Pom :: Piet Pienter en Bert Bibber – Integraal 3

Robert Merhottein, beter bekend als Merho, wist van jongs af aan al dat hij striptekenaar wilde worden. Als tiener publiceerde hij al in zowel De Middenstand als in Jong Caritas. Na zijn studies toegepaste grafiek startte hij in 1970 bij Studio Vandersteen waar hij aan verschillende reeksen werkte. In 1977 debuteerde hij tot slot met de strip Kiekeboe die in 2010 omgedoopt werd tot De kiekeboes. Hoewel hij het vak voor een belangrijk deel ongetwijfeld bij Studio Vandersteen leerde, was zijn oprichter niet het grote voorbeeld voor de jonge striptekenaar Merho, maar wel Bob Mau (Kari Lente) en Pom.

Merho had met Pom een vreemde relatie die geheel conform de eigenzinnigheid van Pom evolueerde van een soort mentorschap tot nauwelijks verholen jaloezie over het succes van Merho`s reeks. In Piet Pienter en Bert Bibber Integraal 3 is het Humo-artikel overgenomen waarbij Merho terugblikt op de vreemde vriendschap die lang tussen beide heerste en die eindigde toen Pom, jaloers op Merho’s succes, alle banden verbrak. Hoe moeilijk Pom in de omgang echter ook mocht zijn, in zijn strips en verhalen wist hij wel altijd de juiste humoristische toon te vinden. Dit blijkt ook uit deze derde integrale die drie albums verzamelt die Pom publiceerde in 1959 en uit het eerste album van 1960.

Ongetwijfeld geïnspireerd door de komeet R1 Arend-Roland die in 1957 helder langs de aarde scheerde alsook een twaalf dagen durende hittegolf die zomer, startte Pom aan De stralende meteoor. Een kampeertrip in de Kempen moet Piet Pienter en Bert Bibber tijdens de warme dagen soelaas bieden. Tijdens hun trip leest Pienter in de krant dat die avond een meterorietenzwerm vanaf de aarde zichtbaar zal zijn. De immer dappere Bibber bouwt meteen een put waar hij zich die avond in verschuilt terwijl Pienter de meteorenregen bewondert en ziet hoe een brokstuk vlakbij neerstort in een bietenveld. Wanneer beiden de volgende dag de meteoor willen opgraven voor professor Kumulus, merken ze dat de bieten op een nacht gigantisch gegroeid zijn.

Enkele dagen later bezoeken Pienter en Bibber de professor en komen ze te weten dat de straling van de meteoor zowel mensen als nylon onzichtbaar, of liever doorzichtig, maakt. Theo Flitser wijdt een artikel aan de zaak wat twee boeven op het idee brengt de meteoor te stelen waarna de poppen aan het dansen gaan. Als bij toeval lopen Pienter en Bibber beide dieven tegen het onzichtbare lijf en ontdekken later hun verblijfplaats dankzij een buiten proporties gegroeide kamerplant. Het verhaal zelf verloopt relatief rechttoe rechtaan. Beide schurken, die niet geheel toevallig de broeders Rapalje heten, weten  steeds net buiten de handen van Pienter en Bibber en politiecommisaris Knobbel te blijven. Net als in de eerdere verhalen kiest Pom niet voor grootse plotlijnen of wendingen, noch zet hij de achtergrondgrappen al te nadrukkelijk in de verf. Het zorgt voor een aangename leeservaring die uitmunt in vakmanschap.

Met Avontuur in San Doremi komt ditmaal het Midden-Amerikaans land San Doremi aan bod. De president, een minzame oude man, is een vriend van Susan. Die laatste laat Pienter en Bibber aanvankelijk overvliegen naar Bermuda omdat ze om tennispartners verlegen zit, maar besluit dan op verzoek van de president naar San Doremi te reizen. Het land dat rijk is aan goudmijnen en de opbrengst ervan in het land investeert, ziet de laatste tijd steeds meer fondsen verdwijnen. Een mogelijke verantwoordelijke hiervoor is generaal Carne de Cordero, dictator van de naburige republiek Bombilla, die wacht op een excuus om het land binnen te vallen. Susan besluit de president te helpen door een vervallen kasteel te kopen dat volgens de plaatselijke bevolking bewoond wordt door een vampier.

