit is immers een wereld die verticale diepte en horizontaal tijdsgebruik combineert, met lagen die op elkaar gelegd worden en klanken die, hoe onconventioneel ook, kunnen renderen, voor het licht gehouden worden, terug naar de achtergrond kunnen sluipen. De muziek ontstond al improviserend, maar wat het beste werkte vormde regelmatig de houvast in een conventionele of grafische partituur, terwijl er ook ruimte blijft voor vrijheid, al dan niet binnen afgesproken parameters. Kortom: het draait hier grotendeels om het klankenreservoir van de saxofoons, en die wordt verkend met een ijzeren discipline. Hier immers geen gescheur of geharrewar, laat staan lekker swingende ensemblespel, maar een duik in kwarttonen, multiphonics en zogenaamde extended techniques.

Opener “flottant” laat de meest gave, uitgepuurde versie van de band horen, met een sax die zacht golvend via circulaire ademhaling de toon zet en stapsgewijs gezelschap krijgt van extra saxen. Het is géén geluidssoep die blijft aandikken of waarin je elke bijdrage meteen kan identificeren (zelfs niet de baritonsax), maar een combinatie van tonen en kleuren die rijker wordt, maar tegelijk heel gedoseerd blijft. De saxen zetten soms een stap achteruit, maar kunnen ook innig verstrengelen, al is dat dan steeds met de bedenking dat ze net niet exact hetzelfde spelen. Het geeft de rust een randje onrust die herinnert aan elektronische vibraties, zeker wanneer het hoge register opgezocht wordt in de tweede helft van het stuk.

In “l’éveil” gaat het zo mogelijk nog spaarzamer van start, al blijft de klankkleur hier iets minder zacht. De golven schuren, worden grover, krijgen meer reliëf, en de beheersing kent geen echte rust maar een lichtjes benauwende, onderhuidse spanning. Sluitstuk is het half uurtje van “le départ”, waarmee het sextet nog eens laat horen dat ze meer gemeen heeft met het volk dat labels als Wandelweiser of Another Timbre bevolkt dan meer jazzgerichte labels. Hier wordt klank het meest open benaderd, met in de kop vooral zachte ruis, hoorbare ademhaling, geritsel als wind door een kier en binnen druppelende accenten van saxen, maar verderop ook van Lobo, die al even ingetogen te werk gaat.

De saxen voegen vanop de zijlijn steeds meer stemhebbende klank toe, terwijl Lobo’s cimbalen subtiel naar de voorgrond tikken en suizen. Het is de start van een genuanceerde opgang die beheersing en beweging voortdurend in evenwicht houdt en ondanks de toenemende kracht- en decibelniveaus nooit helemaal openbarst. Daarvoor is het drone-effect te sterk. Een voor de hand liggende emotionele ontlading wordt ingeruild voor een stelselmatige ontmanteling naar roerende brushes, geruis en, uiteindelijk, onbestemd gefrutsel. Dat maakt van La Nuée een album dat enkel op z’n eigen termen beoordeeld kan worden, als een gedisciplineerd hoorspel – of, inderdaad, het synchrone zwermen van vogels – dat de luisteraar een duidelijk kader biedt, maar daarbinnen wel een enorm vat aan mogelijkheden opentrekt. Wie er de openheid en concentratie voor opbrengt, wordt deelgenoot van een brede reikwijdte aan nuances en klankkleur.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien + dertien =