Servais :: De wolf zei me deel 1

Zoals David Attenborough de man is die vereenzelvigd wordt met natuurdocumentaires, zo is Servais synoniem geworden voor natuurstrips met een vleug oerkracht, een visueel visitekaartje voor de Ardennen zo je wilt. En, ook in het geval van De wolf zei me, een dwarsdoorsnede van de menselijke psyche.

Ja, het zijn stokpaardjes waar Servais elke keer opnieuw mee aan de slag gaat. Maar neem het hem eens kwalijk? In de zomer van vorig jaar merkte de man tot zijn ontzetting dat de Gaume, de idyllische regio in het uiterste zuiden van het land, door industriële bedrijven aangetast werd. Hoewel hij de actuele problematiek niet letterlijk benoemt, vormt de impact van de mens op de natuur wel de rode draad doorheen het eerste deel van dit tweeluik.

Servais omvat daarin zowat de hele geschiedenis van de mensheid. Dat doet hij door Amber te volgen, een meisje dat in de oertijd bijna toevallig een wolvin adopteert, tot consternatie van haar stamgenoten, die het dier pas in de armen sluiten nadat het zeer efficiënt blijkt om de voedselvoorraden te bewaken. Ook de meest rustige nakomelingen van de wolvin vinden aansluiting bij de stam en wanneer ook hun nageslacht op zijn beurt weer wat meer tam blijkt te zijn, zien we Darwinisme aan het werk. Een nieuwe soort ontstaat: de trouwste metgezel van de mens.

Op bijna poëtische wijze zweven we vervolgens doorheen de geschiedenis, langs de Romeinse Tijd, de elfde eeuw, de zeventiende eeuw, tot de slachting van Verdun toe: telkens krijgen we een blik op de verhouding tussen de mens en de wolf, een band die, zo stelt Amber tot haar ontzetting vast, met het voorbijsnellen van de tijd steeds minder hartelijk blijkt. De boze wolf doet zijn intrede in sprookjes en krijgt daar, net zoals in het dagelijkse leven, de rol van booswicht opgeplakt.

Hoe meer de industriële revolutie zich voltrekt, hoe minder plaats er bovendien voor de wolf blijkt. Ook daarbij wordt de kloof tussen Amber en Charles, haar eeuwige tegenpool en aanbidder, hoe langer hoe breder. Charles, die conversaties voert waarin begrippen als economische groei met enthousiasme uitgesproken worden, is sinds de oertijd uitgegroeid tot een te geduchten kracht, waar de wolf amper tegen opgewassen is, zelfs niet met Amber aan zijn zijde.

Nog geen jaar nadat van Servais’ hand De zoon van de beer verscheen, waarin de verhouding tussen mens en dier in beeld gebracht werd, diept de auteur dat gegeven verder uit, met een ander dier in de hoofdrol. Het eerste deel van De wolf zei me prikkelt en laat een auteur zien die, hoewel misschien niet meer baanbrekend, zijn vak volledig in de vingers heeft.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

17 − twaalf =