Duo Baars-Buis :: Moods For Roswell

Zonder veel poeha, maar met een scherp oog voor detail en evenwicht hebben Ig Henneman en Ab Baars hun platform/label Stichting Wig uitgebouwd tot een vaste waarde binnen de Nederlandse improvisatie. Moods For Roswell is intussen de dertigste release in een met zorg samengestelde catalogus, met een samenwerking van Baars en Joost Buis, die al heel wat ervaring hebben als duo, maar nu pas naar buiten treden met een release die een eerbetoon is aan twee inspiratiebronnen.

Eerst en vooral is er trombonist Roswell Rudd, die al te horen was op een paar cruciale documenten van de vrije jazz (de albums van het New York Art Quartet, New York Eye And Ear Control, Charlie Hadens Liberation Music Orchestra, Carla Bleys Escalator Over The Hill,…), maar ook altijd een graag geziene gast was in Nederland, en onder andere te horen was op Regeneration (1981), een album met onder meer Misha Mengelberg en Han Bennink, en een van de eerste eerbetonen aan Herbie Nichols. ‘s Mans invloed op improviserende trombonisten is van onschatbare waarde.

Moods For Roswell bevat tien stukken, die allemaal gebaseerd zijn (of bewerkingen zijn) van composities van Duke Ellington & Billy Strayhorn. Opnieuw geen verrassing: Buis waagde zich als jonkie, met de Big Buis Band, al aan het werk van de grote jazzcomponist, en ook voor Baars is Ellington een constante in zijn carrière. Hij was erbij toen het ICP Orchestra een deel van het klassieke Bospaadje Konijnehol I wijdde aan Ellington, iets wat ze live nog altijd doen. Ook in het pas verschenen de hondemepper, een samenwerking met ensemble Nieuw Amsterdams Peil, zit naar goede gewoonte ook weer een stukje Ellington verwerkt.

En dan was er nog Kinda Dukish (2005) van een Ab Baars Trio met Joost Buis erbij, een programma van Ellington-hommages. Om maar duidelijk te maken: dit komt niet uit het niets. En toch is dit geen standaard interpretatie. Denk je aan Ellington en Strayhorn, dan hoor je daar meteen de rijke kleurschakeringen en elegante zwier bij. De vernuftige arrangementen en die sappige solo’s. Muziek die geworteld was in de swing met z’n compacte dansvloervullers, maar die ook zoveel meer werd dan dat, en uitgroeide tot een canon dat blijft inspireren.

De twee maakten een zorgvuldige selectie, met zowel vroeg (“Sweet Mama”, “Creole Blues”) als later (“Wig Wise”, “Klop”) werk, en een voorkeur voor minder evidente titels. Als er al eentje passeert uit het bekende Money Jungle, dan zeker niet “Caravan”. Meer nog: van de breed bekende Ellington ‘hits’, krijg je hier enkel “In A Sentimental Mood”, al zal de aandachtige luisteraar hier en daar misschien andere referenties (denken te) herkennen. En dan is er het vermoeden dat “Tonk” en “Klop” er deels voor die titels bij zitten. Baars heeft al langer een zwak voor woorden die je eindeloos over de tong kan laten rollen (“Glorpjes”, “Sprok”, “Lakschoen”, “Taan”, etc.).

Dat de tien stukken nieuwe titels krijgen, zegt ook genoeg over de vrijheid die Baars (meestal op klarinet, twee keer op tenorsax en één keer op shakuhachi) en Buis zich permitteren. De basisstukken zijn ook maar dat, opstapjes ter verdere exploratie, dus je zal al een stevige Ellington-bagage moeten hebben om er veel titels uit te pikken. Maar dat deert niet, want de twee verkennen er zo veel uithoeken mee, dat ook dat weer iets zegt over de inspiratie die het bronmateriaal oplevert. Zo zal je bij de ingetogen openers “Sootywing” en “Catskills Cyclist” misschien eerder denken aan het werk van Jimmy Giuffre waarmee hij nauwer aansloot bij kamermuziek, of misschien zelfs moderne componisten als Ives, dan aan Ellington. De term ‘moods’ is veelzeggend. De muziek ontwikkelt zich hier relatief kaal en traag, maar kan wel ineens doorklieft worden met opvallende ideeën, zoals de acrobatische klarinetsolo in “Catskills Cyrlist”. “Handwoven”, een stuk met wortels in de vroege jaren dertig, toen Ellingtons werk vooral garant stond voor bruis en pittige kruiding, is opvallend ingetogen, lyrisch op een haast rigide manier.

Geen ritmesectie, dat betekent ook een meer impliciete swing, maar die komt hier en daar wel naar het oppervlak, zoals in het compacte “Two Ways”, waarin Baars’ tenorsax even een grillig dansje uitvoert. In “Little March”, een stuk dat zo van de hand van Sousa zou  kunnen zijn, starten de twee daadwerkelijk met een vrolijke pas, waarbij vooral Buis’ lichtvoetige en secure spel opvalt. Maar dan ontspoort het boeltje, stottert de trombone, slaat de klarinet aan het gaggelen. Het is een speelsheid die ook in “Cool And Gentle” zit, met fraaie glissandi van Buis en Baars die ergens tussen Giuffre en John Carter plaatsneemt, om vervolgens samen met zijn kompaan toch wat bluesy’er terrein op te zoeken.

En zo spelen de twee met dat materiaal, geven ze die door en door Amerikaanse bron vorm vanuit een Europese achtergrond, laten ze jazz, kamermuziek en improvisatie even frivool als beheerst rondtollen, met als kers op de taart het titelnummer, een uiterst fragiele bewerking van “In A Sentimental Mood”. Ellington op shakuhachi en fluistertrombone? Baars en Buis moeten de eersten zijn die ermee wegkomen, maar er gebeuren wel meer bijzondere dingen op dit erg persoonlijke album, dat nog maar eens bevestigt dat werken met (of vertrekken vanuit) een klassiek repertoire nog altijd enorm frisse resultaten oplevert en voldoening kan schenken.

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Schrijf uw reactie
Vul hier uw naam in

achttien − drie =