Pom :: Piet Pienter en Bert Bibber – Integraal 5

Met de vijfde editie van de geplande elf edities en eenentwintig verhalen heeft Piet Pienter en Bert Bibber net niet de helft van de vijfenveertig gepubliceerde strips die Pom tijdens zijn leven schreef opnieuw ontsloten. De vier verhalen uit deze integrale, werden geschreven en verschenen in de vroege jaren zestig, de meest productieve periode van (de jonge veertiger) Pom, waarbij de laatste drie in eenzelfde jaar gepubliceerd werden. Niet veel later zou hij gas terug nemen en vanaf dan een jaar of langer tussen twee strips inlassen. Het was ook de periode waarin hij na achttien jaar huwelijk zijn vrouw Marja Van Sintjan zou verlaten, die de drijvende kracht achter zijn carrière was.

Dat laatste is alvast de mening van hun dochters Rose-Marie en Greet, die in deze integrale terugblikken op het leven met een eigenzinnige vader. Net zoals ook uit zijn biografie en alle andere getuigenissen al bleek, was Pom vaak een in zichzelf gekeerd en mopperend iemand maar had hij ook zijn charmante en liefdevolle kanten. Interessant om lezen is hoezeer Pom, met zijn onafscheidelijke witte stofjas, naast zijn blijvende voorliefde voor alles wat met techniek te maken had ook op kledijgebied duidelijk vast bleef hangen in zijn jeugdjaren en die voorkeur niet alleen aan zijn personages oplegde maar ook voor zichzelf en zijn gezin volgde. Die kleine schetsen van een enigmatisch en stug figuur tonen sterker dan welke biografie aan hoezeer hij zichzelf weergaf in zijn personages, inclusief de kleine kantjes die ze hebben en die vooral bij Bert Bibber naar voor lijken te komen.

In een poging Susans hart te winnen van zijn rivaal Theo Flitser koopt Bibber in het eerste verhaal van deze bundel, De Dubbel-Koolzure-Soda-Bom, niet alleen een nieuwe wagen maar laat hij ook zijn baard groeien zoals televisiepresentator Pol Heyrinck. Susan, die ondertussen een vaste waarde binnen de reeks is en geregeld bij beide vrienden langs komt, vindt dat immers heel mannelijk. Wanneer hij zich na een week opgesloten te hebben, opnieuw vertoont, heeft het echter niet het verwachte resultaat: Susan vindt er niets aan. Toevallig echter (al is volgens Pom zelf nooit iets toeval in een strip) lijkt hij hiermee verdacht veel op de spion Pino Rossa en komt daardoor een microfilm in zijn handen. Die microfilm bevat de gestolen plannen van professor Kumulus om goedkoop atoomenergie te genereren. Hoewel Kumulus uiteraard enkel de voordelen ervan inziet, beseft Piet Pienter maar al te goed hoe de formule ook misbruikt kan worden voor het maken van atoomwapens.

Ietwat verrassend misschien zijn het echter niet de communisten maar wel een Amerikaanse fabrikant die de formule steelt en verkoopt aan de Amerikaanse legermacht WZDG (Wij Zijn De Goeien). Die plannen worden echter binnen de kortste keren gestolen door een spion van de EZP (Enige Zaligmakende Partij) en per vergissing aan Bert Bibber overhandigd in plaats van aan Rossi. Die ziet zich genoodzaakt Susan te ontvoeren naar de Demokratische Arbeiders Republiek, en eist in ruil voor haar vrijlating dat Pienter en Bibber erheen reizen met de formule. Wat volgt, is een opeenvolging van stuntelige arrestaties en ontsnappingen alsook de nodige sneren naar autoritaire regimes. Hoewel het verhaal alle typische Pom-ingrediënten bevat, weet De Dubbel-Koolzure-Soda-Bom jammer genoeg nooit echt te overtuigen en lijkt Pom nergens de juiste toon te vinden tussen een spannend verhaal brengen, maatschappijkritiek en leuke grappen en woordspelingen.

