Lee Fields & The Expressions :: Big Crown Vaults, Vol. 1

Het is een fraai jaar voor fans van Lee Fields. Dat is relatief natuurlijk: zoals al zijn vakgenoten blijft ook dit podiumbeest verstoken van zijn natuurlijke habitat. Maar met twee interessante releases wordt getracht een en ander goed te maken.

Dit voorjaar was het al een klein beetje feest, toen Let’s Get a Groove On opnieuw uitgebracht werd. Het album verscheen voor het eerst in 1998, lang voor Lee Fields een samenwerking aanging met The Expressions, wat zijn muzikale carrière in een opwaartse spiraal bracht. Pas vanaf My World in 2009 en het daarop volgende Faithful Man wordt het immers voor de wereld duidelijk over welke talenten Fields beschikt.

Let’s Get a Groove On laat een artiest horen die aan de weg timmert, in volle ontwikkeling is. Het toepasselijk getitelde album werd door Fields zelf omschreven als old school, als muziek die gemaakt werd voor er computers aan het scheppingsproces te pas kwamen; funk en soul van voor disco ontstond. Mét de toen nog even onbekende Sharon Jones als backing vocaliste. Wie een intrigerende duik in het verleden wil nemen, heeft aan Let’s Get a Groove On een interessante kluif.

Hoe de ontwikkeling van Fields de jongste jaren verliep, kan dan weer ontdekt worden op het nagelnieuwe Big Crown Vaults Vol. 1, genoemd naar het nog jonge label waarop de laatste platen van Lee Fields & The Expressions uitgebracht werden. De sessies voor Special Night en It Rains Love, de albums in kwestie, leverden wat ongebruikt materiaal op en dat wordt nu, voor de feestdagen in alle vrolijkheid losbarsten, nog snelsnel uitgebracht.

Het kan wat raar aanvoelen dat een label dat nog geen vijf jaar bestaat met een serie vault-releases voor de dag komt. Maar kijk: de helft van deze uitgave is zeer de moeite waard. Lee Fields blijkt de Bob Dylan van de soul: het beste materiaal belandt soms doodleuk niét op de albums. Want hoe is het in godsnaam mogelijk dat een parel als “Regenerate” op een plaat met afleggertjes staat? Waarom was dit niet de openingstrack van een van de reguliere albums? Of een lead-single? Wanneer we opnieuw in concertzalen toegelaten worden, wacht “Regenerate” hopelijk rehabilitatie en krijgt het een glansrol als een van emotie doordrenkt bisnummer.

“Two Timer” viel wél al tijdens concerten te horen: de cover van Little Carl Carlton werd zo nu en dan opgepikt tijdens concerten en krijgt hier eindelijk een studiorelease. “Do You Know” sluit aan bij de begindagen en is opzwepende funk die de buren zou kunnen doen vermoeden dat we een stevige lockdownparty ingericht hebben. “Out to Get You” is dan weer een mooi instrumentaal werkstuk waarbij alleen maar vastgesteld kan worden dat het zonde is dat Fields er nooit vocalen heeft opgezet. Het nummer staat in het hart van de plaat en vormt de overgang van de pure Lee Fields-nummers naar hun instrumentale neefjes. Waarom vijf songs zonder zanglijn hernomen moeten worden, is een raadsel. De manie om -zie ook de vorige lp’s, die in twee versies verschenen- telkens uit te pakken met de instrumentals, is wat vermoeiend. Het is een beetje alsof na afloop van een cinemavertoning de regisseur de zaal binnengestormd komt met de aankondiging dat we opnieuw naar de film gaan kijken, maar dan in een versie waarbij de dialogen gemute zijn.

Een halve plaat kleppers en een halve plaat liftmuziek, zo kan deze eerste release uit de kluizen van Big Crown een beetje brutaal omschreven worden. Het is ironisch om opnieuw bij Lee Fields, die de laatste jaren wat van onze radar verdwenen was, in te pikken met een plaat vol afleggertjes. Maar dat is gezeur over details. Lee Fields still gots it. Volgend jaar wordt de man 70. Dat is nog niet te oud om opnieuw het publiek in te pakken en op te zwepen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

vijf − een =