Don Kapot :: Don Kaset

Met hun compacte debuut lieten die van Don Kapot al een frisse wind waaien door de Belgische jazz van 2018. In afwachting van het tweede langspeler, die in het voorjaar van 2021 verschijnt, komen de drie nu op de proppen met een EP die al dat goeds bevestigt en er nog een kwak opwinding bovenop doet.

Het debuut van de in 2016 opgerichte Brusselse band herinnerde soms aan de krachtige freejazz-met-rockenergie van The Thing, maar deed ook inspiratie op in de zone tussen Ghana, Nigeria en Mali. Dat is een aanpak die verder uitgewerkt wordt op Don Kaset, maar het gaat deze keer dieper, met grooves die met meer geduld en bezwering hun ding kunnen doen. Hier geen puntige poplengtes, maar een paar stevige brokken lijfelijke trance die zelfs de stramste ledematen aanzetten tot beweging.

Topvoorbeeld van die aanpak is opener “Whononogono”, een kanon van bijna tien minuten dat start bij een gortdroog galeienritme van een ritmesectie die begrepen heeft dat een goede saus lang moet sudderen. Een zuchtende baritonsax voegt zich erbij, om de broeierige nachtelijke sfeer nog wat sterker in de verf te zetten. En dacht je bij Don Kapot aan The Thing, dan nu misschien eerder aan Martin Küchens Trespass Trio, weliswaar met een sterkere focus op ritme. Het is een trio-sound die uitzet en aandikt en nét als de spanning ondraaglijk wordt overslaat in een drum break die fungeert als draaideur naar een tweede helft met een rotaanstekelijk, Afrikaans getint motief.

De ritmesectie haakt in elkaar met een zweterige souplesse, drummer Warmenbol als funkmachine aangevuld door het gierende basspel van Giotis Damianidis en de brallende sax van Viktor Perdieus. Minstens even aanstekelijk is “Darka Foure”, met de knipoog in de titel als treffende referentie. Hier wordt gestart met zacht geplukte bassnaren, rinkelende percussie en een exotische fluit, die spoedig wordt vervangen door die baritonsax. En dan is het weer geduldig opbouwen en het vuurtje zachtjes oppoken, tot een versnelling de eindspurt op gang brengt. De groove die dan ontketend wordt is zo mogelijk nog dwingender en opzwepender dan die van de opener. Muziek van wilde feesten in de kleine uurtjes. Muziek om zorgen bij te vergeten en te luisteren naar het lichaam.

Het speelse “Zeus” is na die langere excursies de perfecte, iets kortere tegenhanger. De geinige saxeffecten en metalen percussie zetten de toon voor een swingende straatparade, die niet zozeer rolt als stuitert, met staccato effecten en – opnieuw – heftig schuddende heupen. Maar daar zijn ze dan ook goed in, want het gaat hier duidelijk om kerels die de stiel geleerd hebben op een podium, voor een dansvloer, met het vocht dat van de muren droop. Geen slappe witte coverbandfunk, maar sensuele, doorleefde muziek met de belofte van fysieke sensatie en extase. Wijlen Tony Allen zou het helemaal te gek gevonden hebben. Don Kapot is nu al het meest efficiënte vaccin van het voorjaar.

Gelimiteerde cassette-oplage beschikbaar via Bandcamp.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

1 × een =