Martin Küchen & Landæus Trio :: Mind The Gap Of Silence

De Zweedse saxofonist Martin Küchen heeft ondertussen al een behoorlijk indrukwekkend oeuvre bij elkaar gespeeld. Ook zijn derde samenwerking met het pianotrio van landgenoot Mathias Landæus is weer van een puik niveau.

Wie ‘s mans werk al langer volgt weet dat hij natuurlijk vooral bekend is door Angles. Hoewel de omvang van die band nogal eens wisselt, maakt het geen verschil uit of ze bestaat uit zes, zeven, acht, negen, tien of zelfs maar drie muzikanten. In al die vormen zorgen ze voor gulle, uitbundige muziek waarmee ze niet alleen een boodschap wil brengen – Küchen houdt de traditie van de politiek geleden jazz levend – maar die bovenal steeds weer voor een muzikale uppercut zorgt. Daartegenover staat Küchens abstractie kant, die vooral tot uiting komt in zijn hermetisch solowerk, waarvan het taaie, ondoorgrondelijke Hellstorm misschien wel het indrukwekkendste voorbeeld is. 

Helemaal anders gaat het er aan toe op zijn samenwerkingen met het trio rond pianist Matthias Landæus, die net zoals Küchen uit de Zuid-Zweedse stad Lund afkomstig is. Dit album is ondertussen al de derde samenwerking tussen beide, na Four Lamentations And One Wicked Dream Of Innocence (2014) en The Pity Of It All (2016). Bassist Johnny Åman is ook deze keer weer van de partij, terwijl de wisselende positie achter het drumstel deze keer ingevuld wordt door Cornelia Nilsson nadat Jonas Holgersson en Chris Montgomery van de partij waren op de vorige albums. 

Net zoals op de voorgangers krijgen we op Mind The Gap Of Silence muziek die introverter van aanleg is, ergens tussen kamermuziek en jazz in. Dat is alvast het geval op vijf van de zes nummers – alle nummers zijn van de hand van Küchen – op het album. De muziek klinkt warm, zoals op “Sörkifsta” waar Landæus een beheerste grondlaag legt op piano waarover Küchen dan een weemoedige partij komt spelen. De ritmesectie is bijna onopvallend, al krijgen ze hier en daar wel de mogelijkheid om op de voorgrond te treden. Maar zelfs dan blijven ze terughoudend, zoals de subtiele drumpartij van Nilsson op “East Hastings Satian Slow Stomp” of de minimalistische bas van Åman op “Sounds & Ruins”. 

Toch wil dit niet zeggen dat de muziek van het viertal vrijblijvend is. Het titelnummer lijkt op het eerste gehoor weer zo’n zacht golvend stuk, tot je plots de saxofoon van Küchen even voorzichtig hoort schuren. Een toonbeeld van meesterschap in beheersing. Eenmaal kleurt de band buiten de lijntjes die ze op de andere nummers uitgezet heeft. “Love, Flee Thy House (In Breslau)” is een nummer dat Küchen al eerder een paar keer met Angles opgenomen heeft – het is zijn gewoonte om nummers in verschillende muzikale settings opnieuw uit te proberen – en dat zich hier langzaam ontpopt tot de vreemde eend in de bijt. Küchen laat zijn saxofoon wringen en piepen, terwijl de tempowisselingen en exotisch aanvoelende drumritmes er voor zorgen dat de onderhuidse spanning voor eenmaal expliciet aan de oppervlakte komen.

De hoogtes die Küchen in Angles met de regelmaat van de klok haalt, krijgen we hier niet voorgeschoteld. Maar deze band is dan ook een heel ander beestje. Dit is muziek van subtiele gevoelens, en ook daar weten Küchen en co te raken.  

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

veertien + negentien =