Azmari :: Samā’ī

Het zeskoppige Azmari debuteerde ruim anderhalf jaar geleden met EP Ekera, die veel goeds beloofde. Na een kleine vertraging is nu ook de eerste langspeler afgeleverd en die bevestigt. Azmari zoekt een spreidstand op tussen Afrikaanse en oriëntaalse invloeden, met een handvol onweerstaanbare grooves tot gevolg.

De naam was natuurlijk al een indicatie, met ‘azmari’ als term voor de Ethiopische troubadours die zichzelf begeleiden op een masinko (of krar) en liedjes combineren met allerhande socio-politieke commentaar en humor waarmee ze iedereen in de maling durven nemen, inclusief de toehoorders. Maar voor de in 2015 opgerichte band ging het vooral ook om de grooves van goed volk als Mulatu Astatke en andere sleutelspelers uit de gouden jaren van de Ethiopische muziek (vooral begin jaren zeventig), wiens muziek wonderwel samenging met elementen uit westerse soul en funk. Die lieten ze samenvloeien met andere elementen zoals afrobeat-meester Fela Kuti en het Britse orkest The Heliocentrics.

Zoals gewoonlijk was de onderdompeling in (nog) een andere cultuur ook goed voor een extra dimensie, want ook een verblijf in Istanbul liet zijn sporen na in de muziek van Azmari. Daarmee belandt de band ergens tussen Black Flower en de Compro Oro van Simurg, weliswaar met de Anatolische psych-factor wat meer naar de achtergrond. Maar dat werkt, want zodra aftastende opener “Zegiyitwali” gepasseerd is, word je op sleeptouw genomen langs een slingerend parcours vol fraaie vergezichten en warmbloedige grooves, waarbij de balans de ene keer overhelt naar het zuiden en dan weer naar het zuidoosten.

Van de zes leden is vooral saxofonist Ambroos de Schepper (Bandler Ching, Kosmo Sound, mòs ensemble,…) een bekende naam, maar hij is hier een schakel in een goed geoliede eenheid naast Mattéo Badet (sax, kaval), Basile Bourtembourg (keyboards, saz, percussie), Niels D’haegeleer (bas), Jojo Demeijer (percussie) en Arthur Ancion (drums). Samen starten ze vanaf “Cosmic Masadani” meteen een funky weefwerk met staccato met ronkende bariton dat in de buik van de track even een sterke dub-lading krijgt. En als de melodie van “Kamilari”, dat een knap spelletje sax-pingpong bevat, vooral lonkt richting Turkije, dan is de invloed daarna meer gemixt.

De combinatie van old school keyboards en potig accentuerende saxen van “Kugler” slaat halverwege over in een pompende, lijfelijke trance, terwijl “Tariq Al Sahara” zo lekker lui rolt, dat de Beastie Boys het maar al te graag zouden plunderen. De meer vertrouwde saxen en keyboards worden soms ook terzijde geschoven: in “Azalaï” wordt de klankkleur even bepaald door de metalige saz, terwijl fluiten de plak zwaaien in vooruitgeschoven single “Fat Ari”. En “Kadiköy” heeft misschien wel in de buurt van Miles’ 70’s albums gelegen. De jazz steekt er wat sterker de kop op.

Een revolutie heeft Azmari met Samā’ī niet ontketend, maar de band slaagt er wel behendig in om invloeden uit verschillende contreien samen te brengen in zweterige stukken muziek die groove en toegankelijkheid in evenwicht houden. Dat zal ongetwijfeld nog tot menig stevig heupwiegend feestje leiden, of toch zodra het dak er weer af mag.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × 2 =