Róisín Murphy :: ”Niets is belangrijker dan in de studio nederigheid te vinden”

Róisín Machine. Omdat Róisín Murphy het soort vrouw is dat zich niet omver laat blazen. Omdat ze naar eigen zeggen op een doorstampende trein van creativiteit zit. En omdat het vijfde soloalbum van de voormalige Molokochanteuse een stampende dansplaat is geworden. Gesprek met een diva over wanneer je dat vooral niét mag zijn.

enola: Na Hairless Toys en Take Her Up To Monto, die je rug-aan-rug opnam, klinkt Róisín Machine een stukje toegankelijker. Mag ik dat zeggen?

Murphy: “Dat mag je zeker, maar dat ik nog eens op de radio wilde gedraaid worden zat zeker niet in mijn achterhoofd. Zo werkt het immers niet. We wisten wel dat dit geen experimentele plaat zou worden, want ik had DJ Parrot, met wie ik Róisín Machine maakte, verteld dat ik een soort proto-houseplaat wilde maken, zoals in de vroege jaren negentig. Dat was al bijna tien jaar geleden, en daaruit kwam eerst “Simulation”, dat in 2012 een single was. Een paar jaar later schreven we met “Jealousy” nog eentje. Echt veel energie zat er dus niet achter, het waren voorlopig losse nummers, en toen werd ik verliefd op een Italiaanse producer en maakte ik met hem mijn Italiaanse EP Mi Senti.”

enola: En daarna was het éérst ook nog tijd voor het meer experimentele Hairless Toys en Take Her Up To Monto, die je met Eddie Stevens opnam?

Murphy: “Eddie is al van bij Moloko een soort van muzikale directeur voor me, en had zich ondertussen ontpopt tot producer. Ik wist dat hij briljant is, dus ik heb mijn kinderen vier weken bij hun grootouders geparkeerd, en met hem die twee albums gemaakt. Sindsdien kon ik elk jaar op tournee. Het was pas toen Parrot nog eens vrij was en we “Incapable” uitbrachten op zijn eigen label dat we zagen dat iedereen wild was van we samen maakten, en er voor gegaan zijn. Ik heb dus geen groot plan om nu eens een commerciële plaat uit te brengen, en dan weer een knettergekke. Neen, die elementen en mensen zijn gewoon aanwezig in mijn leven en nu eens gebeurt het ene dan weer het andere, naargelang het uitkomt. Een beetje zoals planeten soms op een lijn komen te staan, zo werk ik. Zeker sinds Hairless Toys ben ik gewoon blijven doorwerken, als een machine. Daarom koos ik ook deze titel voor de plaat. Ik zit op een immer doordenderende trein van creativiteit.”

enola: En met wie je samenwerkt bepaalt dan wat er uitkomt?

Murphy: “Voor een stuk. Dat wil niet zeggen dat Parrot per definitie dat soort dansmuziek zal opleveren, maar het gaat hem goed af om met een doel als ‘we gaan voor een soort proto-house’ te werken. Ik werk nu met DJ Koze mijn volgende plaat af, en die benadert het helemaal anders. Hij kijkt van binnen naar buiten. Dan zend ik hem een track, en tegen de volgende ochtend krijg ik op basis daarvan twee tracks terug die helemaal anders klinken dan wat ik hem stuurde. Ik heb ook wat gewerkt met (dubproducer, mvs) Mad Professor in de studio waar hij al dertien jaar aan bouwt, en die ruimte is in wat hij maakt altijd aanwezig, alsof ook dat een van de muzikanten is.”

“Het zijn allemaal verschillende manieren van aanpakken, maar ze hebben één ding gemeen: wat voor situatie het ook is, ik moet me nederig opstellen. Dat is niet mijn natuurlijke manier van zijn (lacht), maar het moet. En het lukt me het best als ik met vreemde snuiters werk. Daarom ga ik niet in zee met van die typische producers die het klassieke spel van de muziekbusiness spelen. Ik wil werken met mensen die een unieke stem hebben. Het zijn persoonlijkheden, en ik weet dat als ik met hen samenwerk, daar ook alles van afhangt.  Alles wat ik de twee volgende jaren zal doen, toch. Dus ik moet bescheiden zijn, en aanvaarden dat ik hen niet moet vertellen wat te doen.”

enola: Lukt dat gemakkelijk om die nederigheid te bereiken?