Het verhaal stopt hier niet, maar ontwikkelt zich van een spookverhaal naar een samenzweringscomplot en dubbelspel waarbij alle verhaallijnen netjes samen komen. In de manier waarop het verhaal zich ontplooit en verschillende stijlen met elkaar vermengt, toont Pom zich nogmaals een meesterverteller. Dit album is dan meteen ook het beste uit de bundel. Wanneer Susan haar opwachting maakt, durft Pom haar wel eens in meer dan één verhaal na elkaar op te voeren. Geen wonder dus dat ze dus ook in Storm over Akhabakhadar haar opwachting maakt. Ditmaal steekt Pom nog duidelijker de draak met haar rijkdom door haar te laten besluiten dat een halve dollar voor een flesje benzine (voor Piets aansteker) te duur is en dat het goedkoper is om het rechtstreeks bij haar raffinaderij in Akhabakhadar te halen. In deze rijke oliestaat heeft de jeik Hadsji Ben Mhazouth de macht overgenomen, na de verdwijning van het staatshoofd, de emir Ibn Ben Zhine. Ben Mazhout aast op de raffinaderij van Susan en stelt alles in het werk om die te bemachtigen en om Pienter en Bibber op te sluiten.

Wanneer Ben Zhine terug opduikt, lijkt alles goed te komen maar dat is buiten de tussenkomst van twee boeven, John Raffia en Jack Prodth, gerekend. Zij besluiten samen te spannen met Ben Mhazouth. Net als in Avontuur in San Doremi kiest Pom er voor om niet zomaar een rechtlijnig verhaal met duidelijke afloop te vertellen, maar houdt hij de nodige kaarten achter de hand. Daardoor gaat het verhaal tot op het einde verschillende richtingen uit. Het is niet zozeer de verijdelde staatsgreep die de kern van het verhaal vormt, maar wel de verdere afloop ervan en enkele onverwachte spelers die geregeld roet in het eten komen gooien. In 1959 was Pom duidelijk sterk in spannende en knappe verhalen. Een jaar later zou hij met De anti-zwaartekrachtgenerator opnieuw kiezen voor een verhaal met daarin centraal een wetenschappelijke uitvinding.

Conform de afspraken in stripverhalen zijn er verschillende partijen geïnteresseerd in de uitvinding. Naast een wapenfabrikant toont ook -het zijn tenslotte de late jaren vijftig- een niet nader genoemd Oost-Europees land interesse. Hoewel spionnen uit het `ietwat oostelijk gelegen land’ de meest voor de hand liggende schurken in het verhaal vormen, is het de wapenfabrikant (Pom had het niet echt op die industrie begrepen) die de voornaamste rol van tegenstander speelt. Uiteraard maakt die niet zelf zijn handen vuil, maar schakelt hij een ondergeschikte in die twee boeven inhuurt om de klus op te knappen. Net als in de vorige albums wikkelt Pom het verhaal niet eenvoudig af, maar speelt hij nog maar eens met verwachtingen: niet alleen de diefstal van het toestel verloopt (schijnbaar) succesvol, ook de spionnen in het verhaal worden laat geïntroduceerd en hun pogingen om de plannen in handen te krijgen, zijn slim uitgewerkt.

Tonen de eerste twee bundels van Piet Pienter en Bert Bibber al een Pom in `goede doen`, dan maakt deze derde bundel pas echt duidelijk hoe verschillend hij wel was van zijn tijdgenoten. Niet alleen zijn er de kenmerkende humor en de voorkeur voor `realistische` wetenschappen waar hij nog steeds mee geassocieerd wordt, maar ook zijn vertelstijl en verhaalopbouw die speelt met verwachtingen en geregeld het verhaal een andere kant opstuurt. Tien albums ver lijkt Pom niet alleen duidelijk op het hoogtepunt van zijn kunnen, maar wordt het verschil met zijn tijdgenoten ook almaar duidelijker. Een kleine zestig jaar later staan niet alleen deze verhalen nog steeds als een huis, maar wordt het mysterie nog groter waarom zijn (toegegeven heel Vlaamse) strips nooit aansloegen bij een breed publiek.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

tien + 4 =