Ginny & Georgia

Netflix lijkt de laatste jaren meer en meer aan de lopende band eigen fictiereeksen te produceren. De streamingdienst lijkt er geen problemen mee te hebben om naast af en toe een klepper als The Queen’s Gambit vooral in te zetten op kwantiteit. Het lijkt wel alsof het streamingsplatform redeneert als een Youtuber die niets te vertellen heeft, maar toch iedere week een nieuwe vlog online zwiert om consistent te blijven. Een van de nieuwste B-reeksen die wonder boven wonder de Belgische Netflix top tien haalde, was Ginny & Georgia, een perfect voorbeeld van een serie waarvoor de kijkcijfers primeren op de kwaliteit van de reeks. Alsof het eerste seizoen niet schadelijk genoeg was, kondigde de streamingdienst onlangs de komst van het tweede seizoen aan.

Ginny & Georgia vertelt het verhaal van alleenstaande mama Georgia (Brianne Howey), die na het plotse overlijden van haar man samen met haar dochter Ginny (Antonia Gentry) en zoontje Austin naar het noorden van Amerika verhuisd om er een nieuw leven te beginnen. Bedenkster Sarah Lampert wil het perspectief van beide vrouwen laten zien. Met het nog steeds beperkte aantal sprekende rollen voor vrouwen in het achterhoofd kan het opzet van Ginny & Georgia veelbelovend lijken, maar buiten de twee vrouwelijke hoofdrollen is er niet veel om blij van te worden.

De reeks zit vol tegenstrijdigheden en ook de optelsom van de handelingen van de personages klopt niet. Lampert wil Ginny en Georgia duidelijk portretteren als sterke, vrijgevochten vrouwen. Zo hoef je tijdens de eerste aflevering nog geen kwartier te wachten op de eerste masturbatiescène, het symbool voor Georgia’s emancipatie. Enkele minuten later zie je hoe dochter Ginny ook een jonge feministe lijkt, wanneer ze haar leraar Engels wijst op het feit dat er geen vrouwelijke en slechts één zwarte auteur op de verplichte leeslijst staan. Enkele afleveringen later frons ik als Ginny haar eigen moeder lijkt te ‘slutshamen’. Het tienermeisje keurt het gedrag van haar moeder af en verwijt haar dat ze nog sneller mannen verslindt dan Taylor Swift, een opmerking die de zangeres in kwestie trouwens niet zomaar liet passeren. Lampert maakt van Ginny geen sympathiek personage.

De karakterontwikkeling van de personages klopt niet, maar er schort nog meer aan het scenario. Er is geen coherente structuur in de perspectiefwissel tussen Ginny en Georgia. Dat maakt het als kijker heel verwarrend: volg je het verhaal van Ginny of volg je het dat van Georgia? Of volg je het verhaal van Ginny’s vriendinnen? Je kan als kijker heus wel twee of meerdere verhalen aan, maar niet als het scenario rammelt langs alle kanten. Lampert gooit zo veel verschillende lijntjes uit, dat ze volgens mij zelf niet meer wist dat ze die op een bepaald punt terug moest oppikken. Het is ook hallucinant dat niemand tijdens een reading geopperd heeft dat het misschien allemaal wat te veel was.

Lampert wil namelijk niet alleen een feministisch statement maken, ze wil ook thema’s als racisme, zelfverminking, eetstoornissen, zelfmoord en seksueel misbruik aankaarten. Dat alles plaatst ze in een volgens haar zo inclusief mogelijke setting. Zo heeft Ginny een witte mama en een zwarte papa, en blijkt haar beste vriendin Maxine (Sara Waisglass), die openlijk gay is, ook nog een dove papa te hebben. Daarmee is voor Lampert de kous af. Begrijp me niet verkeerd, ik ben ervan overtuigd dat Lampert goede intenties had toen ze de reeks maakte. Ze slaat de bal gewoon helaas al snel volledig mis. De zwarte regisseur Anya Adams mocht de regie van de pilootaflevering wel voor haar rekening nemen, maar het scenario komt ook uit de witte handen van Debra J. Fisher en dat merk je. Ik schrijf deze recensie zelf ook vanuit mijn wit privilege, maar wil me wel uitspreken over de vergissingen van de witte makers.

Net als de seksistische opmerking van Ginny het feministisch statement van de reeks al snel in de weg staat, loopt het ook met kritiek op racisme al snel verkeerd. Het is opnieuw veelbelovend dat Lampert wil laten zien hoe iemand van gemengde afkomst kan worstelen met zijn/haar/hun identiteit en het gevoel heeft nergens bij te horen. De reeks bevat echter een heel problematische scène waarin Ginny en haar vriendje Hunter Chen (Mason Temple) zich aan de zogezegde ‘Oppression Olympics’ wagen en elkaar trachten raken met racistische vooroordelen. Spoiler alert: ze verliezen allebei.

Het zijn belangrijke thema’s die Lampert tracht aan te kaarten, maar meer dan laten zien dat ze bestaan, doet ze niet. De reeks hoeft geen belerende televisie te worden, maar problemen tonen die weggelachen worden, lijkt mij niet echt constructief. Zo wordt er bijvoorbeeld nooit meer aangekaart dat Ginny betrapt wordt bij een winkeldiefstal met haar vriendinnen, omdat ze nu eenmaal het enige zwarte meisje is. De afhandeling van dit voorval is opnieuw goed bedoeld, maar slecht uitgewerkt.

Het grootste probleem met Ginny & Georgia is dus dat Lampert te veel problemen tegelijk wil aanpakken, met alleen maar halfuitgewerkte, problematische scènes als resultaat. Dat maakt de serie gevaarlijk voor het doelpubliek. Ginny & Georgia is ontzettend populair bij tieners dus ik stel mij de vraag wat zij ervan meenemen. Ze worden blootgesteld aan racisme, zelfverminking, seksueel misbruik, wapens enzovoort. Ze krijgen nergens een ‘trigger warning’ en krijgen de indruk dat het goed is om het heft in eigen handen te nemen. Ik hoop dat ze misschien gewoon zien dat iedereen wel ergens mee worstelt en ze meer begrip krijgen voor anderen, maar misschien word ik wel gewoon oud als ik ijver voor een kritisch bewustzijn bij het jonge doelpubliek van Ginny & Georgia, dat de reeks misschien vooral volgt voor de kaaklijn van Ginny’s love interest Marcus (Felix Mallard).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

4 + 13 =