J. Dilla :: Donuts

Donuts, het tweede en laatste soloalbum van J. Dilla, verscheen op 7 februari 2006, zijn tweeëndertigste verjaardag. Drie dagen later was hij dood. Het is een indrukwekkend afscheid en het verhaal achter de plaat is het soort spul waar legendes uit geboren worden. 

Maar liefst eenendertig nummers op drie kwartier tijd: bij de eerste beluistering klinkt Donuts als een overrompeling. Nummers duren niet meer dan anderhalve minuut; ze starten, stoppen abrupt, beginnen opnieuw en staan zonder overgang naast elkaar. Hoe creëer je eenheid in iets wat op het eerste gehoor een uitgekapte fichebak is? Wel, de eenheid is dat Dilla en de muziek compleet samenvallen. Ze zijn onmogelijk van elkaar te onderscheiden, en de persoonlijkheid van de muziek vertoont evenveel verschillende aspecten als die van Dilla.

31 is niet toevallig de leeftijd van Dilla toen hij in 2005 aan het album begon te werken. Er moet dus meer aan de hand zijn. Na meerdere beluisteringen komt het genie naar boven van een man die tijdens zijn leven zodanig vergroeid was met muziek dat hij die kon manipuleren om zijn eigen verhaal te vertellen. Er schuilt reason behind the madness en de fiches blijken allemaal naar elkaar te verwijzen. Leg de puzzelstukken samen en je hoort een verhaal over de dood en over hoe de producer manieren zoekt om het voorvoelde einde van zijn leven een plaats te geven.

People

Het geluid van Donuts valt samen met het leven van James Dewitt Yancey. Hij werd geboren op 7 februari 1974 in Detroit. Op de middelbare school vormde hij met twee vrienden The Slum Village om zich vervolgens maniakaal toe te leggen op het maken van beats. Een van zijn beattapes kwam midden jaren negentig in de handen van Q-Tip van A Tribe Called Quest, en dat vormde het startschot voor een eerste succesvolle periode.

In die periode was zijn werk op soulvolle leest geschoeid. Zijn beats liepen steeds gracieus uit de maat, met een soort meticuleus uitgekiende nonchalance over zich. Het is moeilijk om de vinger er op te leggen, maar je hoort steeds dat er iets speciaals gebeurt. Neem de interessantste nummers van Janet Jackson, The Pharcyde, Erykah Badu, D’Angelo of Common uit die periode en bekijk de credits. Niet zelden vind je de naam van Jay Dee.

Maar artistieke rusteloosheid dreef Jay Dee rond de eeuwwisseling een andere richting uit op het gebied van producties en hij begon zijn samples uit de meest uiteenlopende genres te halen. Het publiek volgde niet meteen, maar Dilla bleef koppig zijn eigen artistieke koers varen. Na een eerste soloplaat in 2001 (Welcome 2 Detroit) kwam hij terecht bij Stones Throw Records in Los Angeles, waar hij samen met Madlib Champion Sound maakte. Ook dat kon commercieel niet veel succes oogsten.

Het Cedars-Sinai Medical Center, waar ‘Donuts’ grotendeels vorm kreeg.

In 2002 sloeg het noodlot toe. Yancey kreeg de diagnoses van zowel de ongeneeslijke ziekte van Moschcowitz (TTC) als van een auto-immuunziekte (lupus). Hij hield zijn aandoening lang verborgen en bleef naarstig voortwerken, touren en beats maken. Zijn toestand verslechterde erg in 2005; hij werd voor lange tijd opgenomen in het Cedars-Sinai Medical Center in Los Angeles. Daar kreeg Donuts vorm.

Gekluisterd aan het ziekenhuisbed, met alleen een sampler en een bak 45-toerenplaten naast hem werkte Dilla constant aan zijn album. Zijn moeder waakte onafgebroken naast het ziekbed. Hij maakte haar midden in de nacht wakker om hem zijn apparatuur te geven om zijn laatste inval te verwerken en als zijn handen, opgezwollen door de ziekte, te veel pijn deden, masseerde zijn ma zijn vingers zodat hij toch maar verder kon werken.

Dilla zou het verschijnen van Donuts nog net meemaken en maakte daarmee de cirkel rond: het laatste project van de superproducer was een beattape, net als degene die zijn carrière in gang had gestoken; op de hoes stonden zijn beide artiestennamen (Jay Dee en J. Dilla) en het album mengde al zijn stijlen (de soul uit de nineties en de meer elektronisch geïnspireerde geluiden van na 2000) samen tot een weergaloze muzikale cocktail.

