Wim De Craene :: Live ’78

Geen schoonheid zonder tragiek. De carrière van Wim De Craene leest ook als een huwelijk van beide. Z’n platen bol van wispelturige weemoed, z’n succes even grillig als z’n talent bij leven miskend. Deze live-opname laat De Craene horen op z’n hoogtepunt, net voor het gevecht voor zijn eigen relevantie in de jaren tachtig begon. Een gevecht dat hij nooit had moeten voeren. Alleen dat al bewijzen deze opnames.

Ze komen recht uit het VRT-archief: De Craene speelde met z’n toenmalige begeleidingsband Headband een sessie voor het radioprogramma “Dorp Bij De Stad”, voor een beperkt publiek. Frederik Nuytten van BLP Records botste erop en schatte ze naar waarde. Die waarde zit niet alleen in de aanwezigheid van oerklassiekers als “Tim” en “Rozane” op de setlist. Het is ook een sessie die plaatsvindt tegen de “dreiging” van de rock, punk en vooral elektronische muziek die de Nederlandstalige kleinkunst dreigden dood te knijpen.

De intro van presentator René Gysemberg maakt die dreiging tastbaar: “Ik geloof dat als er elk jaar een chanson als “Tim” geschreven wordt, het Nederlandse luisterlied nog lang niet dood is.” De Craene was al aan die doodstrijd begonnen. De uitstekende muzikanten van deze Headband gieten De Craenes prachtsongs in kleurrijke arrangementen die meer naar pop- en jazzstructuren neigen dan naar kleinkunst. Het versterkt alleen maar de idee dat De Craene de muzikaal grillige jaren tachtig heus beter had kunnen doorkomen dan hoe het uiteindelijk uitgedraaid is.

Deze opnames vonden plaats na de release van De Craenes vierde album, … Is ook nooit weg uit 1977. Een plaat die moest voortbouwen op het succes van derde plaat Alles Is Nog Bij Het Oude, waarop die oerklassieker “Tim” stond. Destijds te lang om op single uit te brengen, maar toen al was een sterke song genoeg om een reputatie op te bouwen. Al loopt reputatie niet altijd gelijk met verkoopcijfers. Het is een gevecht dat De Craene ook in zijn hoogdagen moest leveren. Hij maakt er ook op een licht cynische manier allusie op tijdens deze livesessie, wanneer hij “Psylocybe Mexicana” aankondigt: “Niemand draait het.”

Het is een rode draad door zijn carrière geweest: vechten om te overleven. Eerst al tegen de vooroordelen van zijn vader, die nog liever de radio uitzette dan zijn zoon erop te horen. Het vechten uitte zich ook in zijn eerste songs, als kleinkunstenaar pur sang die het met protestsongs als “Boudewijn De Eerste Straat” opnam voor de kleine man tegen het grootkapitaal. Hij adoreerde Miel Cools, die voor De Craenes eerste schuchtere doorbraak zorgde door hem als voorprogramma op te nemen. Waarna De Craene naar Amsterdam trok om in de leer te gaan bij de flamboyante Ramses Shaffy – hij zou z’n zoon ernaar vernoemen. De sporen van rasartiest Shaffy laten zich expliciet horen én zien op de eerste twee albums, met De Craene die de artistieke dandy in zich de vrije loop laat.

Geen stuiver rijker trok De Craene nadien weer de grens over, om hier in Vlaanderen een oeuvre op te bouwen als kleinkunstenaar pur sang. Rijk ter taal, waarbij hij zijn inspiratie putte uit uren op café zitten, door veel met mensen te praten die hij stoemelings leerde kennen. Rijk als muzikant, waar hij toenmalige bandgenoten al eens deed afvragen wat ze eigenlijk stonden te doen als z’n begeleidingsband terwijl De Craene solo het hart en ziel van song én luisteraar kon blootleggen. Het hangt, ondanks de uitstekende muzikale begeleiding op deze Live ’78, als een schaduw over de plaat. Soloversies van deze nummers hadden wellicht nog dieper geraakt.