Met Herrie om Carolus Magnus heeft hij gelukkig meteen weer de juiste toon vast. Ditmaal erft Kumulus van zijn oud-leraar en collega een postzegelverzameling van onschatbare waarde en zijn er (uiteraard) opnieuw tal van kapers op de kust. Het trio schurken weet de verzameling te bemachtigen en heeft zelfs al een koper gevonden maar ze zijn zich er maar al te zeer van bewust dat ze door de politie in de gaten gehouden worden. Enter Bert Bibber die zich voor de kar van het zwartharige, vrouwelijk lid van de bende laat spannen en haar belooft een pakketje met de plannen van haar vader (de postzegels dus) naar een Frans hotelletje in Boulon te brengen. Susan is sceptisch en het leidt zowaar tot een zware confrontatie tussen haar en Bibber, waarbij enige jaloezie van haar kant niet onopgemerkt blijft. Bibber trekt alleen naar Frankrijk maar het befaamde gezegde dat er tussen boeven geen eer bestaat, wordt waarheid en al snel zit hij tussen verschillende vuren. Susan en Piet komen te weten in welke slechte papieren Bibber zit en snellen hem ter hulp. De vaudeville aan wisselende allianties en verraad, de ruzie tussen Bibber en Susan, het hele spel met de postzegels en bewuste anachronismen – zo merkt Kumulus op dat ten tijde van Carolus Magnus nog geen postzegels bestonden, waarop laconiek geantwoord wordt dat net dat ze zo waardevol maakt – geven het verhaal de nodige dynamiek en humor.

Het is dan ook een heerlijk verhaal waarin de plot heerlijk alle kanten opstuitert als in een doldrieste komedie en de interactie tussen de personages al even chaotisch lijkt te zijn. Na deze farce keert Pom met De diktator van San Doremi terug naar vertrouwd terrein. Susan besluit haar oude vriend president Alfredo Tranquilar, president van San Doremi te bezoeken. Die wordt er door het hoofd van de politie, Domingo Sabado, voor gewaarschuwd dat Julio Agosta een staatsgreep plant. Tranquilar gelooft niet dat zijn neef tot zoiets in staat zou zijn, tot het uiteraard te laat is. Susan, die het hele zaakje niet vertrouwd (officieel is Tranquilar overleden), laat Pienter en Bibber overvliegen om samen de waarheid te achterhalen. Net als in de vorige verhalen die zich hier afspelen, is de verhaallijn relatief rechttoe rechtaan met een glansrol voor Susan die niet alleen de president redt maar ook Pienter en Bibber. Met behulp van enkele medestanders van Tranquilar wordt het complot ontmaskerd en keert alles terug naar het oude.

Voor Pom en zijn fans zijn de San Doremiverhalen Gefundeness Fressen waarbij alles in de juiste plooi valt en de rit misschien wat voorspelbaar maar ook heerlijk vertrouwd en aangenaam aanvoelt. De hattrick in deze bundel, na de wat moeizame start, wordt tot slot afgewerkt met Straalgoud waarbij zoals zo vaak professor Kumulus weer de katalysator is. In een poging een sterker metaal te creëren heeft hij immers per ongeluk de formule gevonden om ijzer in goud te veranderen. Een groep illegale drankstokers komt hier per toeval achter en ziet een nieuwe en lucratieve bron van inkomsten. Professor Kumulus en zijn machine worden ontvoerd en het is aan Pienter en Bibber om hem te redden. Na een eerste mislukte poging worden ze echter zelf aanzien voor inbrekers en besluit commissaris Knobbel, weliswaar overtuigd van hun onschuld, hen te arresteren.

Op de vlucht voor de politie laten ze het er echter niet bij en samen met Susan (en een onwillige Theo Flitser) weten ze opnieuw binnen te dringen bij de ontvoerders en ditmaal hen vast te houden tot Knobbel arriveert. In meer dan één opzicht grijpt Pom met deze strip terug naar eerder verhalen waaronder het feit dat Pienter en Bibber per toeval op een clandestiene operatie stoten en het brein achter de misdaad een op het eerste gezicht respectabele burger is. Door dit element te koppelen aan de uitvinding van Kumulus en een van de schurken te laten ontsnappen (niet dat het voor hem loont), speelt Pom echter voldoende met de conventies om niet zomaar een herhalingsoefening te maken. Bovendien weet hij Knobbel opnieuw een kleine glansrol te geven die de menselijkheid en de kleine kantjes van de commissaris nog eens in de verf zet (“een Knobbel in dienst kent geen vrienden” aldus Knobbel wanneer hij Pienter en Bibber laat arresteren).

De vijfde integrale van Poms stripreeks mag net als de vorige delen gerekend worden tot een hoogtepunt van niet alleen zijn oeuvre maar ook van de naoorlogse Vlaamse strip. Zestig jaar na hun verschijnen zijn bepaalde elementen weliswaar meer dan gedateerd (postzegelverzamelingen, Koude oorlog, …) maar de principes erachter zijn nog steeds actueel. Bovendien heeft de humor en vertelstijl van Pom een tijdloosheid die net onderstreept wordt door zijn heel specifieke karakter en eigenheid. Tijdens zijn leven kende Pom een bescheiden succes met zijn reeks, en ook al richt de reeks zich hierdoor vooral op de liefhebbers, toch bevatten de strips voldoende elementen om een nieuw publiek te charmeren.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

3 × een =