Last Donut of the Night

Alternatieve hoes voor de vinyluitgave van ‘Donuts’

De titel Donuts lijkt onnozel en is dat misschien ook, maar hij vormt ook een perfecte samenvatting van alles waar deze plaat voor staat. Zo is de eerste verklaring meteen ook de simpelste en de lolligste. Het was niet voor het eerst dat Dilla een beattape naar fastfood vernoemde: eerder al had hij Pizza Man uitgebracht. De man hield nu eenmaal van donuts – en van een grapje. Donuts is, ondanks zijn macabere insteek, vooral ook een féést dat getuigt van ‘s mans gevoel voor humor.

Daarnaast is een ‘donut’ een koosnaampje voor een 45-toerensingle. De legende wil dat Dilla als kleuter al 45-toerenplaatjes als armbanden rond zijn polsen droeg en zo naar het park wandelde om ze daar te beluisteren op een draagbare platenspeler. Het waren ook deze 45-toerenplaten die Dilla gezelschap hielden in het ziekenhuis en waren klein en hanteerbaar genoeg voor hem om te gebruiken in het ziekenhuisbed.

Tot slot kan het je ook niet ontgaan zijn dat donuts rond zijn. Cirkels hebben geen begin en geen einde. Donuts ook niet: het laatste nummer eindigt waar het eerste begint. Zet het album op repeat en ze gaan haast naadloos in elkaar over. Ze gebruiken dezelfde sample en de titels spiegelen elkaar. Het einde is slechts het begin en vice versa. Het is een symboliek die op vele plaatsen terugkomt: in de Bijbel heet dat alfa en omega – twee Griekse letters die ook vaak terug te vinden zijn op grafstenen. Ook in meer wereldlijke kunstwerken als James Joyce’s Finnegans Wake – dat handelt over een doodverklaarde dakwerker die opstaat uit de dood – loopt de laatste zin uit in het begin van de eerste zin.

The New

De puzzel om het verhaal te vertellen werd gelegd door de meer dan vijfenzeventig samples die Dilla gebruikte en die van de meest uiteenlopende artiesten werden betrokken, gaande van 10cc tot gezangen uit Indische films (“Mujhe Maar Daalo”). Toevallig (of niet) gaat ook deze Indische recitatie over een leven na de dood. Als je erop begint te letten, is het werkelijk onmogelijk om het nog langer te negeren: álles op dit album ademt zowel rouw om de sterfelijkheid van een man, alsook de onsterfelijkheid van zijn muziek.

Alleen al de titels van de nummers waarvan Dilla gebruik maakte, spreken boekdelen op zich: “Stay with me”, “Why?”, “All I Do is Think of You”, “A Legend in His Own Time” om te eindigen met “When I Die” in het laatste nummer. In het boek over Donuts uit de 33 ⅓ reeks beargumenteert auteur Jordan Ferguson zelfs hoe de vijf stappen van aanvaarding in een rouwproces in het album herkend kunnen worden. Op sommige momenten voelt deze verklaring wat geforceerd aan, maar onmogelijk is het allemaal niet.

Het originele “Lightworks” van Raymond Scott

De werkwijze in de omgang met de samples verschilt op basis van wat het nummer nodig heeft. In sommige nummers gebruikte Dilla slechts één nummer als uitgangspunt en lijkt er helemaal niet zoveel veranderd: de structuur van “Lightworks” leunt sterk aan bij die van het origineel, maar Dilla maakte de onderliggende percussie en bijgevolg het nummer veel levendiger.

Bij andere nummers verknipte hij het origineel helemaal (chopping heet dat dan) zodat het ritme helemaal anders werd om de tekst en de beat in zijn verhaal in te passen. In “Don’t Cry” zet hij “I can’t stand to see you cry” helemaal naar zijn hand om zijn geliefden te vragen om – net als hijzelf – in het reine te komen met zijn lot. “Workinonit” combineert acht samples tot één onwrikbaar geheel. Naast een sample van Ad Rock van de Beastie Boys’ “The New Style” werd 10cc’s “Worst Band in de World” uit elkaar gevezen en terug in elkaar gezet tot het zelfverheerlijkende ‘You know… play me… buy me… Workinonit!’. Dilla twijfelde niet aan zijn slaagkansen op succes wanneer hij door onverdroten te werken de hiphop meenam op onvertrouwd terrein.

Workinonit

Hiphopproducers hanteren in principe een strikte ethiek als het op samplen aankomt. Zo mag er zonder scrupules gepikt worden van artiesten buiten de hiphop, maar het is ten strengste verboden om samples te gebruiken die andere andere producers ook al hadden gebruikt. Luiheid werd niet getolereerd. Elke producer wordt verondersteld om zelf de moeite te doen om eindeloos door de platenbakken te graven, op zoek naar bruikbare geluidsnippers. Werk van anderen herkauwen is respectloos en wordt ‘biting’ genoemd. De enige toegestane uitzondering is wanneer je de sample die vroeger al werd gebruikt volledig naar je hand zet en er iets nieuws mee doet. Dat heet ‘flipping’. Dat getuigt van creativiteit en bewijst dat je niet lui bent en jezelf de moeite wil getroosten.