Om “Rozane” niet te noemen. Misschien wel het mooiste Nederlandstalige nummer aller tijden, en al zeker in de categorie “onmogelijke liefdes”. Opgedragen aan actrice Chris Thys met wie hij een korte affaire beleeft (Rozane is een samentrekking van de naam van zijn vrouw Roos en de volledige naam van Thys, Christiane). De arrangementen van Jean Blaute zijn om door een ringetje te halen en fungeren als perfecte soundtrack bij de vurig verhalende voordracht van De Craene. Heel symptomatisch voor hem: het nummer verkoopt niet bijster goed, maar het doet z’n reputatie en aantal schouderklopjes alleen maar toenemen. Maar zoals hij zelf later zou verzuchten: “Het mag nog zo goed zijn, maar het moet verkopen.” Hij moest eens weten welke waarde dat nummer nu nog heeft.

Want als De Craene één ding wou, was het mensen ráken. Het is dan ook geen toeval dat vele van zijn songs voornamen zijn (Tim, Kristien, Sara, Elke, Rosie…), vanuit de hoop dat veel mensen zich in nummers zouden herkennen met veel voorkomende namen. Dat doen ze nog steeds, meer dan hij zelf ooit had kunnen bevroeden, maar destijds bleven de cijfers achter. Het zorgde steeds meer voor verbittering, voor revolte. Dat nam een aanvang met het wisselvallige Perte Totale, twee jaar na deze liveregistratie, waarin hij de klanken van die tijd omarmde maar zichzelf als uitstekend songschrijver losliet.

De jaren tachtig werden een queeste naar evenwicht en erkenning. Met een nummer als “Kristien” vindt hij dat perfecte evenwicht tussen zijn authenticiteit als songschrijver en de “moderne” muziek, maar hij gooit er zich mee in een wedstrijd om deel te nemen aan het Eurovisiesongfestival. Een wedstrijd waar hij zich nooit thuis in voelt, maar wél een manier om aandacht voor een prachtnummer te vragen. Met lede ogen ziet De Craene de camp van Pas De Deux winnen. Als het ware een bevestiging van de muzikale wereld die helemaal de zijne niet meer was. Tóch vindt hij in 1983 het juiste evenwicht met de plaat Kraaknet, met nog zo’n topsong als “Rikky”, waarmee hij als songschrijver kwalitatief boven het maaiveld uit stak. Uit die periode blijft echter de, onbegrijpelijke, cover van Peter Koelewijns “Ik kan geen kikker van de kant af duwen” het meeste bij. Een bevestiging van baldadigheid die het won van bravoure, te wijten aan kille verkoopcijfers.

Ondertussen zag De Craene hoe het Franse chanson, waar hij zich graag op inspireerde, zich wél naadloos aanpaste aan die jaren tachtig — met bijvoorbeeld een France Gall die met die nieuwe sound een monsterhit scoorde (“Ella Elle l’a”). Het inspireert hem tot het wederom onderschatte Via Dolorosa, dat hem wel nog eens een tophit oplevert met de beginselverklaring “Breek Uit Jezelf”. Maar tot overmaat van ramp breekt de BV-cultuur vlak daarna door, met “Tien Om Te Zien” als paradepaardje. Op de zeedijk van Blankenberge gaan boysbands, schlagerzangers en tienersterretjes met alle aandacht lopen ten koste van artiesten die hun hart en ziel in songs gulpen. Met een opgestoken middelvinger brengt De Craene het niemendalletje “Enkel In Een Broekje” op diezelfde zeedijk in de zomer van 1990. Het doet pijn aan de ogen. De artiest van de liveopname van 1978 is in geen velden of wegen meer te bespeuren. Twee maanden later wordt hij dood teruggevonden in zijn appartement.

En als deze liveopname uit ’78 iets aantoont, is het dit: het had zo niet moeten lopen. Met deze aangepaste arrangementen en texturen bewijzen De Craene en de Headband toen al wat we nu wel weten: dat zijn beste songs in alle aspecten tijdloos zijn. Andere singer-songwriters als Boudewijn de Groot trokken zich zowat terug uit de muziek tot hun momentum weer was gekomen – de Groot bracht twaalf jaar geen plaat meer uit om dan uit te pakken met een moderne klassieker als “Avond” in 1996. Het had De Craene ook kunnen overkomen. Een revival met ijzersterk materiaal als de Groot, of Dylan om hem niet te noemen, had zomaar zijn deel kunnen zijn. Nieuwe songs maakt hij niet meer, maar ze blijven dertig jaar na zijn dood nog steeds vervellen voor nieuwe generaties. En daar draagt deze Live ’78 een mooie steen toe bij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

5 × 3 =