Róisín Murphy :: Róisín Machine

Vijf albums ver in de solocarrière van de veelzijdige Róisín Murphy kunnen we beginnen spreken van een patroon. Elke meer uitdagende release wordt gevolgd door een dansbare variant. Na de arty patsklangboempop uit Ruby Blue en de schaamteloze popstoomwals die Overpowered was, dook ze op haar vorige twee platen de coole electro in. Je kon er dus haast je klok op gelijk zetten dat Róisín Machine weer een ongegeneerde dansplaat zou worden.

Net zoals bij Jessie Ware eerder dit jaar, staat Murphy’s kompas afgestemd op de dansvloer waar het concept ‘tijd’ nog minder strak gedefinieerd is dan aan de tafel van de regeringsonderhandelingen en waar de extase in de ogen van de dansende massa fonkelend de sterrenregen van de discobol weerspiegelt. Onbezorgdheid wordt hoog in het vaandel gedragen en lichamen schuren even behendig langs als tegen elkaar heen.

De plaat zelf volgt net als haar carrière een golfbeweging van intense dansstampers naar meer ingetogen nummers. In opener “Simulation” slaat Murphy haar tent op in het tuintje waar vroeger French Touch-house van oelala deed. Het bouwt heerlijk op als was Giorgio Moroder onder invloed van psychotrope substanties in gesprek geraakt met de heren van Stardust en het nummer dendert lekker voort als een boemeltrein in de Provence. Róisín neemt hier haar tijd om ons rond haar vinger te draaien en zal op andere momenten fel toeslaan.

Het is indrukwekkend hoe soepel en speels Murphy’s stem op dit album nog steeds klinkt. Zo gaat ze van hees raspen over hoog uithalen tot poeslief kwispelen op het door een vrij dansende baslijn en sexy handclaps gedreven “Shellfish Mademoiselle”.  Het zorgt voor variatie in het verhaal dat Róisín tussen het dansen door wil vertellen. Het is op fijne grens tussen de meedogenloze maneater en de onzekere geliefde dat het thema van dit album zich bevindt. Waar Murphy op het ene nummer krols in onze oren fluistert, veegt ze ons op andere momenten de mantel uit.

De plaat valt ruwweg in twee delen op te delen. In het eerste deel lijkt de onzekerheid de overhand te nemen en wordt er afscheid genomen van een oude relatie. Zo is “Kingdom of Ends” eiskalt. Het is een emo-synthsong die enkel bestaat uit dreiging en spanning die niet tot uitbarsting komt, maar wel aan de fijne kant van de kitsch weet te blijven. Soms spreken tekst en muziek elkaar ook tegen, zoals wanneer Murphy in “Incapable of Love” onzeker huilt op een potente synthbeat die gerust nog vijf minuten had mogen doorgaan.

Op het tweede deel van de plaat neemt zelfzekerheid het heft in handen: “We Got Together” is industriële house uit Detroit waarin Róisín als dominatrix in latex knielaarzen ons onderwerpt op een beat als een stoommachine die -euhm- pompt, zuigt, piept, kraakt en schuurt. Zoals ze er op haar hoes uit ziet als de Medusa met slangenhaar verslindt ze haar tegenspeler in de liefde met huid en haar. Het introverte van Take Her Up To Monto is hier alvast vér te zoeken en de lichamelijke Róisín Murphy van tight en zelfs doorzichtige sweaters treedt hier weer op het voorplan. In het elegante “Murphy’s Law” bepaalt Róisín zelf de wet – en dat hoeft niet steeds tot ongeluk te leiden. “Game Changer” omarmt een nieuwe geliefde, waarna alle remmen los gaan en ze als een walkure op “Narcissus” neerdaalt op een man die enkel op zichzelf verliefd kan zijn. Strijkers klinken als een zwerm woedende bijen, klaar om aan te vallen, waarna ze op “Jealousy” het tempo nog een laatste keer opdrijft en alle remmen los gaan. Dat heet dan eindigen met een knaller.

Het is best knap hoe Murphy er in slaagt nummers die enkele jaren geleden als losse singles uitkwamen met nieuwe muziek te combineren en deze plaat als een coherent geheel te doen klinken. De nummers krijgen de tijd om te groeien – laagje voor laagje worden luchtkastelen van begeerte en ontnuchtering opgetrokken in een strakke productie die vlotjes seventies disco combineert met housebeats uit vier decennia en er een swingende cocktail mee brouwt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

16 + 19 =