Murphy: “Neen, dat vraagt veel werk. Zag je ooit ‘Bloodlight and Bami’, die documentaire over Grace Jones? Je ziet haar uren wachten in de studio tot producer Robbie Shakespeare (van Sly & Robbie, mvs) eindelijk zal opdagen. Ze heeft betaald voor een studio in Jamaica om met hem een plaat te maken. Het is levensbelangrijk voor haar, maar hij hangt het uit, komt niet. Dus ze belt hem, en je hoort hoe ze poeslief tegen hem is, superbescheiden (in een lief hoog stemmetje) ‘Ik ben hier aan het wachten, Robbie. Ik betaal je voor een plaat, dus vertel me gewoon als je er klaar voor bent.’ (schatert) En ik begréép wat ze daar deed. Want als ze die staat van zijn kon bereiken, dan kon ze de ongelofelijke visuele artiest zijn die ze is, die geweldige performer.”

“Zo is het immers wel: als je de magie in de muziek hebt, dan kun je alles proberen. Dat moment in de studio is in die cyclus  die wel eens twee jaar kan duren het meest bepalende dat er is. Alles vloeit daaruit voort: het artwork, de video’s, hoe je zult optreden…  Het is de muziek die je bepaalt hoe dat wordt. Het is dus van belang om die bescheidenheid te vinden als je met zo’n producer werkt. De beslissing wie dat zal zijn is dus de grootste die ik moet nemen, en dan is het fijn als dat natuurlijk gebeurt. Als ze al gewoon één van de planeten rond me zijn.”

enola: Je hebt het visuele aspect altijd veel aandacht gegeven, en ook Róisín Machine komt met een opmerkelijke hoes en dito foto’s. Hoe kwam je bij deze stijl terecht?

Murphy: “Ik wist al van mijn vorige project, vier maxi-vinylplaten die ik met (housepionier) Maurice Fulton maakt, dat ik opnieuw met Braulio Amado zou werken. Hij is een geweldige artiest, die met elk medium wonderen kan doen. Dus dat was al geregeld. De inspiratie voor het artwork vond ik dan weer bij een tentoonstelling met het fotografisch werk van Cosey Fanni Tutti van Throbbing Gristle. Het was randje pornografisch, met veel beelden waarin ze vastgebonden was, maar het was ook geschift. Ik hou wel van wie ze was. Het was een erg waarachtig iemand, niet zoals die vrouwen van tegenwoordig.  Alles moet nu zo geposeerd, perfect zijn, waar vrouwen als Siouxie Sioux of Lydia Lunch zich daar niets van aantrokken. Ze smeerden hun make-up uit, hingen zichzelf ondersteboven, tekende swastikas op hun arm en gaven geen moer om wat jij daar van dacht. En dat hebben we nu ook nodig. En ik denk altijd na over wat ik kan doen en wat de tijden nodig hebben. Natuurlijk, ik hou ook rekening met wat realistisch is dat ik kan doen.”

“Kijk, ik ga niet zeggen dat wat ik met het artwork en de foto’s voor Róisín Machine iets radicaals heb gedaan, maar ik wilde toch wat van dat soort energie als van Cosi Fanni Tutti vatten. En ik wil ook een mooie hoes, iets dat aanspreekt. Zo ben ik verder op zoek gegaan, kwam ik ook bij Siouxie Sioux uit, en ging ik lezen over de Danceteria-discotheek in het New York van de vroege jaren tachtig. Mensen vergeten dat, maar daar kwam iedereen: de reclamejongens, maar ook het house-publiek én de punks én de goths. Dat was een gigantische scene. Het was veel minder helder afgelijnd dan de dingen nu zijn, met meer ruimte voor experiment en dingen met een randje. Toen ik met een visueel idee voor de shoot moest afkomen heb ik dus heel specifieke referenties gegeven. Ze moesten voor de shoot die rode rubberige achtergrond vinden, en die typische zwarte stof en ik had een kleine kleerkast nodig die tegelijk avant-garde en underground was. Het moest er allemaal in, maar het éérste was het haar. Iets in de muziek deed me immers denken aan dat soort big hair uit de jaren tachtig, die eightiespermanenten.”

enola: Ga je eigenlijk zelf nog wel eens clubben?

Murphy: “Ik heb vorig jaar nog eens een geweldige nacht gehad in de Panorama Bar van het Berghain in Berlijn. Dat moet de laatste keer zijn geweest, maar we zijn er wel vijftien uur geweest. Het was geweldig. Ik was op een bepaald moment verdwaald en iedereen was in paniek. Ik ben die vijf uur nochtans goed omringd geweest door strong and stable lesbiennes. Alles was dik in orde.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

19 − een =