Dilla kende de regels uiteraard, maar was bereid om élk pad te bewandelen dat hij nodig achtte om zijn muziek te maken, ook wanneer dat soms betekende om te zondigen tegen die regels. Hij was getalenteerd genoeg om zich elke sample toe te eigenen; Dilla gebruikt voor Donuts enkele haast platgekauwde originelen en voegde er zijn eigen betekenislaag aan toe. Zo is een van de samples die doorheen het album geregeld terugkomt de veelgebruikte sample van een toeter, die gelift werd uit het nummer “King of the Beats” van Mantronix uit 1985. Deze hoorn komt terug op negen nummers en creëert hiermee een eenheid binnen het gehele album. Het lijkt wel alsof Dilla hiermee wil zeggen dat hij en niemand anders recht had op de titel “King of the Beats”.

Op de Boss SP-303 maakte J. Dilla bijna alle beats voor ‘Donuts’

De techniek stelde Dilla in staat om zijn creativiteit om te zetten in muziek. Het album is grotendeels gemaakt op een Boss SP-303 sampler. Een draagbare en digitale sampler die compact genoeg was om mee te nemen naar het ziekenhuis en die beschikte over allerhande digitale effecten die de producer in staat stelden om rücksichtslos zijn verhaal te vertellen. Time stretch en compressie werden uitvoerig gebruikt in “Time: The Donut of the Heart”. Het verdriet om de tijd die ontglipt en die je zo lang mogelijk wil rekken wordt vertaald naar elastische beats.

Een ander effect, ringmodulatie, wordt gebruikt om frequenties te manipuleren. Dit sorteert een vreemd, spookachtig effect. In “Mash” roept Frank Zappa ons op om te dansen zoals we nog nooit hebben gedanst, maar op het eind hoor je een spookachtige codex waarin je iemand “It’s strange” hoort zeggen. Dilla’s beats mogen dan wel vreemd zijn, maar zijn onweerlegbaar een feestje. De symbiose tussen Dilla en de draagbare SP-303 heeft het album werkelijk gevormd tot wat het is.

U-Love

Madlibs ‘Beat Konducta, Vol. 5-6’ is een regelrecht eerbetoon aan J. Dilla

Na Dilla’s dood groeide Donuts meteen uit tot een onvervalste klassieker, die een langdurige invloed zou gaan uitoefenen. Het regende eerbetonen uit de hele hiphopwereld en ver daarbuiten. Dilla gaf zelf aan dat Donuts een beattape was om niet over te rappen, maar verschillende rappers namen de handschoen op als eerbetoon: zo rapte MF DOOM in 2009 over “Lightworks” en Ghostface Killah kon niet om “One For Ghost” heen.

Madlib en DJ Mehdi maakten met respectievelijk The Beat Konducta en Loukoums beattapes in dezelfde stijl en sfeer; The Roots en Busta Rhymes refereerden in tal van projecten aan de ongekroonde koning van de lofi-beats. Maar niet alleen in de muziekwereld krijgt Jay Dee de nodige aandacht. Het aantal artikels en documentaires die in de loop der jaren over zijn baanbrekende producties zijn gemaakt, neemt ondertussen de vorm van heuse bergen aan.

Donuts (Outro)

Donuts getuigt van het meesterschap in de combinatie van de keuze van de samples en de beheersing van de technologie om er het maximum uit te halen. Ook al lijkt de plaat op het eerste gehoor even afwisselend –  en overdadig – als de dozen waarin Homer J. Simpson zo graag zijn donuts grabbelt, de structuur en de samples waren allemaal perfect uitgekiend. De samples grijpen op microniveau in elkaar zoals de volgorde van de nummers dat op een hoger niveau doet. Zo staat “Bye.” niet toevallig rug aan rug met het voorgaande “Hi.” Tenslotte haken, zoals reeds eerder gezegd, zelfs het einde en het begin van het album in elkaar.

De grote variëteit van de nummers, gecombineerd met de razende snelheid waarmee ze je voorgeschoteld worden, stuwt het album met een rotvaart vooruit. Vervelen doet het nooit en steeds ben je hongerig naar het volgende. Zou Donuts ook zonder het verhaal er rond zo invloedrijk zijn geweest? Dat doet niet ter zake. James Dewitt Yancey is jammer genoeg wijlen en er kan niets meer aan het verhaal gewijzigd worden, maar met dit album richtte hij zijn eigen monument op.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

18 − 18 =